Wetenschap

Berichtgeving door de huisarts bij bevolkingsonderzoeken

Gepubliceerd
29 september 2015

Samenvatting

Raams EJ, Wiersma Tj. Berichtgeving door de huisarts bij bevolkingsonderzoeken. Huisarts Wet 2015;58(10):514-7.
Bij de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker ontvangt de huisarts een afwijkende uitslag eerder dan de betrokken vrouw. Dat geeft de huisarts de gelegenheid de vrouw persoonlijk op de hoogte te brengen. Enkele dagen later ontvangt de vrouw dan alsnog de uitslagbrief van de screeningsorganisatie. Wij onderzochten in hoeverre huisartsen gebruikmaken van deze mogelijkheid en of de vrouwen dit ook de meest wenselijke manier vinden om die informatie te ontvangen.
Op basis van het Informatiesysteem Bevolkingsonderzoek Borstkanker en het Cervix Informatie Systeem nodigden wij 1200 vrouwen uit die in 2012 hadden deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek borstkanker of het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. In iedere groep had de helft van de aangeschreven vrouwen een afwijkende uitslag. Aan de 493 vrouwen die toestemden in deelname, stuurden we een vragenlijst.
In totaal stuurden 411 vrouwen (34,3%) de vragenlijst terug. Meer dan de helft van de vrouwen met een afwijkende uitslag was eerst gebeld door de huisarts of diens assistente en had de uitslagbrief van de screeningsorganisatie daarna gekregen. Meer dan 60% van de vrouwen was (zeer) tevreden over de manier waarop ze op de hoogte werd gebracht, ongeveer 20% was (zeer) ontevreden. De voornaamste reden voor ontevredenheid was dat de uitslag per brief was medegedeeld. Over de informatie die werd verstrekt door de huisarts of assistente waren de meeste vrouwen (zeer) tevreden.
De meeste vrouwen met een afwijkende uitslag bij het bevolkingsonderzoek zijn tevreden over de wijze waarop ze op de hoogte werden gebracht van de uitslag en over de informatie die daarbij verstrekt werd. Ontevredenheid ontstaat wanneer een vrouw eerst een uitslagbrief ontvangt.

Abstract

Raams EJ, Wiersma Tj. Reporting population screening results. Huisarts Wet 2015;58(10):514-7.
Abnormal results of population screening tests for breast and cervical cancer are sent to the general practitioner before they are sent to the woman concerned. This gives the GP the opportunity to tell the woman the results before she receives them from the screening organization several days later. We investigated whether GPs makes use of this opportunity and whether women find this the best way to receive their test results.
On the basis of information obtained from the Informatiesysteem Bevolkingsonderzoek Borstkanker en het Cervix Informatie Systeem (Information System for Population Screening for Breast Cancer and the Cervix Information System), 1200 women who had taken part in the national screening programme for breast cancer or cervical cancer in 2012 were approached for participation in this study. In both the breast and cervical cancer screening groups, half of the women approached had abnormal test results. The 493 who consented to participation were sent a questionnaire.
In total, 411 women (34.3%) returned the questionnaire. More than half of the women with an abnormal test result were telephoned by their GP or the GP assistant before receiving their results from the screening organization several days later. More than 60% were satisfied or very satisfied with how they were told their results; about 20% were unsatisfied or very unsatisfied. The main reason for this dissatisfaction was that women were told of their results by letter first.
Most women with an abnormal population screening test result are satisfied with the manner in which they are told of their results and with the information that they receive. Dissatisfaction arises if women are told of their results by letter first.

Wat is bekend?

  • Het bevolkingsonderzoek borstkanker en het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker stellen de huisarts in de gelegenheid een patiënt persoonlijk op de hoogte te brengen van een afwijkende uitslag.

Wat is nieuw?

  • De meeste vrouwen die een afwijkende uitslag hebben, krijgen daarvan bericht via de huisartsenpraktijk, waarna vanuit de screeningsorganisatie een brief volgt.
  • Vrouwen met een afwijkende uitslag blijken tevreden over deze berichtgeving.
  • Ontevredenheid over de berichtgeving ontstaat vooral wanneer de vrouw een afwijkende uitslag eerst per brief ontvangt.
  • Vrouwen met een afwijkend mammogram worden vaker via de huisartsenpraktijk verwittigd dan vrouwen met een afwijkend uitstrijkje.
  • Voor telefonische berichtgeving vanuit de screeningsorganisatie voelen de meeste vrouwen met een afwijkend mammogram maar weinig.

Inleiding

In het kader van de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker ontvangt de huisarts een afwijkende uitslag een paar dagen eerder dan de vrouw. Zo kan de huisarts haar persoonlijk op de hoogte brengen. Als de uitslag niet-afwijkend is, wordt de vrouw doorgaans schriftelijk op de hoogte gesteld. Voor zover wij konden nagaan is in Nederland nooit eerder onderzocht hoe de deelneemsters aan beide bevolkingsonderzoeken deze procedure waarderen en of er eventueel verbeteringen mogelijk zijn. Wij formuleerden daarom de volgende vragen:
  • op welke wijze ontvingen vrouwen met een afwijkende uitslag daarover bericht?
  • hoe tevreden zijn de betreffende vrouwen over deze wijze van berichtgeving?
  • wat zijn redenen voor tevredenheid of ontevredenheid, en wat zijn eventuele mogelijkheden voor verbetering?
  • zou, in het kader van het bevolkingsonderzoek borstkanker, een andere procedure de voorkeur hebben, bijvoorbeeld dat een deskundige van de screeningsorganisatie de vrouw informeert over de uitslag?

Methode

Vragenlijst

De gegevens voor dit onderzoek werden verzameld met behulp van een vragenlijst over de berichtgeving bij een afwijkende uitslag van de screening. Van tevoren was de vragenlijst op begrijpelijkheid getest in een pilotonderzoek onder enkele tientallen vrouwen. De vragenlijst bevatte ook items over het vervolgtraject in het ziekenhuis; die zijn voor de huisarts minder relevant en worden hier buiten beschouwing gelaten. De lijst bevatte de volgende voor dit onderzoek relevante vragen (vraag 5 werd alleen gesteld aan deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek borstkanker):
  • hoe hebt u de uitslag van de screening ontvangen? (meerkeuzevraag, [tabel 1]);
  • bent u tevreden over de manier waarop u op de hoogte bent gebracht van de uitslag? (vijfpunts tevredenheidsschaal, [tabel 2]);
  • hebt u redenen voor (grote) tevredenheid dan wel (grote) ontevredenheid? (open vraag);
  • geeft u voor ontvangst van de uitslag de voorkeur aan (telefonisch) contact met de huisarts, dan wel aan een brief? (voorkeur aangeven);
  • zou u eventueel een voorkeur hebben voor (telefonische) berichtgeving door een deskundige van de screeningsorganisatie, die dan meteen een vervolgafspraak in het ziekenhuis kan maken, in plaats van het bericht te ontvangen via uw huisarts of een van diens medewerkers? (ja/nee).

Deelnemers

Voor het onderzoek kwamen vrouwen in aanmerking die in 2012 hadden deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek borstkanker of baarmoederhalskanker. Uit het Informatiesysteem Bevolkingsonderzoek Borstkanker (IBOB) en het Cervix InformatieSysteem (CIS) selecteerden wij steeds at random 300 vrouwen met een afwijkende uitslag en 300 vrouwen met een niet-afwijkende uitslag in de laatste screeningsronde. Deze 1200 vrouwen ontvingen een brief met een verzoek tot deelname. De 493 vrouwen die daarmee instemden door de antwoordstrook terug te sturen, kregen al naar gelang hun voorkeur een papieren of een digitale vragenlijst.

Analyse

Alle data werden in SPSS verzameld, beschrijvend samengevat en waar nodig getoetst.

Resultaten

Respondenten

In totaal 411 vrouwen (34,3%) stuurden de vragenlijst terug. Van hen hadden er 237 deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek borstkanker en 174 aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Van de respondenten uit het borstkankerprogramma hadden er 127 (53,6%) een afwijkende uitslag ontvangen, van de respondenten uit het baarmoederhalskankerprogramma waren dat er 95 (54,6%).
De leeftijdsverdeling van de respondenten kwam overeen met die van de niet-respondenten. Van de respondenten had 97,8% de Nederlandse nationaliteit, vergeleken met 96,5% voor alle deelneemsters aan beide bevolkingsonderzoeken. Eventuele verschillen in opleidingsniveau konden we niet nagaan, omdat het opleidingsniveau van de niet-respondenten niet bekend was.

Berichtgeving bij een afwijkende uitslag

De wijze waarop vrouwen hun afwijkende uitslag ontvingen, is weergegeven in [tabel 1]. Bij het bevolkingsonderzoek borstkanker werd driekwart van de vrouwen met een afwijkende uitslag door de huisarts op de hoogte gebracht. De anderen belden zelf of ontvingen eerst een brief. Bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker werd ongeveer de helft van de vrouwen met een afwijkende uitslag eerst gebeld door de huisarts of assistente, 23% kreeg eerst een brief en werd daarna gebeld door de huisartsenpraktijk of belde deze zelf, en 10% belde de huisartsenpraktijk zelf, waarna de uitslagbrief volgde. Huisbezoeken door de huisarts werden door deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker niet gemeld.
Het verschil is significant: deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek borstkanker werden vaker ingelicht door de huisarts dan deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker (75% (95%-BI 67,2 tot 82,5%) versus 53% (95%-BI 42,4 tot 62,9%); chikwadraattoets = 11,8; df = 1; p = 0,001).
Tabel1Berichtgeving over een afwijkende uitslag in de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker
BerichtgevingBorstkankerBaarmoederhalskanker
n(%)n(%)
De huisarts of assistente belde mij, daarna ontving ik een brief 79 (62)50 (53)
Ik ontving eerst een brief, daarna heb ik de huisarts of assistente gebeld 13 (10)18 (19)
Ik belde de huisarts of assistente, daarna ontving ik een brief 2 (2)10 (10)
Ik ontving eerst een brief, daarna belde de huisarts of assistente mij 3 (2) 4 (4)
De huisarts kwam op huisbezoek, daarna ontving ik een brief 16 (13) 0 (0)
Anders 14 (11)13 (14)
Totaal127(100)95 (100)

Tevredenheid over de berichtgeving bij een afwijkende uitslag

De mate van tevredenheid over de communicatie van een afwijkende uitslag in de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker valt af te lezen uit [tabel 2]. Van de deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek borstkanker blijkt 66% (zeer) tevreden over de manier waarop ze op de hoogte werd gebracht. Bij de deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker ligt dit percentage met 61% iets lager. Dit verschil is niet significant (chikwadraattoets = 0,61; df = 1; p = 0,44).
Tabel2Tevredenheid over de communicatie van een afwijkende uitslag in de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker
TevredenheidBorstkankerBaarmoederhalskanker
n(%)n(%)
Zeer ontevreden 16 (13)11 (12)
Ontevreden 8 (6)11 (12)
Neutraal 19 (15)15 (16)
Tevreden 53 (42)45 (47)
Zeer tevreden 31 (24)13 (14)
Totaal127(100)95(100)
Als voornaamste redenen voor tevredenheid gaven de respondenten aan dat het prettig was de huisarts of assistente rechtstreeks te spreken, dat de uitleg helder was en dat zij werden gerustgesteld. In beide bevolkingsonderzoeken gaf de huisarts of assistente tijdens het eerste contact informatie over de betekenis van de uitslag (driekwart van de contacten), over het vervolgonderzoek in het ziekenhuis (tweederde van de contacten) of over de ernst van de mogelijke ziekte (eenderde van de contacten).
In het bevolkingsonderzoek borstkanker was 19% van de vrouwen met een afwijkende uitslag (zeer) ontevreden over de manier waarop ze op de hoogte waren gebracht; in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker was dit 24% (het verschil is niet significant: chikwadraattoets = 0,6; df = 1; p = 0,44). Als voornaamste reden gaven zij aan dat zij de uitslag eerst via een brief hadden ontvangen. Andere redenen voor ontevredenheid waren dat het bericht op een ongelukkig tijdstip kwam (bijvoorbeeld tijdens een vakantie) of dat de screening fout-positief bleek en bij vervolgonderzoek geen maligniteit werd gevonden.

Telefonische uitslag vanuit de sceeningsorganisatie?

De deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek borstkanker vroegen wij wat zij vonden van de mogelijkheid om bij een afwijkende uitslag gebeld te worden door een deskundige van de screeningsorganisatie. Daarbij gaven we aan dat dit de wachttijd tot vervolgonderzoek zou kunnen bekorten. Van de vrouwen met een afwijkende uitslag gaf 31% aan dat deze optie hun voorkeur zou hebben. De overige 69% prefereerde berichtgeving vanuit de huisartsenpraktijk, waarbij 89% de voorkeur zou geven aan telefonische communicatie en 6% aan een brief.
De deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker kregen deze vraag niet voorgelegd omdat de uitstrijkjes in de huisartsenpraktijk worden afgenomen en berichtgeving door de screeningsorganisatie niet in de rede ligt.

Beschouwing

Bij de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker worden vrouwen met een afwijkende uitslag meestal door de huisartsenpraktijk telefonisch op de hoogte gebracht, waarna de uitslagbrief van de screeningsorganisatie volgt. De vrouwen waren overwegend (zeer) tevreden over deze gang van zaken. Ze vonden het prettig de huisarts of assistente te spreken, vonden de uitleg helder en werden gerustgesteld. Een deel van de vrouwen ontving eerst een uitslagbrief van de screeningsorganisatie, waarna telefonisch contact volgde met de huisartsenpraktijk. Met name deze groep was ontevreden over de berichtgeving. De meeste vrouwen met een afwijkende uitslag voelen maar weinig voor berichtgeving door een deskundige van de screeningsorganisatie.
Onze bevindingen zijn in lijn met de schaarse internationale literatuur over de berichtgeving bij de uitslag van diagnostisch onderzoek. Bij afwijkende bevindingen prefereren patiënten persoonlijke communicatie door een hen bekende hulpverlener, van wie ze uitleg kunnen krijgen over de betekenis van de uitslag. Bij normale bevindingen kan worden volstaan met schriftelijke of elektronische berichtgeving.12345
Deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek borstkanker worden significant vaker door de huisartsenpraktijk op de hoogte gebracht van een afwijkende uitslag dan deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Ons onderzoek verschaft geen informatie over de redenen, maar vermoedelijk heeft dit te maken met het feit dat de kans op een maligniteit bij een afwijkend mammogram aanzienlijk groter is dan bij een afwijkend uitstrijkje. Wel vonden we een tendens naar iets geringere tevredenheid bij deelneemsters aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker, die lijkt samen te hangen met het feit dat de berichtgeving bij hen vaker schriftelijk verloopt.
Beperkingen van ons onderzoek zijn het feit dat alle uitgenodigde vrouwen woonachtig waren in Noord-Brabant en Limburg (het verzorgingsgebied van Bevolkingsonderzoek Zuid), en het matige responspercentage van 34%. Het eerste achten we weinig bezwaarlijk omdat de berichtgeving overal in Nederland op dezelfde wijze georganiseerd is. De leeftijdsverdeling van de respondenten kwam vrijwel geheel overeen met die van de niet-respondenten en respondenten met een afwijkende uitslag waren niet significant oververtegenwoordigd. Hiermee lijken de uitkomsten representatief.

Conclusie

De organisatie van de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker biedt huisartsen de mogelijkheid hun patiëntes persoonlijk van een afwijkende uitslag op de hoogte te stellen voordat zij daarover een brief van de screeningsorganisatie krijgen. Over het geheel genomen blijken de huisartsen deze mogelijkheid goed te gebruiken en zijn de betrokken vrouwen tevreden over deze werkwijze. Het ligt dan ook in de rede om bij het bevolkingsonderzoek darmkanker, dat vanaf 2014 gefaseerd wordt ingevoerd, de berichtgeving op dezelfde wijze te verzorgen.
Ons onderzoek verschaft geen inzicht in de reden waarom sommige vrouwen niet persoonlijk werden verwittigd voordat zij de brief met de uitslag kregen. Het kan zijn dat de huisarts niet de moeite nam, het kan ook zijn dat de vrouw onbereikbaar was. Er lijkt dus wel enige verbetering in de berichtgeving te bereiken door van tevoren duidelijk af te spreken wie, wanneer en op welke wijze contact zal opnemen om de uitslag mede te delen. Verder lijkt het raadzaam dat de screeningsorganisatie in de uitslagbrief minder stellig vermeldt dat de huisarts al gebeld heeft. De betreffende zin zou kunnen worden vervangen door: ‘Wellicht hebt u deze uitslag al vernomen van de huisarts’. Hiermee kan onvrede worden voorkomen als het alsnog misgaat met de persoonlijke mededeling.

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen