Nieuws

Droptella

Gepubliceerd
1 november 2012
De nieuwe huisarts, wat voor huisarts is dat? Wanneer ik denk aan een huisarts komt altijd het beeld van de huisarts van mijn moeder naar boven. Een kalende man in een colbert en met een wijze blik in zijn ogen. Zijn praktijk was een omgebouwd rijtjeshuis. De wachtkamer was knus met groen tapijt op de vloer. De hele praktijk was matig verlicht, ook de spreekkamer. Wanneer ik aan de hand van mijn moeder deze kamer binnenliep, werd ik altijd wat zenuwachtig. De ruime kamer, de donkere houten meubelstukken en het grote kamerscherm dwongen respect af en gaven je het gevoel je gedeisd te moeten houden. Tijdens het consult zat ik met grote ogen te wachten tot de huisarts het verhaal in het papieren dossier van mijn moeder opschreef. Hierbij draaide hij het dossier om en schreef ondersteboven op wat van belang was, zodat de patiënt meteen mee kon lezen. Dit was een zinloze handeling want zijn handschrift was volstrekt onleesbaar. Maar het hele gebeuren maakte wel een verpletterende indruk op zijn jonge patiënten. Toch was dit niet de hoofdreden waarom ik altijd mee wilde naar de huisarts. Het mooiste moment kwam aan het eind van het consult. Bij het weggaan kreeg je een blikken snoeptrommel voor je neus, vol met droptella’s. Droptella’s!! Ik was helemaal verzot op die snoepjes en liet geen gelegenheid voorbijgaan om een greep in de snoeptrommel van de huisarts te kunnen doen.
Een huisarts met een snoeptrommel, dat is nu ondenkbaar. De meeste patiënten krijgen al meer dan genoeg snoepgoed. Het is eerder een plicht van de nieuwe huisarts om deze slechte voedingsgewoonten ter sprake te brengen. Preventie lijkt een steeds groter deel van de werkzaamheden van de nieuwe huisarts in te nemen. Het actief opsporen en begeleiden van diabeten, het geven van leefstijladviezen en het uitvoeren en begeleiden van bevolkingsonderzoeken zijn slechts enkele voorbeelden. Recent heeft het KNMG een nieuwe richtlijn uitgebracht met de titel ‘Tijdig spreken over het levenseinde’. Deze richtlijn is bedoeld voor alle artsen die patiënten begeleiden die binnen afzienbare tijd zouden kunnen overlijden. Dit om te voorkomen dat mensen behandelingen krijgen die ze nooit gewild zouden hebben. Wederom preventie. Het leek mij interessant om als aankomende huisarts te kijken hoe je dit in de praktijk kunt brengen. Ik besloot de eerste gesprekken te gaan voeren met patiënten in het verzorgingshuis.
Vol goede moed vertrok ik op een ochtend naar het verzorgingshuis. Ik vroeg mij af hoe ik zou worden ontvangen. De meeste bewoners kenden mij nog niet en het voelde ongemakkelijk om als nieuwe arts direct over het levenseinde te beginnen. De eerste drie bewoners bleken het een normaal onderwerp te vinden en vonden het zelfs prettig om hier iets over te vertellen. Deze gesprekken verliepen soepel. Bij het vierde gesprek ging het mis. De bewoonster raakte meteen in paniek en begreep niet wat de dood met haar te maken had, ze voelde zich kerngezond. ‘Wat komt u doen, ik heb geen problemen!’ Het koste me minstens vijftien minuten om haar tot bedaren te brengen. Bij het weggaan keek ze me nog wat achterdochtig na. Eenmaal buiten wist de verzorging me ook te vinden, best handig zo’n arts die spontaan langskomt, kunnen er meteen wat zaken geregeld worden. ‘Mevrouw S. valt de afgelopen tijd best vaak, er is een probleem met de baxterrol van de heer K. en mevrouw J. lijkt wel wat vergeetachtig. Het zijn geen nijpende zaken hoor, maar nu je er toch bent...’ Tja, vermoeid ging ik naar het vijfde en laatste gesprek. Toen ik voor de deur stond, zonk de moed me in de schoenen. Waar was ik aan begonnen? Was dit nu het werk van de nieuwe huisarts? Actief op zoek naar problemen? Ik geloof dat ik liever achter een groot houten bureau in een mooie spreekkamer zit. Mijn dokterstas voelde loodzwaar. Ik zuchtte diep en klopte op de deur van de bewoonster. Een klein vrouwtje met een lieve glimlach en een nieuwsgierige blik in haar ogen deed open. Toen ik over haar kromme rug de huiskamer in keek, wist ik dat alles goed zou komen. In het midden van haar ronde tafel stond een grote glazen pot vol met droptella’s.
Siri Visser
Siri Visser is derdejaars aios.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen