Nieuws

Geert Bremer

Gepubliceerd
10 augustus 2011

Als hoogleraar huisartsgeneeskunde in Groningen begon hij met het formuleren van onderwijsdoelstellingen, introduceerde het vierdejaarstentamen huisartsgeneeskunde en bereidde de deelname van huisartsen aan het artsexamen voor. Tegelijkertijd stelde Geert de structuur van de vakgroep duidelijk vast met een organogram. Onder zijn leiding werden de verantwoordelijkheden van de vakgroep en universitaire huisartsenpraktijk geformuleerd en in reglementen vastgelegd. Die regelementen gaven hem houvast. Daarnaast startte Geert het wetenschappelijk onderzoek. Zijn eerste stap was een artikel over mislukt onderzoek waarin hij onderzoek dat niet tot een goed einde was gebracht, en vooral onderzoek dat ongepubliceerd op de plank was blijven liggen, analyseerde om van te leren. Daarna formuleerde hij het onderzoeksbeleid en wijdde hij zich voornamelijk aan het onderzoek naar patiënten met een ernstige invaliderende kwaal, de beroerte. Geert was gebrand op het publiceren van onderzoek. Om het promoveren van praktiserende huisartsen te stimuleren richtte hij de Geert Bremer Stichting op. Deze reikt tweejaarlijks de Telesphorusprijs uit aan de auteur van de beste dissertatie. De auteur moet praktiserend huisarts of in opleiding tot huisarts zijn. Zelf had hij bij zijn emeritaat 120 artikelen gepubliceerd en 10 promovendi begeleid. Na zijn emeritaat bleef hij geïnteresseerd en betrokken. In 2001 promoveerde hij voor de tweede maal, nu bij Mart van Lieburg en Betty Meyboom-de Jong, op het proefschrift Hora est, een onderzoek naar 400 proefschriften van praktiserende huisartsen uit de periode 1900-95.

Naast zijn wetenschappelijke publicaties schreef Geert belletrie: gedichten en boeken, vaak alleen, soms met anderen. Indrukken van een medisch toerist, Een geschenk van de koning, verhalen van een huisarts en Wuiven naar de vijand over zijn oorlogservaringen als te werk gestelde in Duitsland, waar hij tuberculose opliep. Na de oorlog moest hij een jaar kuren, volgens hem een leerzame ervaring voor een dokter. Met Wim Hazeu stelde hij een gedichtenbundel samen over ziek zijn – Mijn dokter is een goede dokter, hij heeft mij niet zieker gemaakt. Bij zijn afscheid als hoogleraar had hij voor elke medewerker een kwatrijn geschreven dat hij zelf voorlas. Ook schreef hij mee aan De huisarts van toen, gevolgd door een historisch overzicht over De huisarts in het interbellum. Juist voor zijn overlijden had hij een boek afgerond over het christus-medicusmotief. Geert was medeoprichter van het Nederlands Omar Khayyám Genootschap, zat in een leesclub en verdiepte zich onder meer in religie en beeldende kunst. Schaken was zijn grootste hobby. Hij was erevoorzitter voor het leven van zijn schaakclub Capablanca. Tijdens zijn carrière ontving Geert tweemaal een onderscheiding van het NHG: het insigne en de speld. Op 10 november 1973 ontving hij de NHG-insigne voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van Huisarts en Wetenschap. Hij schreef voor H&W tientallen artikelen met zeer uiteenlopende onderwerpen. In september 2000 kreeg hij de NHG-speld als waardering voor zijn gift van de 400 huisartsdissertaties die hij had geanalyseerd in zijn proefschrift. Het NHG heeft die waardevolle verzameling proefschriften in beheer gegeven aan de bibliotheek van het KNMG.

Geert Bremer heeft de huisartsgeneeskunde een grote dienst bewezen. Het NHG wenst de familie veel sterkte toe bij het verwerken van dit verlies. Betty Meyboom-de Jong

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Verder lezen