Nieuws

Denk aan vaccineren bij een afweerstoornis

Gepubliceerd
9 juni 2020
Het aantal patiënten met een verworven afweerstoornis neemt toe. Infectiepreventie door vaccinatie is voor hen van extra belang. Toch is de vaccinatiegraad binnen deze groep laag. Een Nederlands overzichtsartikel bespreekt de verschillende aspecten van vaccinatie bij deze patiënten. Huisartsen kunnen wellicht een rol spelen door bij hen ook alert te zijn op de vaccinatiestatus.
0 reacties

Het aantal immuungecompromitteerde patiënten dat immunosuppressiva gebruikt – zoals methotrexaat, mycofenolzuur en corticosteroïden, TNF-alfablokkers en rituximab – neemt toe. Verder hebben patiënten met hiv of asplenie een verminderde afweer, evenals patiënten na allogene stamceltransplantatie. 

Hoewel de behandeling van deze aandoeningen zich meestal beperkt tot de spreekkamer van de specialist, geldt dat niet voor de gevolgen! Zo gaat een verstoorde afweer doorgaans gepaard met een verhoogde vatbaarheid voor (gecompliceerde) infecties, zoals influenza en invasieve pneumokokkenziekte (in Nederland), of virale hepatitis, gele koorts en buiktyfus bij reizen naar endemische gebieden.

De auteurs van dit overzichtsartikel bespreken de aspecten van vaccinatie bij patiënten met een verworven afweerstoornis. In het algemeen geldt een absolute contra-indicatie voor levend verzwakte vaccins – zoals bof-mazelen-rubella (BMR), gele koorts en het BCG-vaccin tegen tuberculose – vanwege het risico op de ziekte door het vaccin zelf. Geïnactiveerde vaccins zijn wel veilig, maar de vaccinatierespons is vaak verminderd. 

Het advies bij chronisch inflammatoire aandoeningen is pneumokokken- en influenzavaccinatie. Bij hiv worden hepatitis A-, hepatitis B- en influenzavaccinatie en soms een pneumokokkenvaccinatie geadviseerd. De richtlijnen van de LCR (Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering) doen aanbevelingen over reizigersvaccinaties. Voor mensen zonder milt bestaat een aparte richtlijn. Ondanks deze richtlijnen is de vaccinatiegraad laag, waarschijnlijk door onwetendheid over noodzaak en effectiviteit van vaccinatie bij behandelaars. 

Hoewel het primair de taak van de behandelaar is, kan ook de huisarts een bijdrage leveren door alert te zijn op de preventieve vaccinatiemogelijkheden en deze te benoemen. Bespreek bijvoorbeeld het algemene belang van periodieke influenza- en pneumokokkenvaccinatie en zorg voor selectie van patiënten met een afweerstoornis bij de jaarlijkse griepvaccinatie. Verwijs bij vragen over reiswensen nu of in de toekomst door naar een deskundig reizigersgeneeskundige, bij voorkeur voor start met immuunsuppressiva.

Literatuur

  • Garcia Garrido HM, et al. Vaccinatie van immuungecompromiteeerde patiënten: veiligheid of schijnzekerheid? Ned Tijdschr Hematol 2019;16:401-9.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen