Nieuws

Vroegsymptomen bij patiënten met coloncarcinoom

Gepubliceerd
10 mei 2016

Er bestaan geen duidelijke klinische symptomen waaraan de huisarts coloncarcinomen vroegtijdig kan ontdekken. Daarom is het delay bij het stellen van de diagnose vaak lang en is de diagnose coloncarcinoom berucht bij huisartsen. Dit onderzoek poogt het diagnostisch proces bij het coloncarcinoom te verbeteren. Voor de praktijk geeft het de huisarts helaas weinig handvatten.

In Nederland is het coloncarcinoom het type kanker met de een na hoogste incidentie: 6-8 gevallen per 10.000 patiënten per jaar. Het is een vorm van kanker met weinig specifieke vroegsymptomen. Rectaal bloedverlies, anemie en een veranderd defecatiepatroon worden vaak genoemd.

Om de positief voorspellende waarden van klinische symptomen te bepalen deden Nederlandse onderzoekers een retrospectieve geneste case-control studie. In dossiers van huisartsen uit het Transitieproject werden coloncarcinoomcases geïdentificeerd en deze werden gematcht met controlepatiënten. Data van twee jaar voor de diagnose coloncarcinoom tot de diagnose werden gebruikt. De controles werden gematcht op leeftijd, geslacht en praktijk. De onderzoekers berekenden het gemiddeld aantal consulten en episodes en stelden ICPC-codes en diagnostische categorieën vast.

In totaal werden 186 patiënten met coloncarcinoom geïdentificeerd en deze werden gematcht met 366 controlepatiënten. Er bleek geen significant verschil in aantallen consulten tussen de cases en de controles. De meeste cases waren verwezen binnen drie maanden na de start van klachten gerelateerd aan het coloncarcinoom. De zes relevante ICPC-coderingen van de vroegklinische symptomen voor coloncarcinoom waren moeheid (A.04), anemie (B.80), lokale abdominale pijn (D.06), veranderd defecatiepatroon (D.18), rectaal bloedverlies (D.16) en gewichtsverlies (T.08). Zoals te verwachten werd de diagnose waarschijnlijker als er combinaties van bovenstaande symptomen optraden.

Hoewel het prima is om te proberen het diagnostisch proces bij coloncarcinoom te ontrafelen en mogelijk te verbeteren, blijft het onduidelijk wat de praktiserend huisarts hieraan heeft. In feite bevestigt dit onderzoek dat de ‘klinische blik’ van de huisarts het belangrijkste diagnostisch instrument van de huisarts blijft.

Van Boxtel-Wilms SJ, et al. The value of reasons for encounter in early detection of colorectal cancer. Eur J Gen Pract 2016;22:1-5.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen