Praktijk

Vitamine D-suppletie

2 reacties
Gepubliceerd
2 maart 2015

Samenvatting

Abstract

Elders PJM. Vitamin D supplementation. Huisarts Wet 2015;58(3):156-9.
Vitamin D deficiency causes rickets, osteomalacia, muscle weakness, and muscle cramps and might be associated with falls and fractures. The prevalence of vitamin D deficiency is high in the Netherlands. The Dutch Health Council advises exposure of the face, neck, and hands to sunlight for 15–30 minutes/day when the sun is at its highest. All young children up to 4 years of age and all people older than 70 years should take a vitamin D supplement. Women older than 50 years, people with a dark skin, and people with limited exposure to sunlight are advised to take extra vitamin D for preventive purposes, although there is no strong evidence to support this recommendation. For general practitioners, the most important patient groups are elderly patients with malabsorption, liver disease, kidney disease, or an increased fracture risk and people who attend their GP with symptoms possibly associated with vitamin D deficiency. Because of the limited accuracy of many vitamin D assays and the high risk of incidental findings, routine vitamin D testing is not advocated. The Dutch Health Council advises supplementation with 10 microg vitamin D/day for people younger than 70 years and 20 microg/day for people older than 70 years; however, this is not always sufficient because of problems with adherence. Vitamin D can be taken daily but also periodically, once every 3 months. The maximum daily dose is 100 microg/day. Two studies have reported possible adverse effects with a single supplement of 7500 microg and 12,500 microg, respectively. If there are symptoms of vitamin D deficiency, a loading dose might be beneficial in order to achieve adequate blood levels as soon as possible. A regimen of 250 microg/day for 10 days or 625 microg/week for 6-8 weeks appears to be safe for this purpose.

De kern

  • Algemene risicogroepen voor vitamine D-gebrek zijn kleine kinderen, mensen met een donkere huid, mensen met een bedekte huid of die (’s middags) niet buiten komen, postmenopauzale vrouwen en ouderen.
  • Deze risicogroepen moeten extra vitamine D gebruiken, tenzij er overtuigende aanwijzingen zijn dat dit niet nodig is.
  • De huisarts kan zich het best inspannen voor: multimorbide ouderen, mensen met lever- of nierinsufficiëntie, en patiënten met klachten die op deficiëntie kunnen wijzen.
  • Gezien de hoge prevalentie van vitamine D-deficiëntie en de matige betrouwbaarheid van de bepaling is het verstandig om terughoudend te zijn met het bepalen van vitamine D-spiegels.
  • De adviesdosering van vitamine D is 10 microg per dag bij mensen tot 70 jaar en 20 microg per dag bij ouderen. Gezien de slechte therapietrouw kunnen hogere doseringen nodig zijn. Bij ernstig vitamine D-gebrek en gerelateerde klachten kunnen patiënten een oplaaddosering krijgen van 10.000 IE (250 microg) per dag gedurende 10 dagen of 25.000 IE (625 microg) per week gedurende 6 tot 8 weken.

Inleiding

Het in 2012 verschenen advies van de Gezondheidsraad over de gewenste vitamine D-inname in Nederland [tabel 1] wordt nog niet op grote schaal gevolgd.12 Het doel van deze nascholing is om vanuit een huisartsgeneeskundig perspectief nader in te gaan op dit advies. Eerst vat ik samen wat er bekend is over vitamine D. Vervolgens bespreek ik op welke patiëntengroepen de huisarts zich voor suppletie van vitamine D het best zou kunnen richten, de plaatsbepaling van het diagnostisch bloedonderzoek en de suppletiemogelijkheden.
Tabel1Patiëntengroepen die volgens het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor suppletie van vitamine D en de onderbou
Geadviseerde dagdoseringvitamine D3Onderbouwing
Kinderen 0-4 jaar10 microg = 400 IERachitis kwam vroeger geregeld voor en is sinds de invoering dit beleid nagenoeg verdwenen.
Jongeren en volwassenen die een donkere huid hebben, dan wel weinig, dan wel grotendeels bedekt in de zon komen*10 microg = 400 IEVitamine D-gebrek komt in deze risicogroepen veel voor. Er zijn incidenteel meldingen van rachitis, osteomalacie en spierzwakte bij ernstig vitamine D-gebrek. Er zijn incidenteel meldingen van tetanie door hypocalciëmie bij neonaten van moeders met een vitamine D-gebrek.
Vrouwen tussen 50 en 70 jaar*10 microg = 400 IESuppletie van combinaties van calcium met vitamine D gaf verminderd botverlies.
Ouderen van 70 jaar en ouder20 microg = 800 IESuppletie met vitamine D3 (10-20 mcg per dag) in combinatie met calcium verlaagt het risico op vallen bij ouderen met 15% (95%-BI 4 tot 24); bewijskracht A1 (zeer sterk bewijs).
Speciale gezondheidskundige problemen: malabsorptie, lever- of nierinsufficiëntie, osteoporose20 microg = 800 IE of hoger op geleide van controle van de vitamine D-spiegelsCase reports en expert opinionMen heeft bisfosfonaten alléén onderzocht in combinatie met suppletie van vitamine D.
* De Gezondheidsraad formuleert dit als een preventief advies. Daarmee bedoelt deze dat er aanwijzingen zijn dat dit verstandig is, maar dat er onvoldoende bewijs is voor de effectiviteit van dit advies. Er is daardoor ruimte voor een persoonlijke afweging.

Wat is er bekend over vitamine D?

Vitamine D3 (25-OH-D) is een vetoplosbaar prohormoon dat in zowel de lever als in de nier gehydroxileerd wordt tot het biologisch actieve calcitriol. Vitamine D bestaat in een dierlijke vorm (cholecalciferol, vitamine D3) en een plantaardige vorm (ergocalciferol, vitamine D2), waarbij de dierlijke vorm de belangrijkste is. Bij verrijking van voedingsmiddelen heeft men vitamine D2 grotendeels vervangen door (synthetisch) vitamine D3, mede omdat vitamine D3 een sterkere werking heeft dan D2. Vitamine D bevordert zowel de absorptie van calcium en fosfaat in de darmen als de heropname in de nieren, en remt de afgifte van parathormoon uit de bijschildklier. De dosering van vitamine D moeten we tegenwoordig uitdrukken in microg/l en niet langer in de nog veelgebruikte Internationale Eenheid (IE) – zie [tabel 2] voor de omrekening.
Tabel2Omrekening van vitamine D3 van Internationale Eenheden (IE) naar microgram
Internationale Eenheid (IE)=microgram (microg)
10,025
401
40010
80020
10.000250
25.000625
100.0002500
300.0007500

Productie onder invloed van zonlicht

Vitamine D3 wordt onder invloed van ultraviolet licht geproduceerd in de huid als de zon hoog genoeg staat. In Nederland is dit alleen het geval van ongeveer maart tot en met september. Zowel een oudere huid als een donkere huid maakt onder invloed van de zon minder snel vitamine D aan dan een jongere, lichte huid.

Inname met de voeding

Vitamine D3 zit op beperkte schaal in bepaalde voedingsbronnen (vette vis, lever, vlees en melkproducten) en wordt in Nederland toegevoegd aan margarine, halvarine en bak- en braadproducten. De gemiddelde inname van vitamine D uit de voeding is minder dan 5 microgram per dag, is lager bij niet-westerse allochtonen en dekt de dagelijkse behoefte niet.34

Verschijnselen van vitamine D-tekort

Vitamine D-gebrek leidt tot rachitis bij kinderen en osteomalacie en botverlies bij volwassenen. Het kan ook spierzwakte en spierkrampen veroorzaken. Er zijn aanwijzingen dat vitamine D-gebrek het valrisico verhoogt en dat vitamine D-suppletie het valrisico vermindert als er een gebrek is.56 Ook heeft onderzoek aangetoond dat vitamine D-gebrek samenhangt met diverse andere aandoeningen en zelfs sterfte.7 Tot nu toe is daarbij echter geen causaal verband aangetoond en is er geen bewijs dat suppletie van vitamine D het risico op die aandoeningen of sterfte kan verminderen.

Oorzaken van een vitamine D-tekort

Onvoldoende blootstelling aan de zon, te lage inname via de voeding, aandoeningen die de opname remmen of ziektes die de omzetting naar de actieve metaboliet remmen (nier- en leverziekten) zijn oorzaken van vitamine D-gebrek. Mensen met overgewicht hebben vaker vitamine D-gebrek; daarbij speelt een rol dat vitamine D een vetoplosbare vitamine is. Ook is er een omgekeerde relatie tussen vitamine D-spiegels en calciuminname via de voeding, vermoedelijk omdat er bij een lage calciuminname meer vitamine D wordt gebruikt.8

Normaalwaarden en de prevalentie van vitamine D-gebrek

Bij 2609 ouderen van 55 tot 85 jaar had 46,2% een vitamine D-spiegel lager dan 50 nmol/l en 17,5% een spiegel lager dan 30 nmol/l.9 Bij niet-westerse immigranten bleek ernstig vitamine D-gebrek (10 Ook bij niet-westerse zwangeren komt vitamine D-gebrek vaak voor.11 De Gezondheidsraad stelt dat een spiegel lager dan 30 nmol per liter schadelijk kan zijn voor het skelet en dat het aannemelijk is dat een spiegel van 50 nmol per liter voor de meeste mensen voldoende is. De raad adviseert om bij jongeren een grens van 30 nmol/l aan te houden en bij ouderen een grens van 50 nmol/L. Er is echter onvoldoende bewijs om die grens met zekerheid vast te stellen. Er is veel discussie over deze normaalwaarden, waarbij sommigen ervoor pleiten om de normaalwaarden naar boven bij te stellen terwijl anderen deze juist naar beneden willen aanpassen.1213 Inmiddels is er wereldwijd een aantal zeer grote placebogecontroleerde onderzoeken gaande om deze kwestie nader uit te zoeken. De resultaten daarvan verwacht men in de periode van 2017 tot 2020.14
De vitamine D-spiegel is seizoensafhankelijk. Gemiddeld daalt de spiegel in de winter met 10 nmol per liter.8 Sommige laboratoria houden daarom in de zomer een grenswaarde van 70 nmol per liter aan. Hiervoor is geen wetenschappelijke onderbouwing. Het is heel goed mogelijk dat de seizoensinvloed bij mensen met een vitamine D-gebrek minder groot is. In hoeverre een inadequate spiegel in de winter schadelijk is bij goede waarden in de zomer is ook niet bekend.

klinische relevantie en effecten

Sinds de invoering van suppletie van vitamine D is rachitis bij zuigelingen en jonge kinderen vrijwel geheel verdwenen.15 Gegevens over symptomen en aandoeningen door een ernstig vitamine D-tekort bij (jong)volwassenen zijn beperkt tot incidentele meldingen van stuipen bij pasgeborenen van moeders met ernstig vitamine D-gebrek, en spierpijn, spierkrampen, spierzwakte of vermoeidheid en osteomalacie bij donkere en/of gesluierde vrouwen. Suppletie van vitamine D (3750 microg, eenmalig oraal) bij niet-westerse allochtonen met een vitamine D-gebrek (16 Bij postmenopauzale vrouwen en ouderen zijn er aanwijzingen dat vitamine D in combinatie met calcium zowel botverlies als fracturen kan voorkomen.17 Ook zijn er aanwijzingen voor vermindering van vallen en verbetering van spierkracht bij ouderen met een vitamine D-deficiëntie.5618 Suppletie van vitamine D om vallen, botverlies en fracturen te voorkomen is vermoedelijk niet zinvol als er geen vitamine D-deficiëntie (19-21

aandacht voor bijzondere groepen

De Gezondheidsraad adviseert suppletie voor alle kinderen tot 4 jaar en alle ouderen vanaf 70 jaar, omdat vitamine D-deficiëntie bij hen vaak voorkomt en er veel aanwijzingen zijn voor een gunstig effect. Ook patiënten met een absorptiestoornis, lever- of nierinsufficiëntie hebben een verhoogd risico op vitamine D-deficiëntie en komen in aanmerking voor suppletie. Dit geldt ook voor patiënten die corticosteroïden, bisfosfonaten, andere botsparende geneesmiddelen of anti-epileptica gebruiken.22,23 Uit recent onderzoek blijkt dat de kans op vitamine D-deficiëntie bij ouderen op grond van risicofactoren goed te voorspellen is.24 Dit laat ruimte om bij vitale ouderen die veel buiten komen en geen andere risicofactoren voor vitamine D-gebrek hebben een andere afweging te maken en wellicht niet of alleen in de winter te suppleren of om bij twijfel de vitamine D-spiegel te meten.
Daarnaast zijn er groepen die een sterk verhoogde kans hebben op vitamine D-gebrek, maar waarbij de mate van gezondheidswinst grotendeels onbekend is. Hiertoe behoren niet-westerse allochtonen, niet-westerse zwangeren en (jong)volwassenen die niet buitenkomen of hun huid grotendeels bedekken. De Gezondheidsraad adviseert deze mensen om voor de zekerheid vitamine D-supplementen te nemen (preventief advies), maar laat ruimte voor een andere afweging. Het gaat hier om risicogroepen die niet vaak bij de huisarts komen. Vermoedelijk kan men deze groepen beter op een andere manier bereiken. Wél dient de huisarts er bij deze patiëntengroepen rekening mee te houden dat sommige klachten (spierzwakte, spierkrampen, atypische bot- en gewrichtspijnen en frequent vallen) veroorzaakt kunnen worden door vitamine D-gebrek. Ook vrouwen vanaf 50 jaar dienen volgens het Gezondheidsraadsadvies vitamine D te gebruiken, omdat veel onderzoeken aantonen dat de gecombineerde suppletie van calcium en vitamine D in deze groep botverlies vermindert. Ook dit is een zogenaamd preventief advies met een onvolledige onderbouwing.
Als we de redelijk conservatieve Gezondheidsraadsadviezen opvolgen, moeten grote groepen mensen vitamine D-supplementen gaan gebruiken, terwijl het wetenschappelijke bewijs daarvoor niet sluitend is. Vanuit pragmatisch oogpunt valt voor huisartsen te overwegen actief vitamine D-suppletie na te streven bij patiënten met wie hij geregeld contact heeft en voor wie het aannemelijk is dat zij daarbij baat hebben: multimorbide ouderen, patiënten met nier- of leverproblemen, patiënten met osteoporose en patiënten met klachten die mogelijk worden veroorzaakt door vitamine D-gebrek. Om de suppletie gestructureerd te organiseren, kan de huisarts deze combineren met het uitdelen van de griepvaccinaties of het uitvoeren van medicatiereviews. Verder kan hij ook afspraken maken met apotheken en verzorgingstehuizen om vaker gestructureerd vitamine D-supplementen aan te bieden. Bij andere groepen kan hij informatie verschaffen als patiënten hierom vragen.

Plaatsbepaling diagnostisch onderzoek

De belangrijkste beperking van de bepaling van de vitamine D-spiegel is de hoge prevalentie van vitamine D-deficiëntie. Als een arts vitamine D-gebrek aantoont, kan dat een toevalsbevinding zijn. Daarnaast is de bepaling niet erg betrouwbaar.25

Suppletie van vitamine D

Dosering

De Gezondheidsraad adviseert een zonexpositie van het gezicht, de nek en de handen tijdens dagelijkse activiteiten van 15 tot 30 minuten per dag als de zon op zijn hoogst staat. Als er aanvulling nodig is, adviseert de raad 10 microg per dag bij mensen jonger dan 70 jaar en 20 microg per dag bij ouderen om bloedspiegels te bereiken van respectievelijk 30 nmol/l en 50 nmol/l. Een suppletie van 20 microg per dag of een driemaandelijkse dosis van 25.000 microg bij niet-westerse allochtonen met een vitamine D-deficiëntie gaf slechts in 75% van de gevallen spiegels van meer dan 30 nmol/l. Na een jaar was de helft van de proefpersonen onder deze grenswaarde gedaald, vermoedelijk door therapietrouwproblemen.6 Bij bewoners van verpleeg- en verzorgingstehuizen aan wie de medicatie werd uitgedeeld bleek in 90% van de gevallen een dagdosering van respectievelijk 15 en 20 microg/l na enkele maanden voldoende.26 Vooral als er klachten zijn of er een duidelijke indicatie voor de suppletie is, kan de huisarts bij (vermoedelijke) therapietrouwproblemen, ernstig overgewicht of absorptieproblemen overwegen om na een aantal maanden – door vitamine D-bepaling – te controleren of de suppletie afdoende is of moet worden opgehoogd.27

Oplaaddosis

Bij een ernstig vitamine D-gebrek (22 Een gemiddelde dagdosering tot aan 100 microg per dag bij volwassenen acht men veilig.28 Langdurige overmatige vitamine D-suppletie kan ernstige hypercalciëmie veroorzaken. Twee onderzoeken zagen meer heupfracturen en vallen na een eenmalige hoge dosering van 12.500 microg en 7500 microg vitamine D.2930 Daarbij zou het om een toxisch effect van vitamine D kunnen gaan. De CBO-richtlijn osteoporose en fractuurpreventie adviseert om bij lage vitamine D-spiegels en symptomen van vitamine D-deficiëntie een 10-daagse stootkuur van 250 microg per dag te geven. Uit onderzoek in de tweede lijn bij patiënten met vitamine D-gebrek bleek dat een oplaaddosis van 625 microg per week gedurende 6 tot 8 weken veilig is.31

Preparaten

Vitamine D is zonder recept verkrijgbaar, maar veel van deze potjes bevatten een te lage dosering. Ook de meeste multivitaminepreparaten bevatten te weinig vitamine D. Tegelijkertijd zijn er via internet diverse preparaten met soms zeer hoge doseringen te bestellen. De beschikbaarheid van al deze verschillende preparaten verhoogt de kans op dubbelgebruik en overdosering.
Vitamine D op recept is voor dagelijks gebruik verkrijgbaar in tabletten van 10 microg en 20 microg, en in capsules van 70 microg en 140 microg voor gebruik eenmaal per week. Er is cholecalciferoldrank in een waterige oplossing beschikbaar met een concentratie van 1250 microg per milliliter. Dit is momenteel het goedkoopste preparaat dat wordt vergoed. Het nadeel van deze oplossing is echter dat er makkelijk doseerfouten kunnen ontstaan. Daarnaast is er een cholecalciferoloplossing in olie beschikbaar in losse ampullen van respectievelijk 625 microg en 2500 microg. Ook zijn er combinatiepreparaten met zowel calciumcarbonaat als calciumcitraatbruisgranulaat, waarbij een calciumdosering van 500 of 1000 mg gecombineerd wordt met respectievelijk 20 microg en 22 microg vitamine D3. De ziektekostenverzekering vergoedt sommige producten die alleen op recept verkrijgbaar zijn.

Conclusie

Vitamine D-gebrek veroorzaakt rachitis en osteomalacie, kan spierzwakte en spierkrampen geven, en hangt samen met vallen en fracturen. Zonder deficiëntie is suppletie niet zinvol. Zuigelingen en ouderen dienen altijd een supplement te gebruiken. De Gezondheidsraad adviseert dagelijks ’s middags ten minste 15 tot 30 minuten met blote handen, nek en gezicht in de zon te komen of anders een supplement te gebruiken. Ook vrouwen vanaf 50 jaar en mensen met een verhoogd risico op vitamine D-gebrek (donkere huid) krijgen het advies om preventief extra vitamine D te nemen. De onderbouwing bij deze laatstgenoemde groepen is echter minder sterk. Ook is niet bekend wat het risico is van suboptimale spiegels of van periodiek vitamine D-gebrek in de winter.
Ouderen, patiënten met klachten die wellicht door vitamine D-gebrek worden veroorzaakt en patiënten die advies vragen omtrent suppletie zijn voor de huisarts de belangrijkste groepen. Daarnaast komen patiënten met een absorptiestoornis of lever- of nierinsufficiëntie in aanmerking voor vitamine D-suppletie. Dit geldt ook voor patiënten die corticosteroïden, bisfosfonaten, andere botsparende geneesmiddelen of anti-epileptica gebruiken.

Literatuur

  • 1.Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012, publicatienr. 2012/15.
  • 2.Chel VGA, Elders PJM, Tuijp MLM, Van de Berg HH, Drongelen KI, Siedenburg RC, et al. Vitamine D-suppletie bij ouderen: advies en praktijk. Ned Tijdschr Geneeskd 2013;157:A5779.
  • 3.Kruizinga AG, Westenbrink S, Van Bosch LMC, Jansen MCJF. De inneming van omega-3- en -6-vetzuren van vitamines A, D en E bij jongvolwassenen. Aanvullende berekeningen op basis van Voedselconsumptiepeiling 2003. Zeist: TNO Kwaliteit van Leven V7451, 2007.
  • 4.Palsma AH, Nicolau M, Van Dam RM, Stronks K. De voeding van Turkse en Marokkaanse Nederlanders in de leeftijd van 18-30 jaar. Prioriteiten voor voedingsinterventies. Tijdschr Sociale Geneesk 2006; 84:415-21.
  • 5.Gillespie LD, Robertson MC, Gillespie WJ, Sherrington C, Gates S, Clemson LM, et al. Interventions for preventing falls in older people living in the community. Cochrane Database Syst Rev 2012;9:CD007146.
  • 6.Cameron ID, Gillespie LD, Robertson MC, Murray GR, Hill KD, Cumming RG, et al. Interventions for preventing falls in older people in care facilities and hospitals. Cochrane Database Syst Rev 2012;12:CD005465.
  • 7.Schöttker B, Jorde R, Peasey A, Thorand B, Jansen EHJM, De Groot L, et al. Vitamin D and mortality: meta-analysis of individual participant data from a large consortium of cohort studies from Europe and the United States. BMJ 2014;348:g3656.
  • 8.Lips P. Interaction between vitamin D and calcium. Scand J Clin Lab Invest 2012;243:60-4.
  • 9.Van Schoor NM, Knol DL, Deeg DJH, Peters FPAMN, Heijboer AC, Lips P. Longitudinal changes and seasonal variations in serum 25-hydroxyvitamin D levels in different age groups: results of the Longitudinal Aging Study Amsterdam. Osteoporos Int 2014;25:1483-91.
  • 10.Wicherts IS, Boeke AJP, Van der Meer M, Van Schoor NM, Knol DL, Lips P. Niet-westerse immigranten met vitamine D-gebrek. Huisarts Wet 2012;55:554-7.
  • 11.Van der Meer IM, Karamali NS, Boeke AJ, Lips P, Middelkoop BJ, Verhoeven I, et al. High prevalence of vitamin D deficiency in pregnant non-Western women in The Hague, Netherlands. Am J Clin Nutr 2006;84:350-3.
  • 12.Heaney RP, Holick MF. Why the IOM recommendations for vitamin D are deficient. J Miner Res 2011;26:455-7.
  • 13.Reid IR, Bolland MJ. Skeletal and nonskeletal effects of vitamin D: is vitamin D a tonic for bone and other tissues? Osteoporos Int 2014;25:2347-57.
  • 14.Kupferschmidt K. Uncertain verdict as vitamin D goes on trial. Science 2012;337:1476-8.
  • 15.Gezondheidsraad. Naar een toereikende inname van vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad, 2008. Publicatienr. 2008/15.
  • 16.Schreuder F, Bernsen RM, Van der Wouden JC. Vitamine D bij pijn van het bewegingsapparaat. Huis Wet 2013;56:310-3.
  • 17.Lips P, Bouillon R, Van Schoor NM, Vanderschueren D, Verschueren S, Kuchuk N, et al. Reducing fracture risk with calcium and vitamin D. Clin Endocrinol 201;73:277-85.
  • 18.Stockton KA1, Mengersen K, Paratz JD, Kandiah D, Bennell KL. Effect of vitamin D supplementation on muscle strength: a systematic review and meta-analysis. Osteoporos Int 2011;22:859-71.
  • 19.Bolland MJ, Grey A, Gamble GD, Reid IR. Vitamin D supplementation and falls: a trial sequential meta-analysis. Lancet Diabetes Endocrinol 2014;2:573-80.
  • 20.Reid IR, Bolland MJ, Grey A. Effects of vitamin D supplements on bone mineral density: a systematic review and meta-analysis. Lancet 2014;383:146-55.
  • 21.Avenell A, Gillespie WJ, Gillespie LD, O’Connell D. Vitamin D and vitamin D analogues for preventing fractures associated with involutional and post-menopausal osteoporosis. Cochrane Database Syst Rev 2009;2:CD000227.
  • 22.CBO. Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie, derde herziening (2011). Http://www.cbo.nl/Downloads/1318/Definitieve%20richtlijn%20Osteoporose%.
  • 23.Werkgroep Richtlijnen Epilepsie. Richtlijnen behandeling en diagnostiek van epilepsie. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Neurologie, 2006. http//www.artsennet.nl/Richtlijnen/Richtlijn/42980/Diagnostiek-en-behandeling-van-epilepsie.
  • 24.Sohl E, Heymans MW, De Jongh RT, Den Heijer M, Visser M, Merlijn T, et al. Prediction of vitamin D deficiency by simple patient characteristics. Am J Clin Nutr 2014;99:1089-95.
  • 25.Lai JKC, Lucas RM, Banks E, Ponsonby AL; Ausimmune Investigator group. Variability in vitamin D assays impairs clinical assessment of vitamin D status. Intern Med J 2012;42:43-50.
  • 26.Chel V, Wijnhoven HA, Smit JH, Ooms M, Lips P. Efficacy of different doses and time intervals of oral vitamin D supplementation with or without calcium in elderly nursing home residents. Osteoporos Int 2008;19:663-71.
  • 27.Van den Bergh J, Van Geel T, Geusens P. Ter discussie. Bij alle fractuurpatiënten vitamine D bepalen? Ned Tijdschr Geneeskd 2010;154:A1758.
  • 28.Scientific Committee on Food. Scientific Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies. Tolerable upper intake levels for vitamins and minerals. Parma: European Food Safety Authority, 2006.
  • 29.Sanders KM, Stuart AL, Williamson EJ, Simpson JA, Kotowicz MA, Young D, et al. Annual high-dose oral vitamin D and falls and fractures in older women: a randomized controlled trial. JAMA 2010;303:1815-22.
  • 30.Smith H, Anderson F, Raphael H, Maslin P, Crozier S, Cooper C. Effect of annual intramuscular vitamin D on fracture risk in elderly men and women – a population-based, randomized, double-blind, placebo-controlled trial. Rheumatology (Oxford) 2007;46:1852-7.
  • 31.Van Groningen L, Opdenoordt S, Van Sorge A, Telting D, Giesen A, De Boer H. Cholecalciferol loading dose guideline for vitamin D-deficient adults. Eur J Endocrinol 2010;162:805-11.

Reacties (2)

M.K. Dees (niet gecontroleerd) 12 april 2015

Reactie op artikel Vitamine-D suppletie H&W 58 (3) maart 2015 van Petra Elders.
Een helder artikel wat handvaten geeft voor adviezen aan patienten. In het artikel mis ik helderheid over de (on)zin en de kosten van laboratoriumonderzoek. Zij schrijft "de belangrijkste beperking van de bepaling van de vitamine D-spiegel is de hoge prevalentie van vitamine D-deficiëntie. Als een arts vitamine D-gebrek aantoont, kan dat een toevalsbevinding zijn. Daarnaast is de bepaling niet erg betrouwbaar.25". Daaruit zou je wat mij betreft mogen concluderen dat laboratorium zelden een plaats heeft bij vitamine-D deficientie. Het vermelden van de kosten van deze laboratorium bepaling lijkt mij daarbij interessant. In mijn praktijk adviseer ik in principe aan patienten uit de genoemde groepen vitamine-d substitutie zonder voorafgaande diagnostiek. Eigenlijk vind ik dat er een landelijk campagne zou moeten komen zodat alle Nederlanders kennis hebben over het "voorkomen" van vitamine-d deficientie en het belang van aanvulling.
Dr Marianne Dees, huisarts te Nijmegen

R. Mol (niet gecontroleerd) 13 maart 2015

Reactie op artikel Vitamine-D suppletie H&W 58 (3) maart 2015 van Petra Elders
Hulde voor dit duidelijke en informatieve artikel over een vitamine, dat ons huisartsen veel bezig houdt. Vaak wordt je geconfronteerd met verzoek voor lab-bepaling en veel tijd ben je dan kwijt om het advies van de Gezondheidsraad mee te geven. Men wil, ondanks geindiceerd, toch vaak een getal zien (kosten bij STAR-MDC 7,80 euro). Toevallig liep ik voor een boekbespreking tegen het interessante boek “NIEUW LICHT OP VITAMINE D EN CHRONISCHE ZIEKTEN” van Dr. Gert Schuitemaker, apotheker (Ortho Communications & Science B.V.) aan.
In eerste instantie dacht ik dat dit boek pas op de markt was. Mis dus, recent in 5e druk. De auteur volgt het advies van dé vitamine D-experts in de wereld die gedurende hun hele professionele leven hun onderzoek aan deze vitamine wijdden, per dag 2000 IE te nemen.. Dit in tegenstelling tot het advies van de Gezondheidsraad. Dit geldt in combinatie met een goede en gevarieerde voeding en dagelijks 15 tot 30 minuten aan hoog staande zon (tussen 11.00 en 15.00 uur) met hoofd en handen ontbloot. En terecht schrijft hij dat dit in ons land een behoorlijk probleem is….
Uitgebreid wordt ingegaan op de rol van Vit D in relatie tot chronische ziekten (osteoporose, kanker en hart- en vaatziekten en diabetes type-2). Maar ook worden reumatoïde artritis, artrose, multipele sclerose en ons immuunsysteem genoemd. Een behoorlijke eyeopener als je dit leest. We staan hierbij als huisartsen naar mijn gevoel te weinig bij stil. Uiteraard krijgt de farmaceutische industrie aandacht met de opmerking dat het nu eenmaal aantrekkelijker is om moderne ziekten te behandelen met medicijnen dan ze te voorkomen met voedingsstoffen. Hoe kan het ook anders dan dat de auteur eindigt met de vraag: hoeveel onnodige ziekte- en sterfgevallen zullen nodig zijn voordat in ons land een adequate inname van vitamine D wordt aanbevolen?
Na het lezen van dit boek ben ik mijn patiënten er nog meer op gaan attenderen om de huidige adviezen ten aanzien van dagdosering te gebruiken. Dat kan gemakkelijk, want voor een potje van 90 tabletten a 400IE betaal je bij de Hema 2,50 euro. En mogelijk zou je een dubbele dosis mogen adviseren…………..Helaas heb ik deze informatie bij dit artikel gemist.

Dr. Robert Mol, huisarts,
Achterdijk 31b,
3161 EB Rhoon.
Tel. 06-53483764
www.hapfascinatio.nl