Nieuws

Balans tussen voor- en nadelen antistolling bij atriumfibrilleren verschilt per individu

Gepubliceerd
3 november 2016
Doelgroep Farmacologen, farmaco-epidemiologen en in farmacologie geïnteresseerde artsen.
Inhoud Dit proefschrift van Van der Ham, een farmacoloog, beslaat vijf hoofdstukken. Haar algemene doel is om de balans tussen positief effect en risico’s te evalueren van orale anticoagulantia bij atriumfibrilleren voor de individuele patiënt. Deze balans is immers delicaat: orale anticoagulantia hebben een goed effect bij atriumfibrilleren - ze voorkomen ischemisch CVA’s - maar kennen bloedingen als risico. De onderzoekster gebruikte grote observationele databases bij de analyses. Ze vond dat de effectiviteit van vitamine K-antagonisten en de nieuwe orale anticoagulantia (NOAC’s) gelijk was, maar dat de kans op gastro-intestinale bloedingen groter was bij NOAC’s. Acetylsalicylzuur had geen effect op het voorkomen van CVA’s. In de Verenigde Staten leken vitamine K-antagonisten (warfarine) vergeleken met NOAC’s slechter te presteren. In het Verenigd Koninkrijk, met een beter functionerende van trombosedienst, presteerden vitamine K-antagonisten juist goed. In een andere analyse bleek dat ook andere factoren dan die in de veelgebruikte risicoclassificaties de baten-risicobalans beïnvloeden, waaronder anemie, leverfalen, kanker en eerdere bloedingen. Daarnaast vond de auteur dat de ‘tijd in het therapeutische venster’ (dat wil zeggen de tijd dat iemand daadwerkelijk in het geïndiceerde INR-gebied zat) en bepaalde clusterpatronen van de hoogte van INR’s effect hadden op de baten-risicobalans.
Oordeel Een gedegen en goed geschreven proefschrift over een veelvoorkomend voorschrijfdilemma. De conclusie onderbouwt de huidige NHG-Standaard. Voor de meeste huisartsen is het niet zo lezenswaardig, maar wel bij interesse in farmaco-epidemiologie.
Lidewij Broekhuizen

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen