Praktijk

Kennistoets: antwoorden

0 reacties
Gepubliceerd
7 januari 2013
1. Onjuist / 2. Onjuist
Q-koorts is een infectieziekte die van dieren op mensen kan overgaan (zoönose). In Nederland zijn vooral besmette melkgeiten en melkschapen de infectiebron voor mensen. De bacterie die Q-koorts veroorzaakt is Coxiella burneti. Q-koorts is niet van mens op mens overdraagbaar.
www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/infectieziekten/Q_koorts/index.jsp.
Van Steenbergen JE, Roest HJ, Wijkmans CJ, Van Duijnhoven Y, Vellema P, Stenvers O, et al. Q-koorts in Nederland: 2008 en verwachtingen voor 2009. NTvG 2009;153:A370.
3. Juist / 4. Onjuist
De tubulaire adenomateuze poliep is de meest voorkomende darmpoliep. De kans op maligne ontaarding is bij dit type poliep minder groot dan bij de villeuze adenomateuze poliep.
Als bij sigmoïdoscopie een verklaring wordt gevonden voor het rectale bloedverlies, bijvoorbeeld een proctitis of divertikels, kan in eerste instantie worden behandeld respectievelijk een expectatief beleid worden gevoerd. Als echter bij sigmoïdoscopie géén afwijkingen worden gevonden of indien er poliepen worden gezien, is een colonoscopie alsnog geïndiceerd.
Damoiseaux RAMJ, De Jong RM, De Meij MA, Starmans R, Dijksterhuis PH, Van Pinxteren B, et al. NHG-Standaard Rectaal bloedverlies. www.nhg.org.
5. Juist / 6. Juist / 7. Juist
Struikelen of scheef slijten van de schoenen is, naast de afwijkende beenstand, bij genua valga vaak de klacht waarmee ouders op het spreekuur komen. X-benen zijn meestal een fysiologische ontwikkeling, minder dan 5% is pathologisch. Bij eenzijdig voorkomen of persisteren ná het zevende levensjaar moet de huisarts aan pathologie denken. Als bij liggend onderzoek de mediale malleoli niet tegen elkaar kunnen worden gedrukt, is de kans groot dat de genua valga niet spontaan zullen corrigeren.
Eekhof JAH, Knuistingh Neven A, Opstelten W. Kleine kwalen bij kinderen. Tweede druk. Amsterdam: Elsevier gezondheidszorg, 2009.
Visser JD. Kinderorthopaedie: pluis of niet pluis. Een leidraad voor de eerstelijns gezondheidszorg. 10e druk. Groningen: Van Denderen, 2009.
8. Onjuist / 9. Juist / 10. Juist
De effectiviteit van serotonineheropnameremmers (SSRI’s) en tricyclische antidepressiva (TCA’s) is nagenoeg gelijk. TCA’s zijn gecontra-indiceerd na een recent hartinfarct en terughoudendheid is geboden bij urineretentie, lever- en nierfunctiestoornissen, glaucoom, epilepsie en cardiovasculaire aandoeningen zoals hartfalen.
Het antidepressieve effect, het normaliseren van de stemming en van de andere kenmerken van depressie zoals verlies van interesse en schuldgevoelens, is meestal pas na twee tot vier weken merkbaar, terwijl bijwerkingen al een paar uur na inname kunnen optreden.
Bij depressie is 60% van de patiënten na een half jaar hersteld. Maak duidelijk dat de patiënt invloed heeft op het herstel. Een actieve houding en levenswijze hebben een gunstige uitwerking op het beloop.
Van Weel-Baumgarten E, Van Gelderen G, Grundmeijer H, Licht-Strunk E, Van Marwijk H, Van Rijswijk E, et al. NHG-Standaard Depressie (tweede herziening). www.nhg.org.
www.fk.cvz.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen