Nieuws

Toepassing CCQ bij COPD

Gepubliceerd
7 december 2011
Op 1 juni 2011 promoveerde Janwillem Kocks aan het UMCG op zijn proefschrift over de toepassing van de Clinical COPD Questionnaire (CCQ) in de zorg voor eerstelijns-COPD-patiënten. In diverse onderzoeken betoogt de nieuwbakken doctor en voormalig aiotho Kocks dat de CCQ een goed alternatief vormt voor longfunctiemeting bij COPD.
De CCQ is zeker een hot topic nu de vorig jaar verschenen Zorgstandaard rept van ‘ziektelast’ als centraal paradigma voor de inkaarting en behandeling van COPD, daarmee instrijkend tegen de huidige wereldwijd gehanteerde GOLD-indeling naar longfunctiewaarden. Probleem tot op heden is dat er nog weinig concreets valt te meten aan het begrip ziektelast (er wordt gewerkt aan een ziektelastmeter onder auspiciën van de Long Alliantie Nederland), terwijl de CCQ al jaren een veelgebruikt instrument is in de Nederlandse eerstelijnspraktijk.
Kocks demonstreert in zijn proefschrift dat de CCQ bruikbaar is bij het meten van klachten en de impact daarvan op het dagelijks leven van patiënten (gezamenlijk benoemd als ‘health status’), waarbij de behandeling op nuttige wijze kan worden gestuurd. Daarnaast voorspelt de CCQ het beloop van COPD tijdens een opname wegens exacerbatie: hoe snel patiënten op de intensive care belandden, een heropname nodig hadden of zouden sterven. Maar dit betreft slechts een beperkte groep in de eerstelijnspopulatie. Wellicht is het meest bruikbare van de CCQ, dat ondanks de goede hanteerbaarheid (tien vragen) er toch drie domeinen kunnen worden benoemd (klachten, functionele status en mentale status), die tot verschillende behandeltrajecten kunnen leiden. Prettig voor de praktijkondersteuner, want bij een afwijkende score op een bepaald domein vormt dit een prima aangrijpingspunt voor een gesprek over de achterliggende oorzaak. De eendimensionale longfunctiemeting zoals gepropageerd door GOLD kan daar zeker niet aan tippen, al lijkt hier met de aangekondigde update van GOLD wel verandering in te komen.
Los van de fase van diagnosestelling (COPD blijft nu eenmaal een obstructieve longziekte), is het praktische nut van telkens herhaalde spirometrie in de follow-up van COPD inmiddels twijfelachtig te noemen. Die bruikbaarheid van de CCQ in het afstemmen van beleid bij de individuele COPD-patiënt moet echter wel nog worden getoetst in een prospectieve gerandomiseerde klinische trial, maar gelukkig heeft Kocks daar al een veelbelovend onderzoeksprotocol voor klaarliggen.
Daarnaast is discussie mogelijk over de gehanteerde afkapwaarden voor de CCQ: 0,4 wordt door Kocks benoemd als minimaal klinisch relevante verandering, en in een recente analyse van zijn hand wordt een CCQ-score > 1,7 gepropageerd als afkappunt voor instabiel COPD. Er is echter sprake van enige spreiding rond die 0,4 en de gouden standaard voor ‘instabiel COPD’ is eigenlijk niet voorhanden. Dit gegeven vormt vanzelfsprekend een mooie uitdaging om bovengenoemde afkapwaarden in toekomstige onderzoeken te valideren in gevarieerde en andersoortige eerstelijnspopulaties, ook internationaal. Bovendien zijn er concrete plannen om de CCQ grondig te onderzoeken op zijn praktische merites in vergelijking met haar Britse tegenhanger, de COPD Assessment Test (CAT), naast een traject om deze te integreren in een nationaal valideringsonderzoek naar de ziektelastmeter. Al met al kan Kocks de komende jaren zijn mouwen nog flink opstropen!
Just Eekhof

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen