Nieuws

Behandeling van gastro-oesofageale refluxziekte ter bestrijding van hoestklachten

Gepubliceerd
10 september 2005

Achtergrond Naast zuurbranden en regurgitatie worden ook klachten als heesheid en hoesten soms aan gastro-oesofageale refluxziekte toegeschreven. In enkele cohortonderzoeken werd refluxziekte vastgesteld bij 20 tot 40% van de patiënten die klagen over een chronische, niet-specifieke hoest - dat wil zeggen een langer dan 3 tot 8 weken bestaande niet-productieve hoest, zonder aantoonbare luchtwegaandoening. Gezien de hoge prevalentie van zowel refluxziekte als hoesten is het twijfelachtig of er wel een oorzakelijk verband tussen deze klachten bestaat en of het frequente gelijktijdige voorkomen niet veeleer op toeval berust. Doel Het effect bepalen van de behandeling van refluxziekte op chronische, niet-specifieke hoestklachten bij volwassenen en kinderen met refluxziekte. Zoekstrategie Gezocht werd in de databases van het Cochrane Controlled Trials Register, Medline en EMBASE, alsmede in de literatuurlijsten van relevante artikelen. Uitkomstmaat Hoesten, objectief geregistreerd of zoals beoordeeld door de patiënt, diens verzorger of een arts. Resultaten Elf onderzoeken werden geïncludeerd, met in totaal 347 deelnemers (198 kinderen en 174 volwassenen). De methodologische kwaliteit van deze onderzoeken was wisselend. Bij twee onderzoeken waren alleen zuigelingen ingesloten; in het ene (n=25) gingen deze, wanneer ze aangedikte voeding kregen, iets – maar niet significant – meer hoesten, terwijl in het andere (n=110) aangedikte melk significant minder vaak aanleiding gaf tot een cluster van klachten, waaronder hoesten. In een onderzoek bij oudere kinderen (n=65) werd geen significant effect van cisapride aangetoond en evenmin van domperidon. In 5 van de 8 onderzoeken bij volwassenen werd het effect van een protonpompremmer vergeleken met placebo. Slechts in één (n=29) van deze 5 onderzoeken kon voor een van de uitkomstmaten – verandering van hoestscore – een significant gunstig effect van de protonpompremmer worden aangetoond. Wanneer de resultaten van de vier onderzoeken met protonpompremmers (n=77) die een verandering van de hoestscore als uitkomstmaat opleverden werden gepoold, was het resultaat niet meer significant. Ook voor de andere uitkomstmaten – waaronder therapiefalen – kon in de meta-analyse geen significant gunstig effect van protonpompremmers worden aangetoond. De resultaten van een placebogecontroleerd onderzoek met een H2-receptorantagonist werden niet in getal gepresenteerd en konden niet worden geanalyseerd. In het enige onderzoek met een prokineticum bij volwassenen (n=21) werd geen significant verschil in effectiviteit tussen cisapride en placebo aangetoond. In een vergelijkend onderzoek (n=20) ten slotte, verbeterden meer deelnemers met een protonpompremmer (70%) dan met een H2-receptorantagonist (30%). Conclusie Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs om vast te kunnen stellen of behandeling van refluxziekte al dan niet effectief is ter bestrijding van chronisch hoesten bij patiënten met refluxziekte.

Commentaar

Er zijn enkele methodologische kanttekeningen te plaatsen bij deze systematische review. Om te beginnen hebben de auteurs een aantal onderzoeken ingesloten die niet aan hun eigen inclusiecriteria voldoen: een onderzoek waarvan niet vaststaat dat het een RCT betreft, een onderzoek waarin twee medicamenten – zonder placebogroep – onderling worden vergeleken en enkele onderzoeken waarin ook patiënten met astma werden geïncludeerd. Opmerkelijk genoeg krijgt ook een geëxcludeerd onderzoek relatief veel nadruk doordat het wordt beschreven in de resultatenparagraaf. Het lijkt erop dat de auteurs gaandeweg ruimhartig zijn geworden om zo de in hun ogen wellicht magere opbrengst aan onderzoeken wat aan te vullen. De rapportage van hun bevindingen laat hier en daar te wensen over. Zo worden de resultaten van 5 onderzoeken niet in getal gepresenteerd, wat de lezer de mogelijkheid ontneemt om met de auteurs mee te denken. Desondanks valt aan de conclusie weinig af te dingen: er is op dit moment geen reden om patiënten met chronische hoestklachten massaal een (proef)behandeling met zuurremming aan te bieden. Het ontbreekt deze meta-analyse echter ook nadrukkelijk aan de power – al met al werden slechts 174 volwassenen gerandomiseerd – om de behandeling van refluxziekte ter bestrijding van chronische hoestklachten af te doen als obsoleet. Hoe het ook zij, het kan natuurlijk geen kwaad om patiënten met typische refluxklachten – zoals zuurbranden – volgens de geldende richtlijnen te behandelen; indien een gelijktijdig bestaande hoest verdwijnt, dient men zich echter te realiseren dat het heel goed mogelijk is dat dit niet een gevolg is van de ingestelde behandeling. Bart van Pinxteren

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen