Praktijk

‘Zo gaat er eens een frisse wind door de praktijk!’

Gepubliceerd
10 juli 2006

Samenvatting

Begin juni rondde de eerste lichting praktijkverpleegkundigen hun opleiding af. Een van hen is Sanne Hendriks, die slaagde met maar liefst een 8,3. Ze liep haar stage ‘in de pilot van de opleiding’ bij huisarts Ton de Boer en praktijkondersteuner Rolf Kuilder. In een interview vertelt het drietal over de ervaringen tijdens de stage, de taken van de praktijkverpleegkundige en het vervolg van de opleiding van Sanne

Iedereen een stem

In de praktijk van Ton de Boer in Oss heerst overduidelijk een gemoedelijke, informele en collegiale sfeer. Tijdens het gesprek wordt veel gelachen en het drietal vult elkaar voortdurend aan in een spervuur van opmerkingen. Die goede sfeer is ook bijna wel noodzaak, want: ‘Dit is maar een solopraktijk, en bovendien aan huis gebonden. Maar met twee assistentes, een praktijkondersteuner en ook nog eens stagiaires, lopen hier in onze beperkte ruimte soms wel zeven mensen rond.’ Toen Kuilder de mogelijkheid aankaartte om een stageplek te bieden aan een praktijkverpleegkundige, was Tons reactie dan ook: ‘Dan moet je bij mijn vrouw zijn!’ Rolf: ‘Ik wilde de faciliteit graag bieden toen de opleiding mij benaderde voor de stagebegeleiding. Ik heb zelf destijds ook hier bij Ton stage gelopen en ik was toen heel blij met mijn goede stageplek. Maar het moet natuurlijk wel kúnnen.’ Ton: ‘Omdat de drukte in de praktijk ook belastend is voor mijn gezin, liet ik dus de beslissing over aan mijn vrouw. Ikzelf wil me altijd wel openstellen voor jonge mensen die met frisse ideeën naar de gezondheidszorg kijken. Daar steek ik ook veel van op, want ik wil natuurlijk zelf graag helder, scherp en “modern” blijven.’ Sanne: ‘De opleiding zoekt specifiek naar praktijken waar een praktijkondersteuner of –verpleegkundige de stage kan begeleiden.’

Praktijkondersteuner en -verpleegkundige

Het functieonderscheid begint behoorlijk verwarrend te worden, want wie is nu wie? De term ‘praktijkondersteuner’ is destijds verzonnen omdat niet alleen verpleegkundigen uit het ziekenhuis of de wijkverpleging in deze functie konden doorstromen, maar ook de zogenoemde ‘praktijkassistente-plus’. Bij de nieuwe functie praktijkverpleegkundige is het werken in de huisartsenpraktijk integraal onderdeel van de vierjarige opleiding:

  • in het derde jaar begint de differentiatie met keuzemodules (vooral rond diabetes, maar ook astma/COPD et cetera);
  • in het vierde jaar is er een verdere specialisatie, met eerst een blok theorie en vervolgens een stage van vijf maanden in de huisartsenpraktijk. Het streven was dat deze stages voor 32 uur per week zouden zijn. Door gebrek aan stageplaatsen, maar ook voor meer theoretische kennisopbouw, is dit in de pilot teruggebracht naar 24 uur.
Door de verschillende achtergronden van de praktijkondersteuners, was er bij hen meer sprake van niveau- en opleidingsverschillen. Die zullen bij de praktijkverpleegkundigen verdwijnen. De taken van de praktijkondersteuner en –verpleegkundige zijn hetzelfde. Meer informatie over de opleiding tot praktijkverpleegkundige is elders in dit blad te vinden in het verslag van het minisymposium ‘Van experiment naar kwaliteit’, dat de nieuwe lichting praktijkverpleegkundigen organiseerden bij wijze van afstudeeropdracht (NHG-nieuws, pag. nhg-94).

Uitgebreid takenpakket

Het leeuwendeel van de stagebegeleiding rustte dus op de schouders van Kuilder, maar er was natuurlijk ook bemoeienis van de huisarts. Ton: ‘Ik gaf Rolf de ruimte, want die vindt zijn eigen weg wel. Maar ik heb bijvoorbeeld zelf het eigen spreekuur van Sanne met haar besproken.’ Rolf: ‘Maar omdat Sanne natuurlijk steeds met mij meedraaide, keek ze vooral het werk van mij af.’ Kuilder doet meer dan de gebruikelijke taken van de praktijkondersteuner. Naast de routinezorg voor patiënten met diabetes en astma/COPD delegeert De Boer naar hem ook taken rond de begeleiding van adipositas, complexe en chronische ziekten, terminale zorg en natuurlijk stoppen met roken. Rolf: ‘Juist bij het bewerkstelligen van gedragsverandering heeft de praktijkondersteuner een belangrijke taak. Meer bewegen, afvallen, stoppen met roken; dat alles maakt mensen gezonder en zo wordt, denk ik, de gezondheidszorg uiteindelijk goedkoper. Die leefstijladvisering kost heel veel tijd, maar wij hébben ook meer tijd dan de huisarts.’ Sanne vult aan: ‘Ook het contact houden is heel belangrijk. Dat heeft niet altijd een medisch doel, maar het zorgt wel dat je vroegtijdig kunt signaleren. En de patiënten zijn er blij mee.’

Alleen op pad

Op het eind van haar stage ging Sanne steeds zelfstandiger werken. Ze draaide haar eigen spreekuur, wat werd nabesproken met De Boer. Ook ging ze alleen op bezoek bij enkele patiënten: ‘Dat was wel even spannend, zo’n eerste keer alleen op pad. Maar het gaf ook heel veel voldoening toen ik merkte dat ik het kon.’ Ton: ‘Het heeft me verbaasd dat zo’n jong iemand die uitstraling al heeft.’ Rolf: ‘Dat was mijn zorg ook, maar het ging hartstikke goed.’ Ton: ‘Het vertrouwen van patiënten moet natuurlijk groeien. Maar kennelijk kreeg Sanne dat snel voor elkaar, want patiënten vroegen echt naar haar. Dan was ze ergens geweest, en dan vroegen ze of ze nog eens terugkwam. Ik vond het heel positief om dat te merken.’

Groepsconsulten diabetes

Sanne sloot haar opleiding af met een afstudeerproject in een andere praktijk: ‘Samen met een collega uit de opleiding hebben we een systeem van groepsconsulten voor diabetespatiënten opgezet voor een huisarts uit Venray. Een collega van hem had het idee van die groepsconsulten opgepikt in Amerika en was daar erg enthousiast over. Na een literatuurstudie hebben we een draaiboek gemaakt en dat vervolgens uitgeprobeerd in een eerste testconsult met vijf patiënten. Weliswaar kenden die vijf elkaar al van “Samen Bewegen”, maar toch kon je zien dat zo’n groepsconsult een functie kan hebben. Zo zag bijvoorbeeld een patiënt er als een berg tegenop dat hij moest beginnen met insuline. Iemand anders zei: “Joh, dat had ik ook. Maar dat was nergens voor nodig, want het valt reuze mee.” Die patiënt gaat de insuline nu proberen, en heeft daarbij een iets geruster hart.’ Rolf: ‘Ik heb zelf geen ervaring met groepsconsulten, maar ik kan me goed voorstellen dat het werkt. In zo’n lotgenotencontact krijg je natuurlijk allerlei tips en discussies. Overigens vertelde Sanne dat alle deelnemers een “vertrouwelijkheidsformulier” moesten ondertekenen, zodat alles wat besproken werd binnen de groep bleef. Heel goed vond ik dat.’

Op naar de volgende stage?

De ervaringen van deze ‘pilot’ waren dus heel positief. Betekent dit nu ook dat De Boer en Kuilder opnieuw een stageplaats zullen bieden in het komende opleidingsjaar? Beiden vinden het zeker voor herhaling vatbaar. ‘Maar’, zegt Rolf, ‘ik werk maar twee dagen per week en dan heb je er dus wel continu iemand bij. Eigenlijk zou die stagebegeleiding in een grotere praktijk moeten gebeuren, of door iemand met een grotere aanstelling. Ze hebben me zojuist gevraagd voor een volgende stage, maar daar wil ik nog even over denken. Ik vind solistisch werken ook erg leuk. Misschien moet ik het een jaartje uitstellen en pas volgend jaar weer een nieuwe stagiaire gaan begeleiden.’ Ton: ‘Maar je hebt er ook lol van, én profijt. Ik vind het sowieso leuk om er iemand bij te hebben, maar die neemt me bovendien werk uit handen. En zo gaat er nog eens een frisse wind door de praktijk. Sanne zette me soms aan het denken: “Moet die-en-die niet eens aan de statine?” En dan had ze gelijk. Ook bracht ze eens een bezoekje aan een patiënt in een verpleeghuis, en toen kwam ze terug met een heel accuraat verslag hoe diens verwonding eruit zag, compleet met de afmetingen in centimeters en zelfs een tekening. Dan weet ik dus wel precies waar ik aan toe ben.’ Rolf: ‘En aan het eind van de stage pluk je ook wel de vruchten van je tijdsinvestering. Sanne ging net wat zelfstandiger draaien toen het systeem van de ziektekostenverzekeringen veranderde. Daar heb ik me dus in alle rust in kunnen verdiepen, en dat was heel prettig. Want administratieve taken nemen de praktijkondersteuners ook heel vaak over van de huisarts.’ Ton: ‘Ik weet eigenlijk niet of dat wel de bedoeling wel is. Hier doet Rolf van alles rond de administratie en de automatisering, en ook repareert hij de dingetjes die kapot gaan.’ Rolf: ‘Je moet in een praktijk gewoon de mensen die dingen laten doen waar ze goed in zijn.’

Een vaste werkplek

Nog maar koud uit de schoolbanken heeft Sanne al direct een praktijk waar ze aan de slag kan. ‘Ik heb maar een heel korte vakantie, dan begin ik in een groepspraktijk met drie huisartsen en vier praktijkassistentes. Het gaat daar om een duobaan, samen met een praktijkondersteuner. Zij heeft al wat meer ervaring, maar dan vooral met de begeleiding van astma/COPD, dus ik zal er wel degelijk mijn eigen meerwaarde hebben. Het leukst is echter dat de praktijk nog niet eerder met praktijkondersteuning heeft gewerkt; het is dus een geheel nieuwe functie die we samen moeten opzetten.’ Sanne durft die nieuwe functie prima aan, maar het zelf begeleiden van een stagiaire stelt ze nog even uit: ‘Maar als ik het werk echt in de vingers heb, zal ik dat zeker gaan doen!’

Ans Stalenhoef, eindredacteur In de praktijk

In deze aflevering van In de praktijk en NHG-nieuws is er extra aandacht voor de praktijkondersteuner/praktijkverpleegkundige. Twee mijlpalen vormden hiertoe de aanleiding:

  • de nieuwe opleiding tot praktijkverpleegkundige, ofwel ‘Bachelor of nursing in de huisartsenzorg’, waarvan de pilot zojuist is afgerond;
  • het nieuwe Tijdschrift voor praktijkondersteuning, een zesmaandelijkse uitgave onder redactie van H&W, waarvan onlangs het 0-nummer is verschenen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen