Nieuws

Advies water drinken: onvoldoende bewijs

0 reacties
Gepubliceerd
5 september 2012
Spigt et al. concluderen dat het redelijk lijkt hoofdpijnpatiënten aan te bevelen extra water te drinken.1 Daarvoor is echter vrijwel geen bewijs. De conclusie is gebaseerd op de MSQOL-vragenlijst, een migrainespecifieke vragenlijst. De primaire uitkomst ‘uren met hoofdpijn’ liet geen verschil zien tussen beide groepen.
Het is belangrijk te weten of de aanbeveling is gebaseerd op een vooraf belangrijk beoordeelde uitkomstmaat ofwel op een achteraf (post hoc) bevinding op een secundaire uitkomstmaat. De oorspronkelijk beoogde status van de MSQOL blijkt niet uit het artikel en is niet te achterhalen, omdat de RCT niet is opgenomen in een trialregister. De auteurs geven aan dat ze de verandering van de MSQOL als klinisch relevant beschouwen. De gevonden veranderingen zijn echter geringer dan de minimaal vereiste verandering zoals beschreven door Cole.2 Bovendien is de MSQOL alleen gevalideerd voor migraine en niet voor andere soorten hoofdpijn. In H&W is de betekenis van de MSQOL overigens beduidend zwakker geformuleerd dan het origineel in Family Practice.3 Dat verbaast ons omdat het significante verschil op de MSQOL in de Engelstalige publicatie een van de belangrijkste argumenten was voor het nut van veel water drinken.
Een andere zorg is dat de primaire uitkomst van ‘uren met hoofdpijn’ is veranderd in ‘dagen met ten minste matige hoofdpijn’. De auteurs betogen dat deze procedure wordt onderbouwd door een post hoc-poweranalyse, die overigens in de publicatie ontbreekt. Post hoc geplande analyses en de uitkomsten daarvan moeten altijd met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Dit gemodificeerde primaire eindpunt resulteerde overigens niet in een significante vermindering van het aantal dagen met ten minste matige hoofdpijn.
De auteurs beschrijven dat er waarschijnlijk een selectieve uitval voor de uitkomstmetingen heeft plaatsgevonden. Van 28 gerandomiseerde deelnemers (27%) ontbraken vervolgmetingen.
Ten opzichte van het Engelstalige artikel zijn diverse resultaten en conclusies weggelaten, waardoor het meer in evenwicht is met ons eerder commentaar in Family Practice.4
Wat ons ten slotte verbaast is dat op de website van het programma Alledaagse ziekten van ZonMW, de financier, dit onderzoek veel meer de suggestie wekt van een ‘negatieve trial’, met name omdat het negatieve resultaat op de primaire uitkomstmaat (ernst van de hoofdpijn) als eerste wordt genoemd.
In de spreekkamer moeten ook de adviezen bij voorkeur evidence-based zijn. Wij concluderen dan ook dat er nog onvoldoende bewijs is om patiënten meer water te laten drinken om hoofdpijn te voorkomen.
Frans Dekker, Arie Knuistingh Neven, Pim Assendelft, Leids Universitair Medisch Centrum

Literatuur

  • 1.Spigt M, Weerkamp N, Troost J, Van Schayck CP, Knottnerus JA. Effecten van extra water drinken bij hoofdpijn. Huisarts Wet 2012;55:246-9.
  • 2.Cole JC, Lin P, Rupnow MF. Minimal important differences in the Migraine-Specific Quality of Life Questionnaire (MSQ) version. Cephalalgia 2009;29:1180-7.
  • 3.Spigt M, Weerkamp N, Troost J, Van Schayck CP, Knottnerus JA. A randomized trial on the effects of regular water intake in patients with recurrent headaches. Fam Pract 2011;29:370-5.
  • 4.Dekker F, Knuistingh Neven A, Assendelft WJJ. Still insufficient evidence to broadly advice patients to drink more water to prevent headaches. http://fampra.oxfordjournals.org/content/early/2011/11/22/fampra.cmr112.long#-responses.
  • 5.Silberstein S, Tfelt-Hansen P, Dodick DW,
    Limmroth V, Lipton RB, Pascual J, et al. Guidelines for controlled trials of prophylactic treatment of chronic migraine in adults. Cephalalgia 2008;28:484-95.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen