Nieuws

Niet lekker in je vel

Gepubliceerd
10 november 2005

Van alle patiënten die bij de huisarts komen, heeft een kwart tot de helft een lichamelijk onverklaarde klacht. Voor deze patiënten heeft de huisarts geen NHG-Standaard met richtlijnen voor een effectieve behandeling. Vanuit de tweede lijn is wel een serie behandelingsstrategieën beschikbaar met daarin protocollen voor lichamelijk onverklaarde klachten (somatoforme stoornissen).1 Roland Rogiers et al. hebben gepoogd voor de huisarts behandelopties aan te dragen voor een breed scala aan lichamelijk onverklaarde klachten. Rogiers is docent aan de universiteit van Gent en heeft ervaring met het trainen van huisartsen. In het boek is de uitleg over diagnostiek en behandeling opgebouwd rondom de verschillende klachten en de auteurs illustreren de behandeling met eigen casuïstiek en voorbeelden uit de literatuur. In elk hoofdstuk staan behandelschema’s van meer dan tien cognitieve-gedragsmatige therapieën met een kort overzicht van de belangrijkste kenmerken van de aanpak. Het belangrijkste gemis van het boek is een overkoepelend theoretisch kader; hoe verhouden de verschillende klachten zich tot elkaar en wat is een gemeenschappelijke achtergrond voor de behandeling. Volgens de auteurs is er voor de behandeling met cognitieve gedragstherapie in de huisartsenpraktijk een ‘evidence level-1’ (Cochrane). Dit is misleidende informatie want nagenoeg alle reviews zijn gebaseerd op tweedelijns- of zelfs derdelijnsbehandeling met psychotherapeuten die 8-16 sessies uitvoerden van een uur. Misschien zijn om deze reden de tijdsinvesteringen voor de huisarts en praktische details van de uitwerking van de behandeling in het boek achterwege gelaten. Want zo’n behandeling is onvergelijkbaar met de mogelijkheden van de huisarts. Ook vinden de auteurs dat hypochondrie, lichamelijk onverklaarde klachten, moeheid of slaapproblemen zo verschillend zijn dat er meer dat tien verschillende behandelmethoden met schema’s en literatuurverwijzingen aan te pas moeten komen. Wat de auteurs niet vermelden, is dat uit de literatuur blijkt dat de door de huisarts uitgevoerde cognitieve gedragstherapie niet altijd effectief was om lichamelijke onverklaarde klachten te verminderen. Voor huisartsen blijft het lastig om uit te zoeken wat nu wel en wat nu niet werkt. Misschien moeten we toch maar werk maken van een NHG-Standaard? Conclusie: het boek snijdt een belangrijk onderwerp aan, maar de kwaliteit is onvoldoende voor een effectieve behandeling door de huisarts.

Ingrid Arnold

Literatuur

  • 1.Spinhoven Ph, Bouman TK, Hoogduin CAL, redactie. Behandelingsstrategieën bij somatoforme stoornissen. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, 2001.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen