Nieuws

ADHD in de eerste lijn: volksziekte zonder huisarts?

Gepubliceerd
10 januari 2009

Onlangs werd in de krant gesuggereerd dat ADHD bezig was een volksziekte te worden. De term is deel gaan uitmaken van het vocabulaire van hele volksstammen. Vrijwel iedereen heeft een mening over het fenomeen ADHD, variërend van cultuurkritische kanttekeningen tot aanvallen richting psychiaters die van gewone drukke kinderen patiënten maken.

In Nederland wordt de diagnose ADHD gesteld door medisch specialisten: kinderartsen, kinderneurologen of (kinder- en jeugd)psychiaters. Op onze polikliniek voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Nijmegen krijgen we veel aanmeldingen van kinderen bij wie ADHD wordt vermoed. Tot voor kort verwezen we kinderen met op het oog ‘simpele ADHD’ door naar kinderartsen of de jeugd-GGZ. Vanuit efficiency- en echelonneringsoverwegingen bedachten we dat wij, een academisch centrum, ons zouden beperken tot de ‘ingewikkelde’ ADHD en dat de simpeler gevallen elders konden worden gediagnosticeerd en behandeld. Het stellen van de diagnose ADHD is namelijk vaak niet moeilijk en het instellen op ritalin is meestal ook niet heel ingewikkeld. Maar nader overleg leerde ons dat de kinderartsen de diagnose niet stelden en dat de jeugd-GGZ zich net als wij wilde beperken tot de ingewikkelder casussen. In onze regio konden kinderen met simpele ADHD dus nergens terecht.

Daarna zochten we de dialoog met huisartsen. De affiniteit met dit soort problematiek blijkt erg van de individuele huisarts af te hangen. ADHD komt in een normpraktijk niet zó vaak voor dat je er vanzelf expertise over opbouwt. Bestaat er zoiets als ‘eerstelijns-ADHD’? Recentelijk belden we als proef tien huisartsen die een kind met simpele ADHD bij ons hadden aangemeld (uit verantwoordelijkheidsgevoel hadden we ons aannamebeleid inmiddels versoepeld). Wij stelden voor dat wij een ultrakort diagnostisch traject zouden doen, waarna ouders, kind en huisarts nog dezelfde dag zouden horen of er sprake was van ADHD. Ouders kregen een korte cursus aangeboden. En de huisarts zou zelf de medicatie instellen na bijscholing door een kinderpsychiater. Een mooi plan… Helaas zagen wij met onze specialistische ogen, gevormd in een tweede/derdelijns populatie, bij de helft van de op het oog ‘simpele’ ADHD-kinderen allerlei redenen waarom toch niet kon worden volstaan met deze door ons bedachte ‘eerstelijns’-diagnostiek en -behandeling. Bij de andere helft van de kinderen werd het voorgenomen traject wel volgens plan uitgevoerd.

Wij denken dat het geen plaatselijk toeval is dat dit zo liep. Onze kennis is immers gebaseerd op onderzoek in onze specialistische patiëntenpopulatie. Huisartsen wordt met de paplepel ingegoten dat niet alles uit specialistische leerboeken klakkeloos kan worden geëxtrapoleerd naar hun praktijk: ze hebben een eigen vak. De vraag of eerstelijns-ADHD bestaat en welk beleid hierbij past, zal dus moeten worden beantwoord in de eerste lijn. Dit dringt temeer omdat rond het fenomeen ADHD ook een maatschappelijk debat op gang lijkt te komen. Daarom de vraag aan lezers van dit blad: welke huisartsen nemen de handschoen op? Jet Roobol

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen