Praktijk

Vrijblijvendheid

0 reacties
Gepubliceerd
20 mei 2005

Waarom ben ik huisarts geworden? Nu, op middelbare leeftijd, denk ik het antwoord op die vraag definitief te weten: vanwege de vrijheid die je als huisarts hebt. Klinkt dit positief? Welaan, dan geef ik het negatieve tweelingbroertje-antwoord: vanwege de vrijblijvendheid… Alle negatieve aspecten van de gezondheidszorg die met enige regelmaat de pers halen, vallen hieronder. Ook alle kritiek die ik bij tijd en wijle op mijn collega’s heb. En zij op mij… Laat ik mij haasten te verklaren dat ik het niet alleen over huisartsen heb, maar zeker ook over specialisten. Die hebben nog langer doorgeleerd om vrijblijvend te kunnen opereren. Letterlijk en figuurlijk. Waaruit blijkt die vrijblijvendheid? Bijvoorbeeld uit het onvoldoende bijhouden van vakliteratuur (ik ken niemand in mijn omgeving die dat voldoende doet, zelfs niemand die erkent dat dit een probleem zou zijn), uit het nauwelijks opvolgen van richtlijnen (behalve op die punten die men ‘toch al deed’) en uit medisch handelen dat niet evidence based is. Daaronder vallen deelaspecten als rituelen, gewoontes en rotsmoezen. Vrijblijvend zijn wij ook op communicatieniveau, zoals het dimmen van empathie bij vooral de wat ervarener huisartsen. Natuurlijk is er in de praktijkvoering ook de nodige vrijblijvendheid: slechte spreekuurplanning, lange wachttijden, onbereikbare assistentes en – vooral – de delegatie van taken, wat vaak louter een eufemisme is voor het afschuiven van verantwoordelijkheden. Ach, het zijn traditionele klachten, passend in het klassieke systeem van een gezondheidszorg met weinig onderlinge of externe controle. Waarbij sancties ook nog eens ontbreken. Met visitatie als even antiek als achterhaald kwaliteitsinstrument. Daar hing altijd al de geur van de 19e eeuw omheen. Niet dat het ongezellig was hoor, zo’n visititatieteam. Maar nut? Mwah.

Vermoedelijk moet ik binnenkort met vervroegd pensioen, want als ik het goed begrijp komt aan al die vrijblijvendheid een einde. Het NHG gaat namelijk praktijken accrediteren. Oef! Hoe gaat dat in zijn werk? ‘Allereerst verzamelen de huisarts en praktijkmedewerkers gegevens over de praktijk, die een consulent vervolgens voor ze in een feedbackrapport verwerkt. In het rapport worden de resultaten van de praktijk afgezet tegen resultaten van vergelijkbare praktijken in Nederland. Op grond hiervan stellen de huisarts en zijn medewerkers onder begeleiding van de door de praktijk ingehuurde praktijkconsulent een verbeteringsplan op. (…) Een NHG-accrediteur bezoekt vervolgens de praktijk om te beoordelen of de gegevens op een juiste wijze zijn verzameld, de plannen aan de gestelde eisen voldoen en of de praktijk met de uitvoering is begonnen. Voldoet de praktijk aan deze voorwaarden, dan wordt het NHG-keurmerk toegewezen.’ Vervolgens krijg je als huisarts geen tijd om uit te rusten, want dit circus trekt jaarlijks langs de deur. Ik ben sceptisch (as always), mijn collega enthousiast (want jonger, ander geslacht). Maar de vrolijke cynicus in mij verheugt zich ook op de komst van die accrediteur. Want ik zie het schouwspel à la ‘De Revisor’ (een blijspel van Gogol of Tjechov, dat vergeet ik steeds) al voor me. Een arme, berooide man komt platzak aan in een dorp. Daar wordt hij met alle egards ontvangen en in de watten gelegd. Waarom? Men ziet hem aan voor de revisor, een ambtenaar die stadsbestuurders visiteert om misstanden op te sporen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen