Nieuws

Zorgfamilie

Gepubliceerd
2 oktober 2013
‘Ik wil ook dokter worden, net als mama.’
De artsendichtheid in mijn familie is hoog. Mijn beide ouders, een oom en een tante zijn arts. Van mijn vier broers en zussen zijn er drie in de zorg gaan werken. Zoals mijn vaders krullen volgens de wet van Mendel zijn overgeërfd, lijkt ook het doktersgen dominant doorgegeven.
Ik geloof sterk in clustering van zorgberoepen binnen families. Of het nu opvoeding of genetica is, besmettelijk is het artsenberoep zeker. Zelf ben ik hier een duidelijk voorbeeld van. Terwijl ik in mijn jeugd nooit dokter wilde worden, won mijn genetische aanleg het in 6 vwo van mijn verdringingscapaciteit en was dokter worden plots het enige dat ik wilde.
Mocht ik ooit kinderen krijgen, dan schat ik het risico hoog in dat een van hen langer dan zijn jeugd doktertje wil blijven spelen. En dat vind ik behoorlijk spannend. Aan de ene kant ben ik natuurlijk verheugd, want het is een prachtvak. Aan de andere kant vraag ik me af of mijn ervaringen mij, en dus ook hem, in de weg zouden zitten. Mijn kind zou de dupe kunnen worden van de frustraties die ik tijdens mijn loopbaan heb opgedaan. Ik zou me te veel met zijn opleiding en ontwikkeling bemoeien.
Zo zou ik bang zijn dat hij over zich heen laat lopen in het ziekenhuis. Het zou me pijn doen als hij in het weekend doodmoe thuiskomt en naast zijn 50-urige stageweek met twee avonddiensten nog een verslag moet schrijven en een toets voorbereiden. Ik zou boos worden als ik hem met een geacteerd enthousiasme zie zwoegen om bij minder interessante coschappen toch met een voldoende beoordeeld te worden. Nu ik het eindelijk durf, zouden mijn vingers jeuken om die stageplaatsen via hem eens op hun onmenselijkheid te wijzen. Voor een net zelfstandig wordend kind is zo’n bemoederende ouder natuurlijk enorm gênant.
Daarnaast zou ik het moeilijk kunnen aanzien als mijn kind dezelfde uitputtende bewijsdrang tegenover mij zou hebben als ik vroeger tegenover mijn ouders had. Ik heb voor mijn opleiding tijdelijk in de psychiatrie gewerkt en werd vaak herkend als ‘dochter van’. Dat vond ik lastig. Op het werk wilde ik bewijzen dat ik net zo’n analytische blik als mijn vader had. Op bezoek thuis smeet ik met halfbegrepen medische termen om indruk op papa te maken. Het lijkt me voor zowel ouder als kind ongezond een onderlinge concurrentiestrijd te voeren. Dus zie ik mezelf later pogen dit te voorkomen door medische gesprekken hardnekkig te vermijden. Erg sneu voor een kind dat zijn ervaringen af en toe wil ventileren.
Tot slot zou ik vrezen dat ons gezin het stempel ‘doktersgezinnetje’ krijgt toebedeeld. Ik heb vaak onderschat wat de impact is van de status van arts, laat staan van een artsenfamílie. Het is me regelmatig overkomen dat na het vertellen dat ik dokter ben de mond van mijn gesprekspartner openviel en het tot dan toe leuke gesprek abrupt werd verstoord door een ‘wow’ met een lange ‘o’. Vroegere klasgenootjes werden door hun ouders soms net iets te opvallend gestimuleerd om vriendjes te worden met onze ‘doktersfamilie’. Mensen lijken tegen dokters op te kijken. Ongewild krijgt een arts het stereotype van intelligentie en welvarendheid toebedeeld. Hoewel ik supermarktaanbiedingen afspeur en een zuinige boodschappenauto rijd, word ik soms toch op een ongemakkelijk voetstuk geplaatst. Uit angst niet ‘gewoon’ te worden gevonden zou ik mijn kind mogelijk elke decadente uitspatting verbieden en dus beperken in zijn vrijheid.
Ik ben bang dat ik met mijn ervaringen een kind te veel zou willen behoeden voor de ellende van de dokterswereld. Ik besef maar al te goed dat mijn ervaring niet de zijne zal zijn en hij het best onbevooroordeeld kan zijn. Bovendien vormt een zware opleiding je tot een sterk persoon, een vereiste voor een goede dokter. Maar het is een opgave mijn angsten niet op mijn toekomstig kind te projecteren.
Achteraf gezien ben ik blij dat ik mijn ouders in dit vak achterna ben gegaan. Ondanks een zwaar voortraject moet ik er dus ook op vertrouwen dat een toekomstig kind goed terechtkomt. Mocht mijn kind voor de uitdaging van de opleiding tot arts kiezen, dan zal ik synchroon de uitdaging met mezelf aangaan. Ik zal mijn kind niet onnodig beangstigen of overdreven beschermen, maar het allermoeilijkste moeten nastreven: gewoon moeder zijn.
Sophie van der Voort
Sophie van der Voort is tweedejaars aios.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen