Nieuws

Afscheid van de DSM

Gepubliceerd
1 oktober 2014
Dossier
Doelgroep Hulpverleners en beleidsmakers op het gebied van de GGZ.
InhoudNog voordat de Nederlandse vertaling van de vijfde versie van deDiagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) daadwerkelijk op de markt is, kunnen we die volgens de Maastrichtse hoogleraar psychiatrische epidemiologie, Jim van Os beter maar weggooien. Hij acht dit systeem van diagnostische classificatie van mensen met geestelijke problematiek, waaraan hij overigens zelf heeft meegewerkt, medeverantwoordelijk voor de huidige malaise in GGZ.
De DSM onderscheidt circa 400 verschillende dikwijls nogal arbitraire syndromen die geen duidelijke empirische basis hebben. Ondanks decennia van geavanceerd beeldvormend, elektrofysiologisch en genetisch onderzoek is het tot nu toe niet gelukt de pathofysiologische achtergrond van ook maar één ervan bevredigend op te helderen. Voor de idee dat de syndromen berusten op achterliggende hersenziekten bestaat bijkans geen evidence. Bovendien vertonen de symptomatologie van deze syndromen vaak veel overlap met andere, zo hebben mensen die depressief of angstig zijn dikwijls psychotische ervaringen. Een probleem is ook dat een diagnose in DSM-termen weinig informatief is over de hulp die de patiënt nodig heeft. Volgens Van Os wordt het zo onderhand tijd af te rekenen met dit classificatiesysteem dat inmiddels gepaard gaat met aanmerkelijke bureaucratie. Die bureaucratie vloeit voort uit hier en daar tot het absurde doorgevoerde vergoedingen-, verantwoordings- en bezuinigingssystematiek die steeds meer tijd van de hulpverleners opslokt.
Hij stelt dan ook voor de aandacht van diagnostiek in DSM-termen te verleggen naar een persoonlijke diagnose waarmee het probleem van de pati?nt en de hulp die deze nodig heeft duidelijk wordt. Dat kan met behulp van vier relatief simpele vragen: wat is er met je gebeurd, wat is je kwetsbaarheid en wat is je weerbaarheid, waar wil je naartoe en wat heb je nodig? De eerste vraag getuigt van belangstelling voor het lijden van de pati?nt. Met de tweede vraag kunnen aangrijpingspunten voor verbetering in kaart worden gebracht. Vraag drie verlegt de aandacht naar het proces van adaptatie en zelfmanagement. De vierde vraag concentreert zich op de zorgbehoefte die bij uiteenlopende diagnosen vaak dezelfde is.
OordeelVan Os heeft onmiskenbaar in veel van zijn analyses het gelijk aan zijn zijde. Zou de GGZ met dit boek in beweging komen en het keurslijf van de DSM van zich af weten te schudden?

Waardering:****

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen