Wetenschap

Paracetamol en vaccinaties

Gepubliceerd
4 februari 2010

Vraagstelling

Heeft profylactisch toegediend paracetamol een gunstig effect bij vaccinaties?

Betekenis voor huisarts en patiënt

Koorts is een normale fysiologische reactie, waarbij het vrijkomen van cytokinen een cascade van immunologische reacties op gang brengt. Uit onderzoek is ook gebleken dat verlaging van de temperatuur na toediening van paracetamol geen voorspeller is van het ziektebeloop bij kinderen met koorts. Koorts bestrijden is echter geen doel op zich. Kinderen krijgen bij vaccinaties vaak routinematig paracetamol om koortsreacties en pijn te voorkomen. Uit dit onderzoek is echter gebleken dat paracetamol als profylacticum bij vaccinatie de antistofvorming juist afremt. Systematisch toedienen van paracetamol bij vaccinaties moet dan ook worden ontraden. Dit advies past in het beleid van de NHG-Standaard Kinderen met koorts.

Korte beschrijving

Inleiding Ouders geven vaak profylactisch paracetamol om koorts en pijn bij vaccinatie te voorkomen. Ze schrikken terug voor een mogelijke koortsconvulsie, hetgeen begrijpelijk is maar de wetenschappelijk onderbouwing daarvoor ontbreekt.1 In dit onderzoek keken onderzoekers naar het profylactische effect (het voorkómen van koorts) en naar het effect op de antilichaamvorming bij kinderen die werden gevaccineerd.2 De primovaccinatie betrof driemaal PHiD-CV, DTPa-HBV-IPV/Hib en oraal HRV; de boostervaccinatie betrof PHiD-CV met DTPa-HBV-IPV/Hib (zie kader).

PHiD-CV: pneumococcal non-typeable Haemophilus influenzae protein D-conjugate vaccine DTPa-HBV-IPV/Hib: hexavalent diphtera-tetanus-3-component acellular pertussis B-inactivated poliovirus types 1, 2, and 3-H influenzae type-b vaccine HRV: human rotavirus vaccine

Patiëntenpopulatie De onderzoekers randomiseerden 459 kinderen in twee groepen: een groep kreeg elke 6 tot 8 uur na vaccinatie drie keer paracetamol; de controlegroep kreeg geen profylaxe. De dosering van paracetamol was afhankelijk van het gewicht van het kind: 80 mg bij kinderen &lt 7 kg; 125 mg bij kinderen ≥ 7 kg. De kinderen die een primovaccinatie kregen waren respectievelijk 3, 4 en 5 maanden oud. De kinderen die een boostervaccinatie kregen waren 12 tot 15 maanden oud. Voor de boosterfase kwamen 414 kinderen in aanmerking. In principe bleven de gerandomiseerde groepen gelijk wat betreft paracetamolprofylaxe. Het onderzoeksprotocol werd aangepast na het bekend worden van de immunogeniteitsgegevens. Uiteindelijk analyseerden de onderzoekers drie groepen: een groep (n = 141) met paracetamolprofylaxe (primo en booster), een groep (n = 27) die alleen paracetamol bij primovaccinatie kreeg en een groep (n = 168) die bij zowel primo- als boostervaccinatie geen paracetamol kreeg. Uitkomstmaat Als uitkomstmaat hanteerden de onderzoekers de temperatuur, rectaal gemeten gedurende de eerste drie dagen na de vaccinatie. Ze bepaalden serumantistoffen tegen de diverse vaccins vóór de primovaccinatie, een maand daarna en ook vóór en een maand na de boostervaccinatie. Resultaten Het percentage kinderen met een temperatuur ≥ 38° was 40 tot 50% lager in de paracetamolgroep. Bij de eerste dosis was dit effect het duidelijkst: 22% van de kinderen in de paracetamolgroep versus 59% van de kinderen in de controlegroep. Een kind in de paracetamolgroep had een temperatuur > 39,5° versus 3 kinderen in controlegroep. De antistofvorming tegen de diverse micro-organismen was in de meeste gevallen in de paracetamolgroep statistisch significant lager dan in de controlegroep (dus zonder paracetamolprofylaxe). Ook in de groep die paracetamol kreeg bij de primovaccinatie en geen paracetamol bij de boostervaccinatie was de antistofvorming lager dan in de groep zonder profylaxe. Conclusie van de onderzoekers Paracetamolprofylaxe reduceert verhoging van de temperatuur (> 38°) als reactie op vaccinatie, maar de onderzoekers concludeerden dat hoge koorts (> 39,5°) slechts zelden optrad, met of zonder profylaxe. De antistofvorming tegen de diverse antigenen in de vaccins was daarentegen significant lager indien paracetamol als profylaxe werd gebruikt. Routinematig toepassen van paracetamolprofylaxe bij vaccinaties moet dan ook niet worden geadviseerd. Bewijskracht: 1b randomised controlled trial.3 Arie Knuistingh Neven

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen