Praktijk

Kennistoets: vragen

0 reacties
Gepubliceerd
11 maart 2013
Mevrouw Boonen, 30 jaar, belt de praktijk. Zij heeft voor de komende week een oproep ontvangen voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Zij is drie maanden geleden bevallen en geeft borstvoeding. Ze vraagt aan de assistente of ze het uitstrijkje nu kan laten maken. Ze heeft geen klachten. De assistente antwoordt dat (1) het geven van borstvoeding geen reden is het uitstrijkje uit te stellen, maar (2) de duur na de bevalling wel.
1. Het advies na (1) is correct.
2. Het advies na (2) is correct.
Na enkele weken komt de uitslag: Pap 1, waarbij er geen endocervicale cellen zijn gezien. De assistente legt uit dat vanwege het ontbreken van deze cellen het uitstrijkje na een jaar herhaald moet worden.
3. Deze termijn is correct.
Moeder komt met haar zes weken oude dochtertje Sofie op het spreekuur. Sofie heeft al drie weken last van afscheiding uit beide ogen, waardoor de oogleden dichtgeplakt raken. Na inspectie stelt de huisarts de diagnose dacryostenose. De huisarts legt uit dat de doorgankelijkheid van de traanbuisjes nog niet goed is. De huisarts raadt aan om (1) de traanzakjes enkele malen per dag te masseren. De huisarts vertelt dat het bij deze aandoening raadzaam is om spontaan herstel af te wachten (2) tot Sofie een jaar oud is.
4. De leeftijd waarop de klachten zijn ontstaan past bij de diagnose dacryostenose.
5. Het advies na (1) is correct.
6. De termijn na (2) is correct.
De heer Ramlal, 49 jaar, komt op het spreekuur omdat hij graag wil weten of hij behandeld moet worden voor zijn hoge bloeddruk. De huisarts inventariseert zijn risicoprofiel. Hij rookt niet en drinkt niet. Hij eet gezond, maar beweegt nauwelijks. De familieanamnese is negatief voor hart- en vaatziekten. Zijn bloeddruk is bij herhaalde metingen 185/85. De totaal cholesterol/HDL-ratio is 6,1; de nuchtere glucose is 5,6 mmol/l. Zijn tienjaarsrisico op ziekte of sterfte door hart- en vaatziekten komt met de SCORE-risicofunctie op 4%. De huisarts vertelt hem dat (1) medicatie voor de bloeddruk nu niet nodig is. Wel geeft hij de heer Ramlal bewegingsadviezen. Hij legt uit dat uit onderzoek is gebleken dat het bewegingsadvies volgens de huidige norm (= 5 keer per week, 30 minuten per dag) de tensie verlaagt en (2) het cholesterol verlaagt.
7. De bewering na 1 is correct.
8. De bewering na 2 is correct.
De huisarts legt een visite in het verzorgingshuis af bij de 64-jarige heer Van Marrewijk. Hij hoest sinds vier dagen groen sputum op, heeft een temperatuur van 38,3°C en is kortademig. Zijn medisch dossier vermeldt een matig ernstig COPD (Gold II). Na onderzoek stelt de huisarts de diagnose exacerbatie COPD. Ze overweegt onder andere om hem antibiotica voor te schrijven. Correcte argumenten om hier een antibioticum voor te schrijven zijn:
9. - het ophoesten van groen sputum;
10. - de temperatuur van de heer Van Marrewijk.
De antwoorden staan op pagina 148.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen