Nieuws

Een richtlijn heeft niet altijd gelijk

Gepubliceerd
8 juni 2010

NHG-Standaarden schijnen in 80% te worden gevolgd. Niemand weet eigenlijk of dat veel of weinig is en wat een correct percentage zou zijn. De politiek breekt daarover al langer het hoofd en het antwoord lijkt niet in zicht, als er al een antwoord zou bestaan. Bij een systeem dat uitgaat van ‘pay-for-performance’ kunnen artsen in de verleiding komen om uitzonderingen te verzinnen om op die manier te voldoen aan een vooraf bepaalde uitkomst (gaming). In een groot ziekenhuis in de VS deed men een poging om te beoordelen of artsen wel terecht een medische uitzondering op het beleid van de geldende richtlijn opgaven. De richtlijnen werden gevolgd bij 53,3% tot 90,2% van de aanbevelingen. Gedurende 7 maanden beoordeelde een commissie alle 650 medische uitzonderingen die werden gemeld door 87 verschillende artsen. Het ging daarbij om vrij algemene richtlijnen over diabetes mellitus, hart- en vaatziekten en preventie, ook toepasbaar in de huisartsenpraktijk. Bijna 94% van de uitzonderingen bleek terecht en 3% onterecht; nog eens 3% was onduidelijk. De artsen kregen bericht van een onterechte of onduidelijke uitzondering. Zij pasten daarop hun beleid aan in 10 van de 31 gevallen. De beoordelingscommissie besteedde achteraf meer dan 5 uur aan zo’n beleidswijziging. Daarbij ging het niet om wereldschokkende zaken: een niet afdoende gecontroleerde diabetespatiënt die geen verhoogde glucose meer had na aanpassing van zijn leefstijl of het niet voorschrijven van een statine aan een patiënt in verband met stabiele levercirrhose. Kortom: als dokters zich beriepen op een medische uitzondering dan was dat bijna altijd terecht. Er was geen sprake van fraude en de kosten voor correctie van een uitzondering waren erg hoog. De professionals deden dus gewoon hun werk, zoals we ook konden verwachten. Mooi dat we dat weten. (Henk van Weert)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen