Nieuws

Een astma/COPD-dienst voor de eerste lijn

0 reacties
Gepubliceerd
7 januari 2013
Dossier
De diagnostiek van astma en COPD is complex. Zou een astma/COPD-dienst soulaas kunnen bieden voor de huisarts? Annelies Lucas bespreekt in haar proefschrift op grondige wijze of een astma/COPD-dienst betrouwbare en valide ondersteuning aan de huisarts kan bieden bij het stellen van de diagnose astma en COPD en de behandeling van deze patiënten.

Het diagnostische model

In het eerste hoofdstuk beschrijft Lucas dat slechts één op de drie patiënten die als werkdiagnose astma of COPD had - norm: vermelding in het HIS of gebruik medicatie - daadwerkelijk bleek te voldoen aan de vastgestelde criteria voor de diagnose astma en COPD. Alle patiënten met de werkdiagnose astma of COPD komen volgens haar in aanmerking voor een herevaluatie van de diagnose, bijvoorbeeld bij een astma/COPD-dienst. De verwezen patiënt met een verdenking van astma of COPD vult bij een dergelijke dienst een gestandaardiseerde vragenlijst in over zijn ervaren klachten en zijn medische voorgeschiedenis. Daarnaast ondergaat de patiënt een longfunctiemeting. Een (consulent) longarts beoordeelt deze ‘papieren’ uitslagen. Vervolgens rapporteert de longarts de gestelde diagnose en eventuele behandelingsadviezen aan de huisarts.

Valide en betrouwbaar

Lucas stelt dat de astma/COPD-dienst valide diagnosen kan geven aan de huisarts. Een vergelijking tussen een volledig consult bij twee longartsen en de ‘papieren’ gegevens van de astma/COPD-dienst leverde een goede overeenstemming op (Cohen’s kappa 0,82). Ook ontdekte Lucas dat de inter- en intrabeoordelingen van de ‘papieren’ gegevens redelijk tot goed waren (Cohen’s kappa 0,67 en 0,66). Het aangeven van de mate van stabiliteit van de aandoening wisselde echter sterk tussen de longartsen. Medicamenteuze adviezen geven op basis van de stabiliteit van de aandoening bij ‘papieren’ gegevens is hierdoor lastig.

Overbehandeling

Een opvallend resultaat in het proefschrift is dat van de 2271 aangemelde patiënten bij de astma/COPD-dienst 30% inhalatie­corticosteroïden (ICS) gebruikte, zonder een duidelijke reden. Na het advies expliciet te stoppen met ICS, bleek dit bij 11% van deze patiënten na 1 jaar geen enkel probleem te zijn.

Conclusies

Lucas concludeert dat een astma/COPD-dienst kan bijdragen aan de diagnostische ondersteuning voor huisartsen. Dit geldt voor patiënten met een verdenking op astma of COPD, maar ook voor patiënten bij wie de werkdiagnose astma en COPD al eerder gesteld is. Ook adviseert de promovenda de diagnose astma of COPD met zekerheid te bevestigen alvorens te starten met behandeling. Dit voorkomt overbehandeling.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen