Nieuws

Urine-incontinentie

0 reacties
Gepubliceerd
10 januari 2002

De gezondheidsraad kreeg van de minister van WVS het verzoek het onderwerp urine-incontinentie nader te analyseren. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen van de commissie zijn in deze publicatie beschreven. Voor de diagnostiek en behandeling van urine-incontinentie bij patiënten met een enkelvoudige hulpvraag voldoet de NHG-standaard uitstekend. Voor de behandeling van stressincontinentie zijn bekkenbodemspieroefeningen de eerste keus. Bij 60-70% van de patiënten heeft deze behandeling baat. Het resultaat wordt met name bepaald door de motivatie en therapietrouw van de patiënt. Bij urge-incontinentie, waar een verstoring van de mictiereflex aan ten grondslag ligt, is mictietraining de eerste keus. Anticholinergica lijken ook effectief, maar hebben vele bijwerkingen. Hoewel het bekend is dat de NGH-standaard in de praktijk niet altijd wordt toegepast, zijn hierover geen exacte gegevens voorhanden. Een mogelijk struikelblok voor de huisarts is dat er te weinig tijd is voor een goede begeleiding van de patiënt. Bij geriatrische patiënten met een complexe zorgvraag spelen ook factoren buiten het urogenitaal stelsel een rol bij het ontstaan van urineverlies. Deze comorbiditeit dient bij het instellen van de behandeling een rol te spelen. Naast evaluatie van de medicatie, aanschaf van hulpmiddelen zoals een postoel en looprek, lijkt ook bij deze groep een conservatieve therapie effectief. In de praktijk wordt vaak te snel gegrepen naar incontinentiemateriaal. Dit wordt zowel veroorzaakt door een tekort aan verzorgend personeel, waardoor er geen tijd is om patiënten te begeleiden als door gebrekkige voorlichting aan verzorgers en patiënten over de behandelingsmogelijkheden. Om tot een betere implementatie van bestaande richtlijnen te komen, zouden eventueel praktijkverpleegkundigen bij de begeleiding van de behandeling ingezet kunnen worden. Verder zou de personeelskrapte in de verzorging moeten worden teruggebracht en zowel verzorgers als patiënten beter moeten worden voorgelicht. Ook zouden er transmurale afspraken met urologen en gynaecologen gemaakt moeten worden. In de basisopleiding van fysiotherapeuten zou aandacht besteed moeten worden aan bekkenbodemproblematiek. Ten slotte zijn er ook praktische zaken te regelen als: meer openbare toiletten, betere beschikbaarheid van makkelijke kleding, betere mogelijkheden voor aanpassingen in huis ter bevordering van een snellere toiletgang.

Het rapport geeft een helder overzicht van de stand van zaken met betrekking tot urine-incontinentie. Met name voor de oudere patiënten is er nog veel winst te behalen. Gezien het feit dat er per jaar meer dan 600 miljoen gulden besteed wordt aan diagnostiek en behandeling van urine-incontinentie lijkt meer aandacht voor dit probleem zeker gerechtvaardigd. Dit geldt temeer omdat het aantal patiënten met urine-incontinentie de komende jaren alleen maar zal toenemen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen