Nieuws

Oestrogenen voor preventie van recidiverende urineweginfecties bij postmenopauzale vrouwen

Gepubliceerd
10 september 2008

Perrotta C, Aznar M, Mejia R, Albert X. Oestrogens for preventing recurrent urinary tract infection in postmenopausal women. Cochrane Database of Systematic Reviews 2008, Issue 2. DOI: 10.1002/14651858.CD005131.pub2. Achtergrond Er is sprake van recidiverende urineweginfecties (uwi’s) als iemand drie of meer urineweginfecties in een jaar heeft of twee infecties in zes maanden. Bij postmenopauzale vrouwen neemt de kans op recidiverende uwi’s toe als zij een cystokèle, post-mictie residu en/of urine-incontinentie hebben. Doel Beoordelen wat het effect is van orale of vaginale oestrogenen op de preventie van recidiverende uwi’s bij postmenopauzale vrouwen. Daarnaast keek men ook naar en de veiligheid van deze middelen. Methode Men zocht in Cochrane-registers van gecontroleerde onderzoeken, het ziektespecifieke Cochrane-register en in de verschillende medische databases als MEDLINE en EMBASE. Dit werd aangevuld met de sneeuwbalmethode. Inclusiecriteria waren RCT’s of quasigerandomiseerde RCT’s met als deelnemers postmenopauzale vrouwen met drie uwi’s in één jaar of twee uwi’s in een half jaar. Er waren geen exclusiecriteria. De interventies konden variëren tussen orale (met of zonder progestagenen) of vaginale oestrogenen ongeacht dosering en toedieningsduur. De primaire uitkomstmaten waren het aantal vrouwen met recidiverende uwi’s aan het eind van de behandeling, het aantal uwi’s en de tijdsduur tot een recidiverende uwi. Resultaten Er werden zeventien onderzoeken gevonden waarvan er acht werden uitgesloten omdat ze alleen keken naar het effect op vaginale atrofie. Alle onderzoeken waren van goede methodologische kwaliteit. Vier onderzoeken vergeleken orale oestrogenen met placebo. Er werd geen significant verschil gevonden in optreden van UWI aan het eind van de behandeling (4 onderzoeken; 2798 vrouwen; RR 1,08; 95%-BI 0,88-1,33). In de interventiegroep werden significant meer bijwerkingen gevonden zoals pijnlijke borsten en vaginaal bloedverlies (2 onderzoeken; 104 vrouwen; RR 5,11; 95%-BI 1,39-18,76). Drie onderzoeken vergeleken vaginale oestrogenen met placebo. Bij twee onderzoeken werd een significante afname in het aantal urineweginfecties gevonden. Eén onderzoek gebruikte oestrogeencrème (RR 0,64; 95%-BI 0,13-0,50) en één onderzoek een oestrogeen bevattende ring (RR 0,66; 95% BI 0,47-0,86). Er was geen verschil in bijwerkingen tussen de interventie- en de controlegroep. Als laatste vergeleken twee onderzoeken het effect van vaginale oestrogenen met antibiotica en vonden tegenstrijdige resultaten. Eén onderzoek vond een significante afname van het aantal uwi’s bij de oestrogeengroep in vergelijking met de antibioticagroep (171 vrouwen; RR 1,30; 95%-BI 1,01-1,68). Het andere onderzoek vond juist minder uwi’s in de antibioticagroep (42 vrouwen; RR 0,09; 95%-BI 0,02-0,36). Er was geen significant verschil in gerapporteerde bijwerkingen. Conclusie Op basis van slechts twee onderzoeken lijken vaginale oestrogenen het aantal uwi’s te verminderen bij postmenopauzale vrouwen met recidiverende uwi’s. De resultaten onderling verschilden omdat men verschillende typen oestrogenen had gebruikt en omdat de duur van de behandeling verschilde.

Commentaar

De selectie van de literatuur en beschrijving daarvan zijn gedaan volgens de bekende Cochrane-methode. Belangrijke beperkingen zijn de verschillen in gebruikte toedieningsvorm, dosering en de toedieningsduur tussen de onderzoeken en de heterogeniteit van de onderzoekspopulaties. Slechts twee kleine onderzoeken toonden een positief effect van vaginaal toegediende oestrogenen op het aantal uwi’s bij postmenopauzale vrouwen met recidiverende uwi’s. De verschillen in opzet van de geïncludeerde onderzoeken maakt het lastig om de uitkomsten samen te voegen en onmogelijk om sluitende conclusies te trekken. De NHG-Standaard Urineweginfecties adviseert om bij postmenopauzale vrouwen met recidiverende uwi’s vaginale oestrogenen te overwegen. De uitkomsten van deze review vormen geen aanleiding om de aanbeveling aan te passen. De laatste jaren is oestrogeengebruik bij postmenopauzale vrouwen een onderwerp van discussie geweest vanwege de verhoogde kans op hart- en vaatziekten en mamma- en endometriumcarcinoom. Indien oestrogenen vaginaal worden toegediend lijkt dit verhogende risico weg te vallen. Dus het advies zal blijven om bij postmenopauzale vrouwen met recidiverende uwi’s vaginale oestrogenen te overwegen. Voor de behandelingsduur is geen evidence. Naast de vaginale oestrogenen gelden de algemene behandelmogelijkheden voor recidiverende uwi’s natuurlijk ook voor postmenopauzale vrouwen. Zo is er ook enige wetenschappelijke onderbouwing voor het regelmatig ledigen van de blaas en het gebruik van cranberryproducten om urineweginfecties te voorkomen. Behandeladviezen die bij postmenopauzale vrouwen, mede gezien hun onschuld, zeker gegeven moeten worden.

Doreth Teunissen

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen