Praktijk

Kennistoets: vragen

Gepubliceerd
1 februari 2016
De kennistoets zit in een nieuw jasje. Met ingang van dit nummer gaat de kennistoets niet meer over drie verschillende artikelen, maar over één artikel in H&W. Het artikel van de maand is: Koning AS, Statinetherapie bij 80-plussers: starten of staken? Huisarts Wet 2016;59(2):50-3.
De kennistoets is opgebouwd volgens de leerfasen van Kolb: concreet ervaren, overdenken, verbinden en toepassen.
1. Statines verminderen het risico op hart- en vaatziekten. Ze worden bij 80-plussers anders toegepast dan bij jongere patiënten. Voor welke vorm van preventie zijn statines bij 80-plussers geïndiceerd?
  • Alleen voor primaire preventie.
  • Alleen voor secundaire preventie.
  • Voor primaire preventie en voor secundaire preventie.

2. Het artikel van Koning geeft argumenten om bij 80-plussers terughoudend te zijn in het voorschrijven van statines. Een van de volgende argumenten is volgens de auteur bij de meeste 80-plussers echter geen goede reden om terughoudend te zijn. Welk argument is dat?
  • Te korte tijd voor het medicijn om zijn werk te doen (time to benefit).
  • Te veel andere medicatie (polyfarmacie).
  • Te veel andere ziekten (comorbiditeit).
  • Te kwetsbare oudere.

3. De meestvoorkomende bijwerkingen van statines zijn klachten van de spieren. Wat is het aangewezen beleid bij spierklachten door statinegebruik?
  • Medicament uit een andere groep lipidenverlagende middelen kiezen.
  • Doorgaan met de statine, uitleggen dat de spierklachten onschuldig en tijdelijk zijn.
  • Tijdelijk stoppen met de statine, herstarten na enkele weken.

4. De NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement gebruikt de gegevens uit het risicoprofiel om voor de komende 10 jaar het risico op ziekte of sterfte door hart- en vaatziekten in te schatten bij patiënten zonder hart- en vaatziekten, diabetes mellitus of reumatoïde artritis. Tot en met welke leeftijd loopt de risicotabel in de NHG-Standaard CVRM?
  • 65 jaar
  • 70 jaar
  • 75 jaar
  • 80 jaar

5. Risicofactoren voor hart- en vaatziekten kunnen op hoge leeftijd (80+) anders geassocieerd zijn met ziekte dan op jongere leeftijd. Soms blijkt een risicofactor op hoge leeftijd zelfs beschermend te werken. Van welke risicofactor(en) is op hoge leeftijd een beschermende werking in onderzoeken beschreven?
  • Cholesterol.
  • Hypertensie.
  • BMI.
  • Alle drie de risicofactoren.

6. Vanwege de fysiologische achteruitgang van orgaanfuncties bij het ouder worden, hanteren NHG-Standaarden op hogere leeftijd soms hogere grenswaarden. Beleid is dan ook pas bij hogere laboratoriumwaarden aangewezen. Van welke van de volgende parameters worden in de NHG-Standaarden hogere grenswaarden geaccepteerd bij hogere leeftijd?
  • GFR en HbA1c.
  • LDL-cholesterol en BNP.
  • BNP en GFR.
  • HbA1C en BNP.=

7. De heer Versluis, 82 jaar, gebruikt in verband met een doorgemaakt myocardinfarct acetylsalicylzuur en simvastatine. Hij is matig therapietrouw. Hij rookt niet, zijn bloeddruk is 135/85 mmHg en het LDL is 2,7 mmol/l. De huisarts vraagt zich af of simvastatine op deze leeftijd nog wel nodig is. Welk beleid is aangewezen?
  • Statine kan gestopt worden.
  • Beleid is afhankelijk van de score uit de CVRM-risicotabel.
  • Statine dient te worden gecontinueerd.

8. De huisarts beoordeelt de medicatie van mevrouw Visser, 81 jaar. Zij heeft osteoporose, waarvoor ze alendroninezuur gebruikt. Verder is de voorgeschiedenis blanco. De huisarts ziet in haar dossier dat een half jaar geleden bloedonderzoek is verricht, de LDL-waarde was toen 3,8 mmol/l. Volgens de CVRM-tabel is haar tienjaarsrisico op hart- en vaatziekten > 20%. De huisarts vraagt zich af of hij bij mevrouw Visser moet starten met een statine. Welk beleid is aangewezen?
  • Statine niet opstarten.
  • Serumlipidenbepaling, opstarten afhankelijk van de uitslag.
  • Starten met een statine.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen