Nieuws

ADHD-medicatie risicofactor voor hart- en vaatziekten?

0 reacties
Gepubliceerd
3 mei 2012
Op het spreekuur zien we regelmatig mensen met ADHD van wie er steeds meer methylfenidaat-achtige medicatie gebruiken. Deze medicatie geeft een verhoging van de bloeddruk en de pols, maar vormt geen risicofactor voor hart- en vaatziekten.
Amerikaanse onderzoekers verrichtten een multicentre retrospectief cohortonderzoek, waarbij de gegevens werden geïncludeerd van 150.359 personen van 25 tot 64 jaar oud die stimulantia (methylfenidaat, amfetamine of pemoline) of atomoxetine (selectieve norepinephrine reuptake inhibitor) gebruikten. De uitkomstmaten myocardinfarct, plotselinge hartdood en cerebrovasculair accident werden vergeleken met personen uit hetzelfde geboortejaar en dezelfde regio, die de stimulantia of atomexetine niet gebruikten.
Bij actief gebruik van ADHD-medicatie was het aantal ernstige cardiovasculaire events even groot als bij niet-actief gebruik (RR 1,03; 95%-BI 0,86-1,24). Ook wanneer gekeken werd naar duur van gebruik, nieuw gebruik of een voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten of psychiatrie werd geen verhoogd risico gevonden. Het feit dat ADHD-medicatie meer gebruikt wordt door hoger opgeleide blanke personen, kan mogelijk een vertekend beeld geven (healthy-user bias). ADHD-medicatie in het algemeen lijkt geen risicofactor te zijn voor hart- en vaatziekten onder zowel de jonge populatie (25-44 jaar) als de middelbare populatie (45-64 jaar). Door de omvang van het onderzoek is de power groot. Voor individuele middelen is de bewijskracht echter kleiner, waardoor een gering verhoogd risico niet kan worden uitgesloten.
In de praktijk lijkt bij jongere patiënten terughoudendheid ten aanzien van ADHD-medicatie met het oog op hart- en vaatziekten niet nodig. Of langdurig gebruik een probleem wordt als de gebruikers ouder worden, zal de tijd moeten leren. (Sophie van Koningsbrugge)

Literatuur

  • 1.Habel LA, et al. ADHD medications and risk of serious cardiovascular events in young and middle-aged adults. JAMA 2011;306:2673-83.

Reacties

Er zijn nog geen reacties