Nieuws

Spanning tussen empathie en professioneel handelen

1 reactie
Gepubliceerd
1 februari 2018
Een tweedehandsautoverkoper zal meer verkopen als hij empatisch is, maar moeten huisartsen ook empathisch zijn? Empathie is veel meer dan alleen communicatie. Binnen de arts-patiëntrelatie is rationeel onderbouwde communicatie met de nodige distantie niet alleen effectiever, maar ook rechtvaardiger. Dat kan op gespannen voet staan met empathie.
Er valt heel wat af te dingen op de bewering van Derksen et al. dat empathie de kracht is van de huisarts.1,2,3 Volgens Derksen et al. is er pas echt sprake van empathie als voor het gedrag van de arts de emoties van de patiënt bepalend worden. Zij noemen dat ‘de patiënt serieus nemen’. Wat zij vergeten, is dat patiënten zich kunnen vergissen en dat hun als authentiek ervaren emoties het gevolg kunnen zijn van beïnvloeding door reclame, media of internet. Je zou verwachten dat de arts een wat afstandelijker rol heeft en de wensen van de patiënt kritisch ter discussie stelt. Niet alle patiënten die een empatische huisarts verwachten, zullen deze houding dan nog als empatisch ervaren. Empathie heeft alleen oog voor het eigenbelang, want de emoties die het eigen lijden oproept zijn over het algemeen sterker dan die voor een verre naaste.
Door richtlijnen en triage is de gezondheidszorg efficiënt georganiseerd. Het is een van de taken van de huisarts om hiervoor zorg te dragen en een van de basisprincipes van evidence-based medicine.4 Naast de wensen van de patiënt speelt wat er medisch effectief en maatschappelijk geaccepteerd is en die aspecten staan ook in onze richtlijnen. Om uit het dilemma te komen van emotie versus verstand is er voor de huisarts, samen met zijn patiënt, een belangrijke taak weggelegd. Rationele argumenten kunnen emotionele inzichten veranderen, maar omgekeerd is dat niet mogelijk. Feiten blijven feiten, ook al weigert iemand ze te accepteren.

Verschillende waarden en normen

Empathie maakt mensen aardiger en verdraagzamer, en leidt tot moreel gedrag. Reden voor Derksen om meer aandacht voor empathie in de huisartsopleiding te vragen. Het probleem dat iemand eerder geneigd is zich empatisch te gedragen naar mensen met wie hij normen en waarden deelt, wordt ook door hem onderkend. Hoe om te gaan met patiënten met verschillende culturele achtergronden en verschillende interpretaties van levensvragen en seksualiteit zijn echter kwesties waarbij iedere arts alleen zijn eigen geweten als verantwoording heeft.
Derksen wil meer aandacht voor attitude in het beroepsonderwijs en meer intervisie. Als hij hiermee bedoelt de morele opvattingen van aios te veranderen of bij te sturen, valt dat buiten de competentie van de huisartsopleiding. De slotopmerking van Derksen dat kennis vooraf van persoonlijke, maatschappelijke en cultuurgebonden kenmerken en opvattingen van de aios onontbeerlijk zijn, wekken de suggestie dat de opstellers het alleenrecht op een morele waarheid menen te bezitten en op grond hiervan uit te willen maken wie een geschikte huisarts is en wie niet.

Huisarts, blijf bij je klinische leest

Huisartsgeneeskunde is een algemeen klinisch vak, morele normen daarentegen zijn een persoonlijke keuze. Ruim tien jaar geleden riepen enkele hoogleraren Huisartsgeneeskunde huisartsen op zich te richten op hun klinische leest, met aandacht voor een gedegen klinische oriëntatie en wetenschappelijke scholing.5 Communicatie- en attitudeonderwijs zijn hulpmiddelen om de boodschap zo goed mogelijk te vertalen naar de patiënt en krijgen binnen het algemeen curriculum en binnen de huisartsenopleiding genoeg aandacht. Het opleiden tot empathische huisartsen gaat echter te ver. Daarom is het misschien ook goed om met stelling zeven uit het proefschrift van Frans Derksen te eindigen.6 ‘Het is gewaagd en kortzichtig om empathie te beschouwen als een panacee voor vele maatschappelijke en politieke problemen.’ (reactie op: De empatische samenleving van Jesse Klaver).7 En dat is zo.

Literatuur

  • 1.Derksen F. Empathie, een kracht van de huisarts in gevaar? Huisarts Wet 2018;61:DOI 10.1007/s12445-017-1040-5.
  • 2.Bloom P. Against empathy. The case for rational compassion. Londen: Pinguin Random House, 2016.
  • 3.Devis I. Het emphatisch te veel. Op naar een werkbare onverschilligheid. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016.
  • 4.Sackett DL, Rosenberg WMC, Gray JAM, Haynes RB, Richardson WS. Evidence based medicine: what it is and what it isn’t. BMJ 1996;312:71.
  • 5.Verhey T, Pieters R, Ruten G, Hoes A. Huisarts, blijf bij je klinische leest! Huisarts Wet 2006:49(2);75-7.
  • 6.Derksen F. Perspectives on empathy in patiënt - GP communication [proefschrift]. Nijmegen: Radboud University Medical Centre, 2017.
  • 7.Klaver J. De empathische samenleving. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016.

Reacties (1)

P.L.B.J. Lucassen (niet gecontroleerd) 9 februari 2018

Een empathische hulpverlener is effectiever dan een niet-empathische. Daarom moeten huisartsen empathisch zijn.
Het is alleen de vraag wat dat precies is, empathisch zijn. Derksen definieert empathie op een manier waarmee ik problemen heb: empathie is 'de activiteit van een dokter om de ervaringen en gevoelens van een patiënt te begrijpen, hierover met patiënten te praten, de juistheid van zijn of haar eigen gedachten te toetsen en op basis daarvan te handelen.' Deze definitie, en dan met name het laatste deel ervan, zou je kunnen vertalen zoals Pleumeekers doet: 'er is pas echt sprake van empathie als voor het gedrag van de arts de emoties van de patiënt bepalend worden.' Dat is iets dat ik beslist niet zou willen, want dan verwordt het contact met de patiënt tot een 'u vraagt, wij draaien.' Ik denk dat de huisarts zeker een taak heeft bij het kritisch bespreken van wat er kan en moet. Daarin ben ik het dus met Pleumeekers eens. Dat geldt ook voor wat hij zegt over de onmogelijkheid je als huisarts te kunnen verplaatsen in de gevoelens van allerlei patiënten. Ten eerste zou dat bij mij tot uitputting leiden en ten tweede kan ik me in sommige mensen echt niet verplaatsen. Ondanks deze overeenkomsten verschil ik toch op een aantal belangrijke punten wel van mening met Pleumeekers.
Allereerst heb ik het gevoel dat hij het kind met het badwater weggooit. Er zijn immers verschillende manieren om het woord empathie te gebruiken, bijvoorbeeld zoals in de frase 'warm, friendly and empathic manner' bij de beschrijving van het gedrag van een hulpverlener. Hier gaat het niet speciaal om de gevoelens van de patiënt en het bespreken ervan, maar wel om een vriendelijke bejegening met interesse in de persoon van de patiënt. Dit gedrag werkt aantoonbaar beter en is dus (ook volgens RCTs) effectiever bij het behandelen van mensen. Hierover leren onze aios veel: exploreren van de klacht, achterhalen van de reason for encounter, samenvatten (en daarmee blijk geven de patiënt goed gehoord te hebben), het samen met de patiënt werken aan een gemeenschappelijk doel, het gezamenlijk beslissen, een therapeutische werkrelatie creëren etc. Dit maakt een dokter tot een goede dokter en dat geldt niet alleen voor huisartsen!
Ten tweede, klopt het wel dat door richtlijnen en triage de gezondheidszorg efficiënt georganiseerd is? En wat betekent efficiënt georganiseerd? Laat ik voorop stellen dat ik blij ben dat er richtlijnen zijn, dat is een groot goed. Maar ondanks die richtlijnen zijn er in Nederland een miljoen mensen die antidepressiva slikken, medicijnen die in de eerste lijn maar bij 1 op de 5 mensen helpen. Er zijn grote problemen bij het behandelen van mensen met langdurig onverklaarde klachten. Als je trouw alle richtlijnen volgt dan loop je vast bij mensen met comorbiditeit. In Engeland heeft de introductie van de QOF geleid tot verbeteren van de gezondheidsparameters waarvoor huisartsen betaald werden als ze voldeden aan de targets; dit ging niet gepaard met veranderingen in de mortaliteit en wel met verslechtering op die terreinen waar geen vergoedingen voor het halen van de targets waren. Het is niet voor niets dat het BMJ de ‘Too much medicine’ campagne heeft gelanceerd en dat er in Canada een beweging is genaamd ‘Less is more medicine’. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van het niet efficiënt georganiseerd zijn van de gezondheidszorg. De meeste van deze zaken zijn te verbeteren door beter te communiceren met de patiënt als persoon.
Ten derde: feiten zijn feiten! Als dat waar was zou ons dagelijks werk vele malen eenvoudiger zijn. Hoe dubbelzinnig zijn vele symptomen? Als iemand zegt pijn op de borst te hebben dan is dat een feit, maar wat betekent dat feit? Regelmatig kom je er als dokter niet uit. Soms zie je een vlekje op de thoraxfoto, dat is een feit. Maar wat betekent het? Soms een carcinoom en soms blijft het onduidelijk. En vervolgens stelt Ignaas Devisch, filosoof en schrijver van het boek ‘Het empathisch teveel’, op zijn website (www.ignaasdevisch.com): ‘Als er al feiten voor zich spreken, dan zeker niet de resultaten van een steekproef. Het blijft altijd moeilijk om cijfers te interpreteren en er eenduidige conclusies aan te verbinden.’ En verder: ‘Hoe weet je of die cijfers betrouwbaar zijn?’ Een sluitende garantie daarvan heb je nooit. Mogelijk heeft de helft van de participanten de steekproef ingevuld tussen de soep en de patatten, of hebben ze er met hun pet naar gegooid om er snel vanaf te zijn.’ Huisartsen werken in een onzekere sfeer en hebben gelukkig geregeld houvast aan een richtlijn, maar veel blijft onduidelijk en onzeker en is alleen in goede banen te leiden door een goed contact met de patiënt als persoon.
Peter Lucassen, huisarts