Praktijk

‘Een sterke positie durven innemen’

Gepubliceerd
10 mei 2004

Voorspellen blijft moeilijk. Ontwikkelingen gaan snel en verlopen soms onverwacht. In de huisartsenwereld, maar ook in de wereld eromheen, in de gehele gezondheidszorg. Voor de huisartsenzorg is het van levensbelang om de eigen identiteit duidelijk vast te stellen teneinde niet overgeleverd te zijn aan alle ontwikkelingen. Enerzijds om pro-actief ontwikkelingen in gang te zetten en te kunnen beïnvloeden. Anderzijds om ontwikkelingen op hun waarde voor de huisartsenzorg te kunnen beoordelen. Vanuit de gedachte dat de huisartsenzorg een waardevolle bijdrage levert aan de samenleving, de gezondheidszorg en patiënten, is zowel behoud als ontwikkeling van de eigen identiteit en kwaliteit van belang.

Essenties van de huisarts

In het rapport ‘Huisartsenzorg en Huisartsenvoorziening’ is allereerst de basis van het vak nog eens vastgesteld. De essentie van huisarts geneeskunde, waarin deze verschilt van andere specialismen, is generalisme en contextgerichtheid. Zonder deze kenmerken is er mogelijk wel sprake van geneeskunde maar niet van huisartsgeneeskunde. Sommige ontwikkelingen kunnen een bedreiging zijn voor deze essentie. Grootschalige huisartsenposten hebben vele voordelen en kwaliteiten, maar de contextgerichtheid is er gering. Wanneer huisartsenposten toenemend gaan samensmelten met tweedelijns spoedeisende eerste hulp, en wanneer artsen zonder huisartsgeneeskundige opleiding en zonder ervaring in de daarbijbehorende specifieke consultvoering diensten gaan doen, wordt mogelijk één van beide pijlers van de huisartsgeneeskunde ondermijnd.

Kenmerken van de huisartsen

De essenties van de huisartsgeneeskunde bepalen vervolgens een aantal belangrijke kenmerken van de huisartsen zorg die geleverd wordt. Om recht te doen aan het generalisme en de contextgerichtheid dient huisartsenzorg beschikbaar te zijn voor alle gezondheidsproblemen van alle mensen. Huisartsen bieden eerste opvang, diagnostiek, behandeling, advisering en begeleiding. De zorg moet toegankelijk zijn en vraaggericht. En er dient sprake te zijn van persoonsgerichte, continue zorg. Een van de ontwikkelingen in de huisartsenzorg is afname van de beschikbaarheid van huisartsen. Patiënten hebben binnen één episode structureel met meerdere huisartsen te maken. Begrenzing van (het aantal) kleine aanstellingen lijkt noodzakelijk om de beschikbaarheid en een persoonsgerichte, continue zorg te waarborgen.

Organisatie van de huisartsen

Om huisartsenzorg met de essentiële kenmerken van generalisme en contextgeneeskunde te kunnen leveren, dient de bijbehorende organisatie deze zorg te kunnen waarborgen: een huisartsen voorziening. Nieuwe ontwikkelingen, met ver doorgevoerde specialisatie en verdeling van huisartsenzorg over een groot aantal zorgverleners, leiden tot fragmentatie van de zorg waardoor zowel generalisme als aandacht voor de (psychosociale en medische) context in gevaar komt. In een huisartsenvoorziening is wel sprake van functiedifferentiatie maar niet van specialisaties. Wil je in deze tijd van grote zorgvraag generalistische zorg kunnen blijven bieden aan de gehele populatie, dan is het van belang dat huisartsen alleen ingaan op zorgvragen waarvoor hún kennis werkelijk nodig is. Zorgvragen die door een praktijkassistente of -verpleegkundige beantwoord kunnen worden, dienen via een goed instroombeleid naar de betreffende zorgverlener toe geleid te worden. Voorwaarde is dan wel dat er binnen de organisatie goede samenwerking en afstemming is, en dit stelt weer eisen aan overlegstructuren. Generalisme en contextgerichtheid zijn de basis van de huisartsenzorg; dat geldt dus ook voor de werkwijze en consultvoering van praktijkverpleegkundige en -assistente.

Generalistische functionarissen

Tot slot leiden de essentie van huisarts geneeskunde, de kenmerken van huisartsen zorg en de organisatie van de zorg in een huisartsen voorziening tot een bepaalde functie-inhoud van de zorgverleners die verantwoordelijk zijn voor de huisartsenzorg. Voor de ontwikkeling naar nieuwe functies in de huisartsenzorg betekent dit dat nieuwe functionarissen generalistisch zijn. Het aantal verschillende functionarissen in een huisartsenvoorziening wordt beperkt. Wanneer praktijkassistente, praktijkverpleegkundige en huisarts generalistisch, contextgericht en breed opgeleid worden, zijn er niet meer dan drie functies van verschillend opleidingsniveau noodzakelijk.

Centrale positie van de huisartsenzorg

Nieuwe ontwikkelingen binnen de huisartsenzorg, maar ook concrete praktijkveranderingen, zouden telkens getoetst moeten worden aan de essentie van de huisartsenzorg. Het doorvertalen van de basis van de huisartsgeneeskunde naar de huisartsenzorg, de huisartsenvoorziening en de functies daarbinnen, leidt tot een centrale positie van de huisartsenzorg in de gezondheidszorg. Voor de patiënt een gids, binnen de gezondheidszorg een spil. Zoals personen sterker kunnen worden van een bewustzijn van hun eigen identiteit, zo is ook de huisartsenzorg gebaat bij een omschreven identiteit en bij het durven innemen van een sterke positie. Huisartsen kunnen deze centrale positie claimen; het vloeit voort uit hun zorg.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen