Praktijk

Slechthorendheid en werk

0 reacties
Door
Gepubliceerd
10 februari 2007

De kern

  • Slechthorendheid leidt vaak tot sociale belemmeringen, onder meer op het werk.
  • Vermoeidheid en burn-out kunnen uitingsvormen zijn van belemmeringen bij slechthorenden. Het gehoorverlies wordt dan vaak laat opgemerkt.
  • Met goede aanpassingen kan arbeidsongeschiktheid bij slechthorenden worden voorkomen.

Inleiding

Het NHG publiceerde onlangs de herziene standaard Slechthorendheid.1 Wanneer iemand met gehoorklachten bij de huisarts komt, vraagt zij volgens deze richtlijn onder andere naar omstandigheden waarin het verminderde gehoor problemen geeft, zoals bij vergaderingen en frequent verblijf in lawaaierige omgeving. Arbeidsomstandigheden kunnen slechthorendheid veroorzaken en slechthorendheid kan ook weer tot grote sociale problemen leiden, zeker ook op het werk. Helaas is het vaak al te laat voor primaire preventie wanneer iemand met klachten van het gehoor op het spreekuur van de huisarts komt. Vaak merkt men het gehoorverlies pas laat op. Dit overkomt ook artsen: slechts 46% van een groep artsen bij wie gehoorverlies werd gemeten, had dit bij zichzelf al vastgesteld.2 Bedrijfsartsen kunnen een belangrijke rol spelen bij het behouden van de arbeidsgeschiktheid van slechthorenden. In dit artikel informeren we de huisarts over slechthorenden die werken. Meer kennis bij huisartsen van de mogelijkheden die de bedrijfsarts in deze gevallen heeft, zal adequate verwijzing en onderlinge samenwerking bevorderen34 en daarmee de werknemer meer kans bieden op behoud van de arbeidsgeschiktheid met positieve gevolgen voor het welzijn.

Een slechthorende zweminstructeur

De heer Wiegersma, een 53-jarige zweminstructeur, heeft gehoorverlies in beide oren. Al 34 jaar werkt hij als instructeur in het zwembad. Hij wordt steeds vermoeider en maakt zich zorgen of hij eventueel hulpgeroep van zwemmers tijdens het toezicht nog wel kan horen. Met deze klachten gaat hij naar de huisarts die naast de slechthorendheid een hoge bloeddruk vaststelt. Een ziekmelding volgt en functieongeschiktheid dreigt. De bedrijfsarts verwijst hem naar een audiologisch centrum met de vraagstelling: Is het gehoorverlies nog verenigbaar met de verantwoordelijkheden in zijn functie als toezichthouder in het zwembad, waarbij een goed gehoor vereist is? In het audiologisch centrum wordt eerst audiologische diagnostiek verricht. Het toonaudiogram toont een matig tot ernstig symmetrisch perceptief gehoorverlies, oplopend van 30 dB bij 1000 Hz tot 75 dB bij 8000 Hz. Er is geen sprake van een lawaaidip. In het spraakaudiogram haalt de heer Wiegersma weliswaar een score van 100% bij 80 dB voor beide oren, maar de spraak-in-ruistests laten forse afwijkingen in de signaal-ruisverhouding in beide oren zien. Uit de psychosociale diagnostiek blijkt dat de zwembadinstructeur zich zorgen maakt over zijn toekomst. Hij wil graag blijven werken en zijn functie behouden, maar vraagt zich af of hij dat tot zijn pensioen volhoudt. Nu is de zwemzaal een akoestische omgeving die voor de instructeur zeer ongunstig is met altijd veel lawaai en nagalm. Tijdens het lesgeven moet hij toezicht houden op groepen van 60 à 70 kinderen. Zijn functie vereist dat hij een groot gedeelte van zijn werktijd in het water doorbrengt, wanneer hij lesgeeft aan kinderen en ouderen. Alles bij elkaar genomen is de conclusie dat het beroep van badmeester voor een slechthorende niet ideaal is, dat het zwembad geen ideale werkomgeving is en dat hoortoestellen dit niet kunnen veranderen. Deze conclusie geldt ook wanneer werkgever en collega’s hun best doen om de slechthorende badmeester in hun midden te handhaven en wanneer hij zelf nog zo goed met zijn handicap omgaat door deze niet te camoufleren, maar hulp vraagt en de situatie zo goed mogelijk naar zijn hand zet. De heer Wiegersma loopt grote kans veel te moe te worden, foutieve beslissingen te nemen op grond van verkeerde inschattingen en onzekerheid over zijn eigen ‘betrouwbaarheid’. Los daarvan bestaat het gevaar dat het grote aantal decibellen in met name binnenbaden het gehoor van de badmeester nog verder zal beschadigen. Hoortoestellen kunnen aan de problemen niet veel veranderen: er is te veel galm, er zijn te veel lawaaibronnen tegelijkertijd. Ook werken hoortoestellen in een vochtige omgeving vaak niet goed. Het advies is een tweesporenbeleid te volgen: één voor de thuissituatie en één voor de werksituatie. Gezien het gehoorverlies zou de heer Wiegersma baat hebben bij hoortoestellen. In het zwembad zijn hoortoestellen echter niet mogelijk vanwege de natte omstandigheden. Het advies van het audiologisch centrum aan de bedrijfsarts is dan ook een loopbaanplan op te stellen, waarbij binnen enkele jaren een passende werkplek voor de instructeur beschikbaar komt. In een relatief stille omgeving zal hij weinig hoorproblemen ervaren en kan hij dan hoortoestellen gaan gebruiken. Daarom wordt de instructeur geadviseerd nu alvast met hoorrevalidatie voor de thuissituatie te beginnen. Die procedure wordt in gang gezet.

Wat is een gehoorbeperking?

Iemand heeft een gehoorbeperking als hij aangeeft niet of slechts met moeite een gesprek met een partner te kunnen voeren, dan wel een gesprek met twee of meer personen te kunnen volgen, ook met hulp van een hoortoestel. In de beroepsleeftijd voldoet tussen de 20-44 jaar ruim 1% aan dit criterium en in de leeftijd van 45-64 jaar 3% van de mensen. Deze beperking is niet altijd door lawaai veroorzaakt, ook andere aandoeningen dragen aan de gehoorbeperking bij.5

Belemmeringen voor slechthorenden op het werk

Slechthorendheid kan bij naar schatting 200.000 werkenden leiden tot problemen in het dagelijks functioneren.6 Naast communicatie-eisen spelen ook veiligheidseisen mee. Wie slecht hoort, ervaart problemen in het functioneren door vermoeidheid, door omgevingslawaai, door mindere spraakverstaanbaarheid en door het niet herkennen van geluiden.

Het werk zelf kan bij de slechthorende tot problemen leiden. Het Expertisecentrum Gehoor & Arbeid onderscheidt grofweg vier clusters van beroepen met daarbij behorende auditieve karakteristieken:

  • administratief personeel: concentratie-eisen;
  • managers, adviseurs: communicatie-eisen;
  • transportpersoneel: veiligheidseisen;
  • professionals in onderwijs en zorg: concentratie- en communicatie-eisen.

Daarnaast kan de omgeving waarin het werk wordt uitgevoerd, belemmeringen geven. Dit hangt onder meer af van:

  • de eventuele verplichting in groepen te functioneren (meerpersoonskamer, vergaderingen);
  • de mogelijkheid om zelf de situatie communicatief aan te sturen;
  • de mate waarin de omgeving afgestemd kan worden op de slechthorende (de mensen en de ruimte, bijvoorbeeld nagalm).

Wat kan de bedrijfsarts doen voor slechthorenden?

De bedrijfsarts kan eenvoudige oplossingen zelf adviseren. Bij meer complexe gevallen of wanneer het advies niet helpt, kan de bedrijfsarts, bij voorkeur in overleg met de huisarts, verwijzen naar een audiologisch centrum. De hierboven beschreven casus geeft een voorbeeld van wat zo’n centrum dan doet. De bedrijfsarts kan met het advies zo nodig als bemiddelaar optreden om de adviezen op het werk te helpen uitvoeren.

Audiologisch protocol en adviezen

Het Expertisecentrum Gehoor & Arbeid ontwikkelde een audiologisch protocol, dat op den duur hopelijk door alle audiologische centra zal worden toegepast. Men begint met een toon- en spraakaudiogram. Daarna zijn verschillende modules mogelijk, zoals:

  • vragenlijsten over coping en/of vermoeidheid en stress;
  • metingen op de werkplek naar de kwaliteit van spraakoverdracht;
  • functietests in relatie tot het werk.

Op basis van de combinatie van gegevens worden adviezen gegeven. Deze kunnen op de volgende terreinen liggen: aanschaf van een hoortoestel of andere hulpmiddelen, akoestische adviezen, aanpassing van werk of werkplek, communicatieadvies, lawaaibeschermende maatregelen of advies voor nader onderzoek. De werknemer kan ook trainingen gaan volgen zoals spraakafzienvaardigheid. De omgeving kan ook worden getraind om beter met de slechthorende werknemer te kunnen communiceren. Bij bijzondere functie-eisen zoals voor communicatie en veiligheid kan het centrum een keuring verrichten en een uitspraak doen.

Gehoorschade door lawaai

Gehoorschade als gevolg van lawaai is een van de meest gemelde beroepsziekten. Lawaai wordt geacht schadelijk voor het gehoor te zijn wanneer het een waarde van 85 dB(A) overschrijdt bij een 8-urige (gewogen gemiddelde) blootstelling. Als voorbeeld: in een rustige kamer heerst een geluidsniveau van 50 dB(A); een motorfiets of grasmaaier produceert 90 dB(A), een vertrekkend vliegtuig 140 dB(A) en een rock-concert 110 tot 120 dB(A). Naast het geluidsniveau over 8 uur kunnen ook geluidspieken schadelijk zijn. Een eenmalig geweerschot van 140 tot 170 dB(A) heeft dezelfde geluidsenergie als 40 uur geluid van 90 dB(A).7 Temporary threshold shifts, het oorsuizen na blootstelling aan veel lawaai, is onschuldig wanneer het incidenteel voorkomt, maar bij herhaling geeft het een risico op blijvende gehoorschade. Dit verschijnsel is met name bekend bij discotheekbezoekers die er na discotheekbezoek last van krijgen. Opgemerkt moet worden dat lawaai ook tot andere schade kan leiden dan alleen op het gehoor. Zo is het bekend dat lawaai tot stressverschijnselen kan leiden. Bovendien is een relatie aangetoond tussen blootstelling aan lawaai en hart- en vaatziekten.8 De preventie van de risico’s in de privésfeer vereist een gezamenlijke aanpak van verschillende kanten. Ook in het onderwijs zou hier aandacht voor moeten zijn.

Conclusies

Wanneer huisartsen patiënten zien die klagen over een verminderd gehoor, hebben ze meestal al een flinke gehoorschade. Dit geeft aanzienlijke sociale beperkingen. Huisartsen moeten ook bedacht zijn op gehoorverlies als oorzaak van andere klachten of sociale problemen. Slechthorenden merken namelijk lang niet altijd hun gehoorproblemen op, maar krijgen last van vermoeidheid of burn-out of andere klachten als gevolg van een verstoring van het evenwicht tussen draaglast en draagkracht. De bedrijfsarts speelt een belangrijke rol om te helpen de beperkingen op het werk te verminderen. Soms verwijst hij naar een audiologisch centrum. Met goede aanpassingen en adviezen kunnen draagkracht en draaglast weer in balans komen, kan de arbeidsgeschiktheid behouden blijven en het sociaal functioneren verbeteren.

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties