Nieuws

Resistentie S. aureus en huidinfecties

Resistentie tegen antibiotica is een wereldwijd probleem dat sterk is geassocieerd met de hoeveelheid gebruikte antibiotica. Adequaat voorschrijven van antibiotica (op een juiste indicatie en met het juiste middel) is belangrijk om de ontwikkeling van resistentie tegen te gaan. De keuze voor een antibioticum is idealiter gebaseerd op het resistentiepatroon van de bacterie die de infectie veroorzaakt, welke veelal afkomstig is uit de commensale microbiota. Huisartsen behandelen het merendeel van de bacteriële huidinfecties, maar informatie over het resistentiepatroon van Staphylococcus aureus, een van de veelvoorkomende verwekkers, is tot heden grotendeels gebaseerd op monsters afkomstig van intensivecare-patiënten. Voor het APRES-onderzoek zijn in 9 Europese landen, waaronder Nederland, monsters afgenomen uit het neusslijmvlies van eerstelijnspatiënten zonder huidige infectie. Hieruit is S. aureus geïsoleerd om zo het resistentiepatroon van de commensale S. aureus te bepalen. In deze bijdrage laten we zien dat de bestaande NHG-richtlijnen voor het behandelen van bacteriële huidinfecties adequaat zijn, in het licht van het resistentiepatroon van S. aureus bij patiënten in de huisartsenpraktijk.

Resistentie van S. aureus

In 2010-2011 is in 27 Nederlandse huisartsenpraktijken bij 3814 patiënten, die niet recent antibiotica gebruikten of in het ziekenhuis opgenomen waren geweest, een neuswat afgenomen. In 28% van de monsters werd S. aureus aangetroffen. De [figuur] laat de resistentie zien van S. aureus bij volwassenen (18+) en kinderen (4-18 jaar) tegen veelgebruikte antibiotica. In het algemeen is het resistentieniveau laag (minder dan 10% van de bacteriën was resistent), behalve voor penicilline (gemiddeld 69% resistent). Binnen Nederland waren er geen noemenswaardige verschillen qua resistentie. Bij (slechts) negen patiënten (0,8%) werd een methicilline-resistente S. aureus (MRSA) aangetroffen.

resistentieniveau en richtlijnen

De geadviseerde orale antibiotica voor de behandeling van aan S. aureus gerelateerde huidinfecties bij volwassenen en kinderen zijn, in het licht van de resistentie van S. aureus, adequaat [tabel]. Pas wanneer meer dan 20% van de bacteriën resistent is, wordt een ander antibioticum aangeraden. Voor de behandeling van impetigo wordt aanbevolen eerst een lokaal antibioticum (fusidinezuur) te gebruiken. Bij volwassenen bleek 5% en bij kinderen minder dan 1% van de bacteriën resistent tegen fusidinezuur, dus ook dat is een adequate optie voor de behandeling.
TabelHet resistentieniveau van Staphylococcus aureus in Nederland voor eerste- en tweede keus orale antibiotica voor verschillende bacteriële huidinfecties vo
Eerste keus% resistentTweede keus% resistent
ImpetigoVolwassenenFlucloxacilline1,0Azithromycine6,9
KinderenFlucloxacilline0,0Azithromycine5,9
Cellulitis en erysipelasVolwassenenFlucloxacilline1,0Claritromycine5,5
KinderenClarithromycine4,2Azithromycine 5,9
Folliculitis en furunkel Flucloxacilline1,0n.v.t.

Conclusie

Gezien de lage resistentie die we vonden voor S. aureus in de commensale microbiota zullen hieraan gerelateerde huidinfecties in Nederland goed te behandelen zijn met de orale antibiotica die in de NHG-Standaard aanbevolen worden. De uiteindelijke effectiviteit van het antibioticum is uiteraard nog van vele andere factoren afhankelijk, zoals bijvoorbeeld het ziektebeeld en de therapietrouw van de patiënt.
De data waarop deze tekst is gebaseerd zijn verzameld in het kader van de APRES-studie. De studie is gesubsidieerd door de Europese Commissie en heeft in negen Europese landen de resistentiepatronen in commensale S. aureus, voorschrijfdata en nationale behandelrichtlijnen geanalyseerd. In de APRES-studie is samengewerkt tussen het NIVEL en de universiteiten van Maastricht, Antwerpen en Nottingham. Meer informatie is te vinden op www.nivel.eu/apres.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen