Nieuws

Antibiotica ter preventie van recidiverende urineweginfecties bij kinderen

Gepubliceerd
10 april 2002

Achtergrond Urineweginfecties (uwi's) komen bij kinderen vaak voor. Op zeven-jarige leeftijd heeft 8,4% van de meisjes en 1,7% van de jongetjes op zijn minst één episode doorgemaakt. Bij jonge kinderen zijn het vaak de algemene symptomen in plaats van lokale die aan de diagnose doen denken. Meestal is een E. coli de verwekker. Vanwege het (vermeende) gevaar voor een pyelonefritis krijgen veel kinderen langdurig antibiotica. Het nut daarvan is onduidelijk. Zoekstrategie en insluiting Gezocht werd in Medline, Embase en het Cochrane Controlled Trials register. Daarnaast werd de sneeuwbalmethode gebruikt en was er contact met de farmaceutische industrie. Alle RCT's werden ingesloten waarbij één of meer antibiotica en een placebo werden vergeleken of trials waarbij twee antibiotica met elkaar werden vergeleken. Resultaten Er werden drie trials gevonden (n=151) die antibiotica met een placebo vergeleken. De duur van de behandeling varieerde van 10 weken tot 12 maanden. De methodologische kwaliteit van de onderzoeken was laag; slechts één onderzoek (n=45) had een adequate randomisatieprocedure (uit 1975). Geen enkel onderzoek deed een intention-to-treat-analyse. Het risico op een nieuwe infectie daalt bij gebruik van antibiotica (RR 0,36; 95%-BI 0,16-0,77). In de controlegroepen kreeg 63% tijdens de follow-up een recidief. Bij het onderzoek met een adequate randomisatie was het relatieve risico ten opzichte van een placebo 0,04 (95%-BI 0,0-0,67). Een vierde trial vergeleek nitrofuradantine met trimethroprim. Het onderzoek was wel voldoende groot (n=120), maar had mogelijk een onvoldoende randomisatieprocedure. Nitrofuradantine hielp beter dan trimethroprim (RR 0,48; 95%-BI 0,25-0,92). Gezien de methodologische problemen is het werkelijke effect van antibiotica op het aantal recidiverende urineweginfecties waarschijnlijk kleiner.

Commentaar

Langdurig gebruik van antibiotica doet bij kinderen het aantal recidiverende urineweginfecties dalen. Deze conclusie is plausibel (common sense), maar niet goed gefundeerd. De vier voor dit Cochrane literatuuroverzicht geselecteerde onderzoeken voldoen niet aan methodologische eisen. Drie van de vier onderzoeken zijn vóór 1980 gepubliceerd. De aanbeveling om een methodologisch geheel verantwoord onderzoek te doen ligt dan ook voor de hand, maar zal naar verwachting de conclusie niet veranderen. Dit zou dan wel betrouwbaardere gegevens opleveren over hoe groot het effect is en welk antibioticum in welke dosering en voor hoe lang gegeven de beste effecten heeft. Maar zitten we op die wetenschap te wachten? Nou, eigenlijk nú niet. Er zijn andere wetenschappelijke vragen die eerst moeten worden opgelost, zoals de vraag of een blaasontsteking een kans op nierschade inhoudt, en zo ja in welke mate. Bovendien is het de vraag hoe relevant die nierschade is en hoe vaak een urineweginfectie een symptoom is van anatomische en/of functionele afwijkingen van de tractus uropoieticus. Gaat het bovendien wel om een populatie zoals die zich in de huisartspraktijk aandient? Met deze vragen voor ogen ligt het meer voor de hand om een langlopend longitudinaal onderzoek aan te bevelen. Het beleid bij urineweginfecties van kinderen blijft slecht onderbouwd. De NHG-Standaard Urineweginfecties behandelt het onderwerp van langdurig antibioticagebruik bij kinderen niet en dit Cochrane literatuuroverzicht is hooguit indicatief voor een vermindering van recidiverende urineweginfecties op de korte termijn. De vragen van de huisarts welke kinderen in welke omstandigheden in aanmerking komen voor langdurige behandeling en of selectie voor langdurige behandeling zonder nader onderzoek mogelijk is, blijven vooralsnog onbeantwoord. Wat is klinisch wijs bij zo weinig bakens om op te varen?

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen