Main content

Shared decision making bij huisartsconsulten

Auteur: Marianne Dees

Bij shared decision making (SDM) participeren patiënt en arts beiden in het besluitvormingsproces om gezamenlijk tot een behandeling te komen. Uit Utrechts onderzoek blijkt dat SDM-training effect heeft op de intakefase. Bij het nemen van het behandelingsbesluit zelf grijpen artsen terug op een paternalistische, richtlijngeoriënteerde attitude. De SDM-consulten duurden 20% langer.

Sanders et al. deden een clustergerandomiseerd gecontroleerd onderzoek naar het effect van SDM op het herstel van patiënten met lagerugpijn. Er werd onderzocht of huisartsen na een SDM-training meer SDM-gedrag lieten zien dan ongetrainde collegae. Middels video-opnamen werden 86 consultaties van 23 getrainde huisartsen vergeleken met 89 consultaties van 19 ongetrainde huisartsen. SDM-gedrag werd met het gevalideerde OPTION-instrument gemeten; positieve bekrachtiging werd door observatie vastgesteld.

Getrainde huisartsen lieten meer SDM en positieve bekrachtiging van gekozen therapie zien. Maar de verschillen tussen beide groepen waren statistisch niet significant en scores voldeden niet aan de norm van ‘best practice’. Wel scoorden getrainde huisartsen hoger op onderdelen als informatieverstrekking, autonomie en het bespreken van watchfull waiting. Zij lieten minder paternalistisch gedrag zien, maar dit resulteerde niet in meer gezamenlijke besluitvorming over de behandelkeuze. Vragen naar patiëntenvoorkeur over informatieverstrekking, kennis en zorgen werden zelden gesteld. Wel duurden hun consultaties drie minuten (20%) langer. Daarbij besteedden zij significant meer tijd aan de intake-, planning- en evaluatiefase en minder aan lichamelijk onderzoek.

Geconcludeerd wordt dat huisartsen meer bezig zijn met het voorbereiden van de besluitvorming dan met de behandelingskeuze. Tijdens de training bleek dat huisartsen het onprofessioneel vinden een behandeling te accepteren die niet overeenkomt met de richtlijn. Op dat punt kunnen SDM en het volgen van richtlijnen met elkaar in de knel raken. Het onderzoek roept ook vragen op over wat de consequenties van minder lichamelijk onderzoek en een langere consultduur zijn.

Sanders ARJ, et al. Does training general practitioners result in more shared decision making during consultations? Patient Educ Couns (2016), http://dx.doi.org/10.1016/j.pec.2016.10.002.

reacties (1)

 
 
  • R.J.A. Laven

    6 maanden geleden

    Net bekomen van EBM en langzamerhand lerend hoe wij daarmee op een gezonde manier moeten omgaan, dient zich een nieuwe afkorting aan: shared decision making (SDM). Elke huisarts zal eraan moeten geloven. In een recent onderzoek naar SDM bij huisartsconsulten van Sanders et al., bleek dat getrainde huisartsen – vrij vertaald – meer SDM gedrag lieten zien dan ongetrainde huisartsen, e.e.a. was niet significant. Hun consulten duurden een paar minuten langer maar er werd minder tijd besteed aan lichamelijk onderzoek. Bij het besluit grepen de artsen toch vaak terug op een paternalistische houding, richtlijngeorienteerd. Deze uitkomst is niet verwonderlijk!. Als huisarts hebben wij vooral te maken met kleine kwalen die meestal vanzelf weer overgaan en met een groot deel chronische zorg inclusief bijbehorende protocollen. In mijn consulten verhelder ik de hulpvraag en probeer ik er een antwoord op te geven, veelal is er ongerustheid en zijn er zorgen. M.a.w. er is helemaal niet zoveel om over te beslissen en al helemaal niet gezamenlijk. Antwoord geven op de vraag van de patiënt en zo nodig effectief gerust te stellen staat centraal, een gedegen lichamelijk onderzoek draagt hier zeker aan bij. De discussies in onze spreekkamer gaan veelal over zaken waarvan wij weten dat het meestal niet helpt, maar de patiënt denkt van wel (bv. antibioticum bij een viraal luchtweginfect). Maar dat heeft weinig met SDM te maken, want het zou natuurlijk raar zijn om dan alsnog te kiezen voor zinloze behandeloptie. Hier ligt wel een grote communicatieve uitdaging. In de tweedelijn liggen de zaken anders: daar is een probleem met een vraag. Dat kan op verschillende manieren worden opgelost met voor- en nadelen. Denk aan wel of niet opereren, wel of geen chemo. SDM heeft dan een duidelijke meerwaarde. Laten we vooral als huisartsen niet doorschieten in deze nieuwe afkorting en gewoon doen waar wij goed in zijn. Het het SDM concept heeft vooral meerwaarde bij belangrijke en ingrijpende keuzes met reële (behandel)alternatieven. Als afwachten en niets doen de beste optie is moet de huisarts de patiënt ook geen schijnkeuze geven! Dat is ook helemaal geen paternalisme maar Good Old Huisartsgeneeskunde (GOH)! Ralph Laven, huisarts in Beek (L)