Wetenschap

Stop SPUTOVAMO nu!

0 reacties
Gepubliceerd
11 januari 2018
Sinds 2011 gebruiken artsen op huisartsenposten en spoedeisendehulpafdelingen SPUTOVAMO om kindermishandeling op te sporen. Veel huisartsen vinden het invullen van dit instrument maar een hinderlijke onderbreking van hun meestal drukke dienst. Met een lage positief voorspellende waarde lijkt het instrument ook nauwelijks een meerwaarde te hebben voor het ontdekken van kindermishandeling.

Samenvatting

Sinds 2011 gebruiken artsen op huisartsenposten en spoedeisendehulpafdelingen SPUTOVAMO om kindermishandeling op te sporen. Veel huisartsen vinden het invullen van dit instrument maar een hinderlijke onderbreking van hun meestal drukke dienst. Met een lage positief voorspellende waarde lijkt het instrument ook nauwelijks een meerwaarde te hebben voor het ontdekken van kindermishandeling. We moeten stoppen met het invullen van SPUTOVAMO en alternatieve protocollen ontwikkelen.
Toen uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) was gebleken dat medewerkers binnen de spoedzorg kindermishandeling vaak missen, hebben huisartsenposten en ziekenhuizen het screeningsinstrument SPUTOVAMO moeten invoeren. Voor de huisartsenposten komt het erop neer dat het registratiesysteem bij alle kinderen tot 18 jaar zes vragen stelt om zo te achterhalen of er mogelijk sprake is van kindermishandeling. De vragen zijn al ingevuld, ervan uitgaande dat er geen kindermishandeling heeft plaatsgevonden. Waar het kind ook mee komt – oorpijn, koorts of een omgezwikte enkel – de huisarts kan het contact niet afsluiten zonder de SPUTOVAMO in te vullen.
In de praktijk kijk ik nauwelijks nog naar die vragen en vul ik alleen op het laatst nee in, om verder te gaan met de volgende patiënt. Ik ervaar het als een hinderlijke onderbreking van meestal drukke diensten en leg ook niet meer een verband met kindermishandeling. Ik begrijp wel dat veel huisartsen dit instrument alleen maar lastig vinden en niet begrijpen waarom het helpt bij de opsporing van kindermishandeling.
 

Geen valide instrument

In deze H&W bespreekt Maartje Schouten twee onderzoeken naar de waarde van het screeningsinstrument SPUTOVAMO. Ze geeft de huisartsen feitelijk gelijk. Met een positief voorspellende waarde van 0,2%, en bij de verkorte versie van 1,4%, is het duidelijk dat SPUTOVAMO geen meerwaarde heeft bij het ontdekken van kindermishandeling. Het laat zien dat bijna al deze meldingen fout-positief waren, dus dat er geen sprake was van kindermishandeling. SPUTOVAMO blijkt in beide versies geen valide instrument waarmee je kindermishandeling kunt opsporen. De vraag blijft waarom huisartsenposten zo haastig hebben gereageerd op de vraag van IGZ. Niemand ontkent dat het belangrijk is om kindermishandeling op te sporen, integendeel. Hoe onduidelijk de prevalentiecijfers van kindermishandeling ook zijn, het is duidelijk dat kindermishandeling meestal (te) laat wordt vastgesteld. Wie heeft bedacht dat huisartsen dit screeningsinstrument moeten gaan gebruiken heeft maar weinig geleerd van alle implementatielessen.
Bij het invoeren van vernieuwingen moet immers niet alleen gebruik worden gemaakt van wetenschappelijke kennis, maar ook van kennis uit het veld. Bij de ontwikkeling van een screeningsinstrument moet je natuurlijk ook kijken of het aan de tien criteria van Wilson en Jungner voor verantwoorde screening voldoet. Wanneer huisartsen betrokken zouden zijn geweest bij het tot stand komen van het screeningsinstrument zou, denk ik, geconcludeerd zijn dat zo’n instrument nooit voor alle kinderen bruikbaar is.
 

Betere alternatieven

Hoe nu verder? SPUTOVAMO heeft duidelijk geen meerwaarde. Zoals Maartje Schouten ook voorstelt moeten er ten eerste aparte protocollen komen voor specifieke klachten waarbij kindermishandeling vaker voorkomt, bijvoorbeeld blauwe plekken of kneuzingen zonder duidelijk verhaal. Ten tweede moeten huisartsen zich ervan bewust blijven dat kindermishandeling voorkomt, erover durven spreken en hun vaardigheden om dat te doen blijven ontwikkelen. De LESA Kindermishandeling biedt daarvoor concrete handvatten,1 naast de door NHG/LHV/InEen ontwikkelde Toolkit kindermishandeling.2 Verder zijn er huisartsambassadeurs in de regio’s actief en biedt Augeo in samenwerking met LHV en NHG goede nascholingen aan.3 Maar laten we in elk geval meteen stoppen met het invullen van SPUTOVAMO. Daar is het onderwerp te belangrijk voor.

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen