Nieuws

Cervixscreening stoppen

Gepubliceerd
10 september 2003

Lucassen bespreekt in het Journaal (H&W 2003;46:352) een onderzoek over cervixscreening in Bristol. In een duopraktijk zou in 38 jaar één dode per jaar worden voorkomen ten koste van 152 vrouwen met abnormale uitstrijkjes en vervolgonderzoek.1 Voor het Nederlandse bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is berekend dat 2560 uitstrijkjes gemaakt moeten worden om één sterfgeval van baarmoederhalskanker te voorkomen (per duopraktijk één dode per 12 jaar).2 Mortaliteit als uitkomstmaat voor deze ziekte is een grof eindpunt. Na introductie van een screeningsprogramma blijkt in de betreffende landen de incidentie van baarmoederhalskanker fors (40-50%) te zijn gedaald; ook hebben landen met een screeningsprogramma een lagere incidentie dan landen zonder.3 Naarmate de huisarts meer participeert in het bevolkingsonderzoek, zijn de opkomst en beschermingsgraad 10-15% hoger dan wanneer de GGD uitnodigt.4 Dit geldt vooral voor groepen met een verhoogd risico en een lage opkomst (allochtone vrouwen en een lagere SES). Deels is de kritiek op cervixscreening terecht. Ondanks alle nieuwe ontwikkelingen is het arbeidsintensieve uitstrijkje nog steeds het beste screeningsinstrument.5 Het vervolgonderzoek na een afwijkend uitstrijkje is belastend voor de patiënte én de gezondheidszorg. Hopelijk zal in de nabije toekomst met onderzoek op het humane papillomavirus een deel van de vrouwen met een afwijkend uitstrijkje gerustgesteld en een deel terecht verwezen kunnen worden. De conclusie van Lucassen is te kort door de bocht: het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker is effectief gebleken en heeft ons geleerd dat preventie in de huisartsenpraktijk effectief is en goed gedelegeerd kan worden. Met het stoppen van de cervixscreening zou men het kind met het badwater weggooien. Louwrens Boomsma, Ton Drenthen, NHG-sectie Preventie & Patiëntenvoorlichting

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen