Wetenschap

Stoppen met roken met behulp van medicamenten

Gepubliceerd
10 januari 2006

Vraagstelling

Hoe effectief zijn bupropion en nortriptyline bij pogingen met roken te stoppen?

Betekenis voor huisarts en patiënt

In de NHG-Standaard COPD wordt stoppen met roken als de belangrijkste stap gezien bij de behandeling van COPD. Hierbij worden een gestructureerde aanpak en eventueel nicotinevervanging geadviseerd. Het gunstige effect met nicotinevervanging is na één jaar 27%; bij behandeling met placebo was 13% na een jaar nog steeds gestopt. Met deze trial is aangetoond dat bupropion effectief is als ondersteuning bij een stoppoging. Nortriptyline doet niet veel onder voor bupropion en is bovendien beduidend goedkoper.

Korte beschrijving

Achtergrond Bij COPD-patiënten is aangetoond dat stoppen met roken een positieve invloed heeft op de longfunctie en verdere achteruitgang van de longfunctie en kwaliteit van leven kan beperken. Het is onbekend in hoeverre bupropion en nortriptyline behulpzaam zijn bij het stoppen met roken bij COPD-patiënten. De vraagstelling van het onderzoek is dan ook hoe effectief genoemde middelen zijn bij COPD-patiënten en bij patiënten die nog geen COPD hebben, maar wel een grote kans hebben COPD te ontwikkelen (de risicogroep). Opzet en interventie Dubbelblinde RCT waarbij bupropion en nortriptyline werden vergeleken met placebo en met elkaar. Patiënten werden in drie groepen verdeeld: een bupropiongroep (150 mg gedurende 1 week, daarna tweemaal daags 150 mg), een nortriptylinegroep (3 dagen 25, 4 dagen 50 mg en daarna eenmaal daags 75 mg) en een placebogroep. De follow-up was 26 weken. De analyse werd zowel volgens de intention-to-treatmethode als per protocol uitgevoerd. De groepsgrootte werd berekend op basis van een minimaal relevant verschil van 15% in het voordeel van de actieve medicatie met een power van 80%. Primaire uitkomstmaat Volledige abstinentie van roken vanaf week 4 tot en met week 26 vanaf het moment dat niet meer gerookt mocht worden (de tweede week na start van de interventie). Het rookgedrag werd met dagboekjes geanalyseerd. Met urineonderzoek werd driemaal gecontroleerd in hoeverre er al dan niet gerookt werd. Resultaten In de bupropiongroep was na 26 weken 28% definitief gestaakt, in de nortriptylinegroep 25% en in de placebogroep 15%. Bij vergelijking van bupropion met placebo waren de resultaten: OR 2,26; (95%-BI 1,07-4,81); bij nortriptyline versus placebo: OR 1,96 (95%-BI 0,90-4,23) en bij bupropion versus nortriptyline: OR 1,16 (95%-BI 0,58-2,32). Bij subanalyse van de COPD-groep waren de odds-ratio’s iets hoger dan in de totale groep (bupropion versus placebo OR 4,12; 95%-BI 1,22-14,0; nortriptyline versus placebo OR 2,9; 95%-BI 0,87-10,0 en bupropion versus nortriptyline OR 1,40; 95%-BI 0,55-3,58). In de risicogroep werd geen significant effect vastgesteld. Bijwerkingen werden vooral gemeld in de nortriptylinegroep (droge mond, moeheid en defecatieklachten). Conclusie van de onderzoekers Bupropion helpt significant beter bij het stoppen met roken bij COPD-patiënten dan een placebo. Nortriptyline helpt wel beter dan een placebo, maar het verschil is net niet significant. Er bleek geen groot verschil in effectiviteit tussen bupropion en nortriptyline. Nortriptyline is een goed alternatief voor bupropion om COPD-patiënten te helpen definitief te stoppen met roken. Bewijskracht Gerandomiseerd placebogecontroleerd dubbelblind onderzoek (1b). 2 Arie Knuistingh Neven en Just Eekhof, LUMC

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen