Nieuws

Longembolie uitsluiten met simpele test

Gepubliceerd
10 februari 2006

Een trombosebeen en vooral longembolie zijn ernstige aandoeningen met forse morbiditeit en mortaliteit als ze niet behandeld worden. In de huisartsenpraktijk komen beide gelukkig niet zo vaak voor, maar huisartsen leggen terecht de verwijsdrempel voor beide aandoeningen laag. Dat heeft als gevolg dat slechts een op de zes van de verwezen patiënten een trombosebeen of embolie blijkt te hebben. Een striktere selectie in de eerste lijn biedt niet alleen grote financiële voordelen, maar voorkomt ook onnodige paniek bij patiënt en huisarts. Stapsgewijs worden diagnostiek en behandeling vereenvoudigd. De diagnostiek en behandeling van het trombosebeen kunnen al voor een groot gedeelte in de eerste lijn plaatsvinden (Huisarts Wet 2005;48:625-9) en nu is ook aangetoond dat men longembolie op eenzelfde wijze als het trombosebeen kan benaderen. Met behulp van een eenvoudige klinische beslisregel en een D-dimeertest kan bij ongeveer eenderde van de patiënten, bij wie een longembolie wordt vermoed, zonder verdere diagnostiek een embolie veilig worden uitgesloten. Bij slechts 4 van de 1028 patiënten met negatieve D-dimeer en klinische beslisregel werd gedurende 3 maanden follow-up een embolie vastgesteld. Dat zijn er minder dan in de groep die na een negatieve spiraal-CT werd vervolgd (10/1436). Op dit moment moet de huisarts een patiënt voor een D-dimeer nog verwijzen naar een lab of ziekenhuis, maar als de eenvoudige bed-side D-dimeertest er straks is, is ook dat niet meer nodig. Dan kan de huisarts trombose en/of longembolie bij de patiënt thuis veilig uitsluiten. (HvW)

Literatuur

  • 1.Söhne M. The diagnosis and prognosis of pulmonary embolism [Proefschrift]. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. 2005.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen