Nieuws

Te veel diagnostiek naar lymeziekte

2 reacties
Gepubliceerd
10 juli 2018
Dossier
Huisartsen verrichten te vaak diagnostiek naar lymeziekte. Dat doen zij bij klachten als algehele malaise met een lage voorafkans op lymeziekte en bij erythema migrans waarbij behandeling, ongeacht de testuitslag, altijd geïndiceerd is. Bij eenderde van alle lymeconsulten volgt diagnostiek, terwijl in totaal slechts 5,9% van de stedelijke patiëntenpopulatie een positieve uitslag heeft. Dat blijkt uit een observationeel onderzoek.

Tussen 2010 en 2015 hadden 2311 patiënten uit 12 Amsterdamse huisartsenpraktijken (totaal 57.000 patiënten) contact met hun huisarts wegens lymegerelateerde gezondheidsklachten. Bij 36,4% van de consulten zette de huisarts serologisch onderzoek in en bij positieve serologie volgde een immunoblot, die bij 5,9% van de groep positief was. Dit percentage is gelijk aan de seropositiviteit bij de algemene bevolking. De meest genoemde klachten waren een recente tekenbeet, huidafwijkingen en algehele malaise. Bij patiënten met malaiseklachten werd bij 71,4% onderzoek verricht, 6,4% van hen had een positieve uitslag. Een positieve testuitslag kwam het meest voor bij huidafwijkingen (14,5%) en bij onderzoek op verzoek van de patiënt (13%). Bij een klassieke vorm van erythema migrans of een tekenbeet vroeg de huisarts bij respectievelijk 18,4% en 13,2% alsnog diagnostiek aan. Er was een grote variatie tussen huisartsenpraktijken bij het aanvragen van diagnostiek (19,2% tot 75,8% van de lymegerelateerde consulten).

Dit onderzoek toont aan dat niet alle huisartsen het advies volgen van de CBO-richtlijn uit 2013, waarop de NHG-behandelrichtlijn mede is gebaseerd. Dit onderzoek onderschrijft het belang van kennis over testeigenschappen en ziekteverschijnselen die passen bij lymeziekte. Dit is belangrijk om overdiagnostiek te voorkomen bij klachten met een lage voorafkans op lymeziekte, klassieke erythema migrans of tekenbeet zonder ziekteverschijnselen.

Literatuur

  • Botman E. Diagnostic behaviour of general practitioners when suspecting Lyme disease: a database study from 2010-2015. BMC Fam Pract 2018;19:43.

Reacties (2)

Marcel van Philips 17 juli 2018

Niet verwonderlijk, maar het ligt denk ik niet aan gebrekkige kennis van de huisarts. Mondige, overangstige en dwingende patienten eisen vaak diagnostiek van de huisarts. Ik heb regelmatig oeverloze discussies met patienten, waarbij ik mij wel degelijk aan de richtlijnen houd, echter, bezwijk onder het gezeik. Mensen worden op internet en via vriendenkringen snel angstig gemaakt en gaan zelf op zoek bij vage klachten naar, meestal foute patientenfora, en komen dan met allerlei pseudowetenschap en artikelen, etc. Ik zou het focus leggen bij de verkeerd geïnformeerde patient. Ja, dat is mijn taak, maar ik ben geen God, ik verricht geen wonderen. Het resultaat van patienten die ik kan ompraten is bedroevend laag. En nee, het ligt niet aan inadequate communicatieve vaardigheden (ik ben ervaren huisartsopleider en weet genoeg over communicatie met eisende patienten) en ook niet altijd aan tijdgebrek. It's the sign of times people. Beter om patientenverenigingen op hun verkeerde invloed op hun achterban, aan te spreken. Van overheidscampagnes hoef je het niet te hebben, er is toch nooit geld voor voorlichting.

Eric Jansen 25 juli 2018

Helemaal mee eens!