Nieuws

Tevreden over praktijkondersteuner; bewijs minder werkdruk niet geleverd

Gepubliceerd
10 januari 2004

Een derde van alle huisartsen heeft inmiddels een praktijkondersteuner. Of de werklast van de huisarts vermindert en de kwaliteit verbetert, is niet duidelijk. Van Son et al. doen in dit nummer verslag van een RCT naar het effect van praktijkondersteuners. Volgens hen verbetert in ieder geval de zorg voor COPD-patiënten. Die was daarvoor vaak niet nog niet optimaal. De ondersteuner zorgde niet voor minder werkdruk. Het NIVEL bracht in september 2003 een rapport uit met de beschrijving van 11 plaatselijke en 2 landelijke onderzoeken. Zeven van de 11 projecten zijn nog niet afgerond. In 3 gevallen gaat het om RCT's (het onderzoek van Van Son, en nog lopende trials in West- Friesland over het effect van huisbezoek bij kwetsbare ouderen en over mantelzorgers en de zorg voor dementerenden); in één geval gaat het om een cross-sectionele vergelijking tussen praktijken met en zonder ondersteuner (Tweede Nationale Studie), één keer om kwalitatief onderzoek, één keer om een patiëntenenquête. De rest van de projecten kent alleen vooren nametingen al dan niet met een controlegroep. De gehanteerde uitkomstmaten zijn zeer divers. Het zwaartepunt van het werk van de ondersteuners ligt bij diabetes- en astma/COPD-patiënten. Omdat dat vanwege de projectgelden ook zo moet, is dat een weinig opmerkelijke uitkomst. Het effect van een ondersteuner op de kwaliteit van zorg is niet eenduidig. De NIVEL-onderzoekers stellen dat als er een effect gevonden werd, dat in het voordeel van de ondersteuner was. Hard bewijs lijkt me dat bij de zwakke methodologie en de kleine aantallen niet. Uit de 5 projecten die de werkdruk maten, was er één – een klein onderzoek in Groningen – waarbij de werkdruk afnam (één uur per week). Het NIVEL-rapport kan nauwelijks dienen als gedegen ondersteuning van de invoering van praktijkondersteuning. Zeven van de 11 projecten zijn niet afgerond, de methodologie is meestal nogal zwak en de aantallen patiënten of huisartsen zijn klein. Een adequate meta-analyse is het rapport ondanks zijn titel niet. Ook een Cochrane-review (pagina 56) leverde het bewijs voor effectiviteit niet. Gezien alle (financiële) bedreigingen zorgt dat gebrek aan hard bewijs voor een hachelijke onderhandelingspositie voor het voortbestaan van de praktijkondersteuner. Ik zou mijn praktijkondersteuner niet willen missen, maar dat heeft vooral met mijn gevoel over haar nut te maken. Of Hoogervorst gevoelig is voor die emotie betwijfel ik. (JZ)

Literatuur

  • 0.Van de Berg M, De Bakker D. Meta-analyse. Introductie praktijkondersteuning op HBO-niveau in de huisartspraktijk in Nederland. Utrecht: NIVEL, 2003. http://www.nivel.nl/pdf/praktijkondersteuninghbo- huisartsenpraktijk.pdf

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen