Praktijk

Toetsing in de huisartsopleiding (5): De kwaliteit van de huisartsopleider in kaart

Door
Gepubliceerd
10 juni 2005

In een serie neemt In de praktijk een kijkje in de wereld van toetsing in de huisartsopleiding. In de vorige bijdragen is stilgestaan bij de kernbegrippen ‘meten, waarderen en beslissen’, waarbij haio’s Peter en Petra op de voet werden gevolgd. Vijf W-vragen: ‘wat toetst men, waartoe, waarmee, wanneer en (met) wie?’ vormen de leidraad. In deze aflevering staat het toetsen van huisartsopleiders (hao’s) centraal.

Wie beoordeelt de hao en waarmee?

Op de haio-terugkomdag geeft de huisartsbegeleider (hab) informatie over toetsing van opleiders: ‘Vorige keer ging het om de waartoe-vraag. Kwaliteitsverbetering van de hao én die van de gehele opleiding was het antwoord. Opleiders vormen de kern van de opleiding! Nu staan we stil bij de wie-vraag: wie toetst de hao en wie is de beoordelaar? Want dat onderscheid is belangrijk, zoals jullie nog wel weten.’ (Zie het maartnummer van In de praktijk.) Petra en Peter worden alert, want zij hadden al begrepen dat zij hierin een rol hebben. De hab toont een sheet met een overzicht en zegt: ‘Dit systeem is nog in ontwikkeling. Sommige onderdelen, zoals de toetsing door haio’s, gebeuren al jaren; andere worden binnenkort geïmplementeerd. Het nieuwe haio-curriculum impliceert een vernieuwing van het hao-curriculum en daarmee een nieuw toetssysteem.’

Toetsen per opleidersfunctie

FunctieToetsArgumenten
Voorbeeldfunctie als huisarts
Didactische functie
Gelegen-heidsfunctie
De hab licht een en ander toe. ‘Wat betreft de voorbeeldfunctie moet de hao voldoen aan het Competentieprofiel van de huisarts (PVH, 2005) en de Eindtermen (Utrecht, 2000). De HVRC is verantwoordelijk voor de erkenning als huisarts, maar de opleiding bewaakt via toetsing dat de opleiders adequaat functioneren als huisarts. Toetsing van het feitelijk handelen heeft de voorkeur. De videotoets is daartoe een geschikte maar bewerkelijke methode. De Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets (SVUH) heeft een redelijke voorspellende waarde voor het medisch handelen. Combineer je deze twee methoden dan hoeven er minder consulten geobserveerd te worden. Dat doen nog niet alle huisartsopleidingen, maar overal wordt stapsgewijs geëxperimenteerd met het intensiever toetsen van de huisartsgeneeskundige competenties van de opleider. Haio’s hebben zicht op het dagelijks functioneren van de opleider als huisarts. Als beginnend leerling kun je dat nog moeilijk toetsen, maar aan het eind van het opleidingsjaar neemt dat vermogen toe. En aan het eind van het jaar kun je als het goed is bijna als collega bijdragen aan intercollegiale toetsing van de opleider!’ Daar zijn Peter en Petra het roerend mee eens. De hab vervolgt: ‘De opleiding is ook verantwoordelijk voor het didactisch functioneren van de opleider, hetgeen wordt getoetst in een skillslab. Haio’s spelen situaties na waarin de opleider zijn didactische vaardigheden zoals exploreren, concretiseren en feedback geven “laat zien”. Stafleden en collega-hao’s toetsen dit met specifieke instrumenten en geven samen met de simulatie-haio feedback. Ook voor de observatoren een leerzame oefening!’ Peter zegt: ‘Dus dat betekent dat ik in zo’n skillslab verschillende opleiders meemaak en kan oefenen in het geven van feedback? Dat maakt mij assertiever naar mijn eigen opleider.’ ‘Ja, en dat is belangrijk’, zegt de hab, ‘want jullie toetsen je opleider ook met een scorelijst waarin alledrie de functies aan de orde komen. Vroeger hadden alle opleidingen een eigen versie van deze “schriftelijke rapportage door de haio”, maar nu is er een uniforme lijst. Jullie worden getraind in het invullen ervan en in het geven van feedback aan de hao. Ook werken we aan een didactische videotoets: een specifieke opdracht aan de opleider om een docentenactiviteit in de praktijk op te nemen en na te bespreken op het instituut en met jullie in de praktijk. Dit is een aantrekkelijk alternatief voor de bewerkelijke simulatietoetsen in een skillslab. Let wel, jullie toetsen de opleider, maar beslissingen over diens verdere voortgang neemt het instituut. Instrumenten daarbij zijn functionerings- en beoordelingsgesprekken met de opleider, die op zijn beurt weer feedback geeft aan de staf en het instituut. Kortom, er gebeurt veel. Het kwaliteitssysteem voor opleiders is sterk in ontwikkeling.’ ‘Goed’, zegt Petra, ‘maar nu ben ik benieuwd hoe de staf beoordeeld wordt. Of komen jullie er gemakkelijker vanaf?’ De hab kijkt zijn collega gedragswetenschapper onrustig aan: tijd voor een interventie? ‘Okay’, zegt Peter. ‘Nu even niet. Maar de volgende keer staan júllie in de schijnwerpers!’

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen