Nieuws

Zorgen over patiënten met verstandelijke beperking

0 reacties
Gepubliceerd
30 april 2014
Naar verwachting zullen geleidelijk aan meer mensen met een verstandelijke beperking aanspraak maken op huisartsenzorg. Uit onderzoek van het NIVEL blijkt dat huisartsen zorgen hebben over deze ontwikkeling. Zij vinden dat hun zorg aan mensen met een verstandelijke beperking op een aantal punten verbeterd kan worden.

Extramuralisering van de zorg

De overheid is bezig met een grote hervorming van de langdurige zorg. Dit betekent onder meer dat verantwoordelijkheden voor welzijnsvoorzieningen worden overgeheveld naar de gemeente en een deel van de langdurige zorg wordt geëxtramuraliseerd. Hierdoor kan een deel van de mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking niet wonen binnen een instelling voor gehandicaptenzorg. Zij zullen daardoor vaker zelfstandig of bij familie wonen. De verwachting is dat hierdoor het aantal patiënten met een lichte of matige verstandelijke beperking in de huisartsenpraktijk geleidelijk aan toeneemt. De komende jaren moet duidelijk worden hoe groot de groep verstandelijk beperkte patiënten is die bij de huisarts komt. Ook moet nog duidelijk worden wie deze mensen gaan ondersteunen bij het wonen, werken en het zoeken van medische hulp.

Knelpunten in de zorg

Achtenvijftig procent van de huisartsen voorziet problemen bij een groei van het aantal mensen met een verstandelijke beperking in zijn of haar praktijk. Die verwachting is niet gestoeld op onbekendheid met de doelgroep. Bijna alle huisartsen (95%) hebben al mensen met een lichte verstandelijke beperking in hun praktijk. Tweederde (68%) heeft mensen met een matige verstandelijke beperking en een kwart (26%) heeft mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking in de praktijk. Huisartsen schatten hun kennis en vaardigheden om zorg te verlenen aan mensen met een matige en ernstige verstandelijke beperking lager in dan hun kennis over mensen met een lichte verstandelijke beperking. Vierenzestig procent ervaart op dit moment al knelpunten in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. Ruim de helft van de huisartsen werkt niet samen met een arts voor mensen met een verstandelijke beperking (AVG).

Kennis gedrag en specifieke ziektebeelden

Huisartsen die knelpunten ervaren vinden dat vooral hun kennis verbeterd kan worden, zowel over gedragsproblemen, psychiatrische problematiek als over specifieke medische ziektebeelden (zoals neurologische, zintuiglijke, gastro-intestinale of syndroomspecifieke problemen) [tabel]. Daarnaast ervaart bijna de helft van deze huisartsen een tekort aan tijd in een consult met een verstandelijk beperkte patiënt. Ook de samenwerking met begeleiders en artsen uit de verstandelijk gehandicaptenzorg kan beter.
TabelVerbeterpunten voor de zorg aan patiënten met een verstandelijke beperking
% van huisartsen dat verbeterpunt aangeeft*
Kennis over gedragsmatige en psychiatrische problematiek69
Kennis over specifiek medische ziektebeelden (bijvoorbeeld neurologische, zintuiglijke, gastro-intestinale of syndroomspecifieke problemen) 63
Tekort aan tijd in een consult48
Samenwerking met begeleiders uit de verstandelijk gehandicaptenzorg40
Samenwerking en taakverdeling tussen huisarts en AVG 40
Communicatie met de patiënt39
Kennis van medicatiegebruik bij deze groep en/of de interactie tussen bepaalde medicijnen38
Vaststellen van symptomen en klachten32
Omgang met relationele en seksuele problematiek26
Kennis van palliatieve zorg voor deze groep24
Omgang met grensoverschrijdend middelengebruik (alcohol, drugs)23
Duidelijk aanspreekpunt in de familie21
Spreken over de gevolgen van ouder worden11
* Deze percentages slaan op de groep huisartsen die knelpunten ervaart (243 van de 377 huisartsen).

Samenwerken met de AVG

Een tekort aan kennis onder huisartsen zou onder meer opgevangen kunnen worden door betere samenwerking met AVG’s. Huisartsen kunnen patiënten doorverwijzen naar een AVG-polikliniek, zie www.nvavg.nl. AVG’s kunnen bijvoorbeeld ingeschakeld worden voor consultatie, medebehandeling, periodieke screening en voor ondersteuning van de familie. Op de website staat ook een handreiking voor de samenwerking tussen huisartsen en AVG’s.
De resultaten zijn gebaseerd op een vragenlijstonderzoek dat begin 2013 gehouden is onder een representatieve steekproef van 1000 Nederlandse huisartsen (respons n = 377). Contactpersoon: Nienke Bekkema (n.bekkema@nivel.nl) of Anke de Veer (a.deveer@nivel.nl).

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen