Praktijk

Investeren in studenten én jezelf

Door
Gepubliceerd
20 mei 2006

Deze serie gaat over medisch onderwijs in de huisartsenpraktijk, over vakmanschap en meesterschap. Het mes snijdt aan twee kanten: studenten en aios leren van uw expertise en uw eigen deskundigheidsontwikkeling krijgt nieuwe impulsen. We volgen de opleider op zijn weg als huisarts (voorbeeldfunctie), didacticus (docent), manager (van een opleidingspraktijk) en enthousiaste professional (als opleider). We gebruiken daarbij literatuur, interviews en boeiende opleidingssituaties. De eerste aflevering ging over goede redenen om te gaan opleiden (opleiders presteren beter, hebben een voorbeeldfunctie en ontwikkelen hun competenties). Deze keer staan we stil bij toegang tot deze bron van inspiratie: je aanmelden als opleider.

Goed voorbeeld…

Tijdens de bijeenkomst van opleiders op het instituut ontstaat een levendige discussie over de voorbeeldfunctie van de opleider voor de arts in opleiding tot specialist huisartsgeneeskunde (aios). Centraal staat de vraag in hoeverre het professioneel gedrag van de opleider samenhangt met de leerwaarde van de stage voor de aios. Opleidster Marieke: ‘Als mijn medische verslaglegging slecht is, zal dat mijn aios, Peter, extra prikkelen om zijn competentie daarin te verbeteren.’ ‘Je bedoelt’, vraagt opleider Jan, ‘dat Peter dan zal reageren met je te laten zien hoe het werkelijk moet?’ ‘Ja’, zegt Marieke, ‘maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik daarom altijd het slechte voorbeeld zou willen geven!’ Marieke zit er in haar beweringen naast. Uit onderzoek blijkt namelijk dat er een significante correlatie bestaat tussen enerzijds het professioneel gedrag van de opleider en anderzijds de leerwaarde van de stage en hetgeen de student of de aios in zijn eigen handelen overneemt.Noot 1 Als de opleider zijn medische verslaglegging verwaarloost, is de kans groot dat de aios dat ook gaat doen. Kortom, goed voorbeeld doet goed volgen. Dat goede voorbeeld is beschreven in de Eindtermen 2000 en in het Competentieprofiel van de huisarts (zie aflevering 1).

Theorieën over opleiden

Een goed vakman is nog niet direct een goede docent, zegt u. Dat klopt, maar opleiden kunt u leren. En de afdelingen Huisartsgeneeskunde van de acht universiteiten in Nederland bieden daarbij de nodige ondersteuning. Onderzoek van onderwijs heeft de laatste decennia enkele theorieën opgeleverd. Marieke en Jan discussiëren hierboven over een sociaal-cognitieve theorie: menselijk leren vindt onder meer plaats door het observeren van voorbeelden (rolmodellen). Dit gegeven is belangrijk in de gehele medische opleiding: docenten zetten zich bewust in als rolmodel. Maslow beschrijft de veiligheid die nodig is voor een volledige ontwikkeling van alle talenten van de mens. Daarom wordt in de opleiding tijd besteed aan het opbouwen van een veilige leer- en werksituatie. In het constructivisme wordt leren opgevat als het actief toekennen van betekenis aan bepaalde kennis (in tegenstelling tot het passief opnemen van kant-en-klare kennis). Uw eigen referentiekader bepaalt welke betekenis u toekent aan kennis. Zo zal een student de behandeling van hypertensie vanzelfsprekend vinden, terwijl u zich afvraagt of dat bij een specifieke patiënt wel terecht is (gezondheidswinst versus kwaliteit van leven). In de opleiding wordt stilgestaan bij de vraag in hoeverre de contextverschillen doorwerken in het leren en onderwijzen (Begrijpen we elkaar wel goed? Spreken we dezelfde taal, bijvoorbeeld over het behandelen van hypertensie?). Van deze en nog vele andere theorieën maken we in het medisch onderwijs graag gebruik. Hoe meer we weten over de manier waarop studenten, aios en opleiders leren, des te beter kunnen we de onderwijsprogramma’s daarop aanpassen.

Opleiden: een must!

Bij vrijwel alle afdelingen Huisartsgeneeskunde is er een groot tekort aan opleiders voor het co-schap huisartsgeneeskunde en voor de nieuwe ‘klinische stages’ in het zesde jaar van de basisopleiding. De faculteiten Geneeskunde hebben hun capaciteit uitgebreid en tevens het curriculum vernieuwd: dit is nu meer praktijkgericht en studenten zien eerder ‘echte patiënten’. In het zesde jaar combineren zij bovendien een wetenschappelijke stage met een langere stage in een opleidingspraktijk, óf in de kliniek óf in de huisartsenpraktijk. Wilt u beginnen met opleiden, start dan met studenten uit de basisopleiding. Neem contact op met de onderwijscoördinator van de afdeling Huisartsgeneeskunde van de dichtstbijzijnde universiteit. U hoort dan wat men van u verwacht en wat u daarvoor terugkrijgt. Naast een financiële vergoeding is er vaak een cursusaanbod voor beginnende opleiders met aandacht voor didactiek, het inrichten van uw praktijk als opleidingsplaats en uw ‘professioneel gedrag’ als opleider. Met deze stap bewijst u de huisartsgeneeskunde en uzelf een grote dienst: studenten worden door een goede stage gemotiveerd om te kiezen voor het specialisme huisartsgeneeskunde en uzelf doet ervaring op met het geven van onderwijs. Uw kansen om later ook opleider te worden bij de huisartsopleiding nemen toe en daar kunt u zich dan weer verder bekwamen. Carrièreperspectief dus. Doen! In de volgende aflevering kom ik hier uitgebreid op terug in een interview.

Voetnoten

  • Noot 1.

    De Haan M, Boendermaker PM, Heij I. Het medisch ambacht. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2002.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen