Nieuws

Gezamenlijke eerste- en tweedelijnszorg minder effectief dan verwacht

0 reacties
Gepubliceerd
5 oktober 2017
Dossier
Gezamenlijke zorg van de eerste en tweede lijn (‘shared care’) bij chronische aandoeningen wordt vaak als oplossing gezien om de toenemende zorgvraag het hoofd te bieden. Een recente Cochrane-review liet echter nauwelijks effecten zien op klinische uitkomstmaten van shared care bij somatische aandoeningen (zoals diabetes en chronisch nierfalen) en evenmin op zorggebruik en opnames. Alleen bij depressie kan samenwerking tussen huisarts en specialist lonen.
Gezamenlijke zorg zou veel voordelen hebben boven de gebruikelijke zorg: meer en betere zorg op maat, kennisoverdracht van de tweede naar de eerste lijn en minder onnodige verwijzingen. De auteurs van de review gingen na of die veronderstelling klopt en vergeleken de effectiviteit van gezamenlijke zorg met die van de reguliere eerstelijnszorg. Zij includeerden 42 onderzoeken, waaronder 39 randomized controlled trials, met 18.859 patiënten uit huisartsenpraktijken in twaalf verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Australië en Nederland. De auteurs keken naar groepen patiënten met verschillende aandoeningen: hart- en vaatziekten, diabetes, astma/COPD, chronische pijn en depressie. De gezamenlijk zorg bleek op diverse manieren te zijn georganiseerd, variërend van een (verpleegkundig) specialist in de eerste lijn tot digitale shared care. De effectiviteit werd beoordeeld op de primaire uitkomstmaten systolische bloeddruk, patiënttevredenheid, efficiëntie en kosten van het zorgproces.
Door de grote heterogeniteit van de onderzoeken, en wellicht de korte follow-up (6 tot 24 maanden) was er geen verschil in klinische uitkomstmaten als HbA1c, kwaliteit van leven en patiënttevredenheid. Ook wat betreft ziekenhuisopnames en zorggebruik waren er geen duidelijke verschillen. Voor drie uitkomstmaten deed gezamenlijke zorg het wel beter. Patiënten met hypertensie, chronische nierziekte of na een CVA hadden in de shared care-groep een lichte bloeddrukdaling van 3,4 mmHg (95%-BI 1,68 tot 5,25; n = 1281). Voor patiënten met een depressie was er een betere behandelingsrespons: RR 1,4 (95%-BI 1,22 tot 1,62; n = 806), en shared care leverde in vijf onderzoeken een correct medicatiebeleid op: RR 1,25 (95%-BI 1,07 tot 1,46; n = 546).
Deze review toont de effectiviteit van shared care niet aan. Ook wijzen de resultaten vooralsnog niet op verbeterde efficiëntie of minder zorgkosten. De auteurs adviseren met name bij somatische aandoeningen meer onderzoek te doen naar effectiviteit alvorens shared care te implementeren. Bij de implementatie van shared care in zorggroepen dienen de verwachtingen realistisch te zijn!

Literatuur

  • 1.Smith SM, et al. Shared care across the interface between primary and specialty care in management of long term conditions. Cochrane Database Syst Rev 2017;2:CD004910.

Reacties

Er zijn nog geen reacties