Nieuws

Antidepressivaboek valt tegen

Gepubliceerd
5 oktober 2011

Doelgroep Huisartsen, psychiaters, apothekers en degenen die in opleiding zijn. De titel van het boek is aansprekend. Een goede afweging van de voor- en nadelen van verschillende antidepressiva kan voor de Nederlandse huisarts immers zeer behulpzaam zijn, bijvoorbeeld als het gaat om belemmerende bijwerkingen. Ook voor de werkgroep die verantwoordelijk is voor de update van de NHG-Standaard Depressieve klachten, had dit boek de reddende engel kunnen zijn. Inhoud Het boek bestaat uit tien hoofdstukken door in het totaal twintig auteurs geschreven. Elk hoofdstuk eindigt met een aantal aandachtspunten, wat de keuze om de hoofdstukken echt te lezen vereenvoudigt. Het eerste hoofdstuk over farmacokinetiek heeft geen consequenties voor de praktijk en is dus meer iets voor liefhebbers. Het tweede hoofdstuk over de werkzaamheid en bijwerkingen van antidepressiva bij stemmingsstoornissen is praktischer, hoewel de conclusies ons niet verder helpen: alle middelen zijn ongeveer even effectief. De TCA’s werken bij ernstige depressies beter, maar er is een enigszins lagere tolerantie. Bij de meeste TCA’s is er een relatie tussen de bloedspiegel en de klinische werkzaamheid, bij de SSRI’s is die afwezig. Ook in geval van een comorbide angststoornis (hoofdstuk 3) is er geen duidelijke voorkeur aan te geven. Voor alle angststoornissen is de werkzaamheid van antidepressiva aangetoond. De medicatie moet geleidelijk worden opgebouwd vanwege de aanvankelijke toename van de klachten. De SSRI’s geven vooral bij jongvolwassenen een licht verhoogde kans op zelfmoord. Antidepressiva bij kinderen (hoofdstuk 4) liggen buiten de scoop van de huisarts. Bij ouderen (hoofdstuk 5) gelden dezelfde regels als bij jongvolwassenen. In hoofdstuk 6 staat een handige, maar niet-wetenschappelijke tabel die de relatie tussen de middelen en de verschillende bijwerkingen weergeeft. Een nuttige tip is vegetatieve en andere somatische klachten goed in kaart te brengen alvorens de behandeling te starten, om onderscheid te kunnen maken tussen bijwerkingen en pre-existente klachten. Hoofdstuk 7 gaat over de strategieën bij onvoldoende respons op het eerste antidepressivum. Dosisverhoging levert bij vrijwel alle SSRI’s geen verbetering op, bij TCA’s mogelijk wel. Hoofdstuk 8 gaat over de farmacokinetische keuzecriteria: wat te doen bij somatische comorbiditeit en bijvoorbeeld leverfunctiestoornissen. De auteur slaagt er niet in voor de praktijk zinvolle aanbevelingen te doen. In hoofdstuk 9 wordt beschreven wat de doen als een middel niet aanslaat. Helaas betreffen de aanbevelingen vooral problemen in de tweede en derde lijn. In hoofdstuk 10 is een en ander samengevat en vertaald naar de verschillende richtlijnen. De medicatieadviezen in de nieuwe huisartsenstandaard zullen zoveel mogelijk overeenkomen met de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie. Oordeel De titel wordt in het boek niet waargemaakt. Een vergelijking in werkzaamheid uitgedrukt in NNT ontbreekt, de bijwerkingen zijn niet of willekeurig gewogen. Ze zijn niet uitgedrukt in Number Needed to Harm of in het percentage patiënten dat vanwege de bijwerking met het middel moest stoppen. De prijzen van de verschillende middelen zijn niet vermeld. Misschien kunnen psychiaters hun voordeel doen met dit boek. Voor huisartsen was de kerninformatie in een artikel met twee à drie tabellen voldoende geweest. Hans Grundmeijer

Waardering **

* zeer matig ** matig *** redelijk **** goed ***** zeer goed

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen