Praktijk

Kennistoets: vragen

Gepubliceerd
5 september 2013
Kees, 23 jaar, heeft een trisomie-21 (Down). Hij komt op het spreekuur met klachten. Kees is bij inspanning kortademig vanwege een congenitaal hartgebrek, heeft vaak last van obstipatie en heeft geleidingsdoofheid. De opleider heeft een leergesprek over trisomie-21 en bespreekt de casus van Kees. Hij beweert dat onderstaande klachten van Kees vaker voorkomen bij een trisomie:
1. - klachten als gevolg van een congenitaal hartgebrek;
2. - geleidingsdoofheid;
3. - obstipatie.
Mevrouw Zwart, 23 jaar, komt bij de huisarts met buikklachten. Het laatste half jaar heeft zij een aantal keren bloederige diarree gehad. Ook heeft ze vaak buikpijn. Bij lichamelijk onderzoek vindt de huisarts geen afwijkingen. Ze denkt aan een inflammatoire darmziekte en wil bloed laten prikken. Op het laboratoriumformulier kruist zij onder meer BSE, CRP, Hb, trombocyten, leukocyten, kreatinine en albumine aan.
4. Het aanvragen van kreatinine is hier geïndiceerd.
5. Het aanvragen van albumine is hier geïndiceerd.
De huisarts stelt bij Joris, 2 jaar en bekend met atopie, de diagnose otitis media met effusie (OME). Hij zwemt wekelijks met zijn moeder. Zij vraagt de huisarts hoe Joris aan deze aandoening komt. De huisarts legt uit dat de oorzaak niet helemaal duidelijk is, maar dat er een aantal risicofactoren voor OME bestaat. Daartoe behoort/behoren in dit geval:
6. - de atopische aanleg;
7. - het zwemmen.
Mevrouw Van de Acker, 84 jaar, woont in een verzorgingstehuis. Ze is sinds enige tijd volledig bedlegerig als gevolg van een terminaal mammacarcinoom. De huisarts bezoekt mevrouw Van de Acker vanwege een huidverkleuring op beide hielen. Bij inspectie ziet hij dat er sprake is van lokale niet wegdrukbare roodheid op beide hielen. (1) Ze stelt de diagnose decubitus stadium I. De huisarts adviseert voor de hielen (2) lokale therapie met paraffinegazen. Verder raadt zij aan patiënte in zijligging te leggen. De verzorgende is van mening dat het liggen in halve zijligging de voorkeur heeft.
8. De diagnose bij 1 is correct.
9. Het advies na 2 is correct.
10. De voorkeurshouding die de huisarts noemt is correct.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen