Praktijk

Bij de LESA Dysplastische Heupontwikkeling

Gepubliceerd
5 oktober 2010

Risico’s in kaart

In een normpraktijk van 2350 patiënten worden jaarlijks zo’n 30 kinderen geboren. Bij gemiddeld 1 van hen kan een dysplastische heupontwikkeling worden aangetoond, die in 85% van de gevallen spontaan geneest. Voor de jeugdarts en huisarts is het belangrijk dysplastiche heupontwikkeling te signaleren en daarop afgestemd de juiste kinderen te verwijzen en de goede nazorg te verlenen. Een familiaire belasting speelt een rol, zoals coxartrose op jonge leeftijd. Een verhoogd risico is er ook bij kinderen met dysmorfe kenmerken en bij kinderen die zijn geboren in een stuitligging.

Verwijzing en voorlichting

Belangrijk in deze LESA is de rechtstreekse verwijzing door de jeugdarts naar de (kinder)orthopeed dan wel diens rechtstreekse aanvraag van een echo/röntgen. De indicaties daarvoor worden overzichtelijk samengevat in een tabel. De rechtstreekse verwijzing vraagt om afstemming van de berichtgeving tussen huisarts en jeugdarts en om terugrapportage van de specialist naar beide behandelaars. Bij de voorlichting kunnen huisarts en jeugdarts gebruikmaken van de NHG-Patiëntenbrief Afwijkingen in de ontwikkeling van de kinderheup. Ouders van kinderen met een dysplastische heupontwikkeling kunnen terecht op de website van de patiëntenvereniging: www.heupafwijkingen.nl.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen