NHG richtlijn

De rol van de huisarts in het diagnosticeren en behandelen van syfilis: een cross-sectioneel onderzoek in Amsterdam

0 reacties
Gepubliceerd
8 juli 2019
De NHG-Wetenschapsdag stond dit jaar in het teken van ‘de context van de patiënt en de interactie tussen huisarts en patiënt’. De presentaties op 21 juni waren van hoge kwaliteit en divers qua onderwerp en onderzoeksmethodiek. Leest u bijvoorbeeld de eerstelijns onderzoeksvraag van Michel Baas over de rol van huisarts in het diagnosticeren en behandelen van syfilis.
Banaan
© Shutterstock

Inleiding

Sinds 2012 neemt het aantal gevallen van syfilis jaarlijks met 20% toe volgens de registraties van het RIVM. Voor deze registraties worden alleen data gebruikt van centra voor seksuele gezondheid. De rol van de huisarts in syfiliszorg wordt klein geacht, maar deze aanname is hoofdzakelijk gebaseerd op het feit dat de meeste mannen die seks hebben met mannen, die het meeste risico lopen of syfilis, centra voor seksuele gezondheid bezoeken voor diagnostiek en behandeling van soa (seksueel overdraagbare aandoeningen).

Onderzoeksvraag

Hoe vaak diagnosticeren en behandelen huisartsen patiënten met syfilis in Amsterdam?

Methode

Om een indruk te krijgen van de omvang van diagnostiek naar syfilis door huisartsen werd een cross-sectioneel onderzoek uitgevoerd in een geanonimiseerde laboratoriumdatabase met aanvragen van alle huisartsen in Amsterdam. Om inzicht te krijgen of patiënten gediagnosticeerd met syfilis ook zelf door huisartsen werden behandeld of werden doorverwezen, is gebruikgemaakt van de database van het Academisch Huisartsennetwerk AMC (AHA). Tussen 1 juli 2013 en 1 juli 2018 werden alle patiënten met syfilis (ICPC code X70 en Y70) geïdentificeerd. Patiënten bij wie een nieuwe syfilisinfectie door de huisarts was vastgesteld werden geselecteerd. Van deze patiënten werd onderzocht of, en zo ja waarmee, zij werden behandeld door de huisarts.

Resultaten

Huisartsen in Amsterdam diagnosticeerden syfilis 522 keer tussen 2011 en 2017. De GGD in Amsterdam diagnosticeerde syfilis 2515 keer in diezelfde periode. De incidentie van syfilis gediagnosticeerd door de huisarts in Amsterdam bedroeg 10,4/100.000.

In de AHA-database (130.000 patiënten) werden 43 patiënten met syfilis geïdentificeerd bij wie de diagnose door de huisarts was gesteld. Vijfentachtig procent (33/43) van deze patiënten werd door de huisarts behandeld. Medicatie werd in 85% (28/33) van die gevallen verstrekt conform de NHG-richtlijn.

Conclusie

Huisartsen in Amsterdam dragen substantieel bij aan de diagnostiek en behandeling van syfilis. Gezien de toename van syfilis is het belangrijk dat huisartsen bedacht zijn op syfilis en patiënten met syfilis adequaat adviseren en begeleiden omtrent pre-expositie profylaxe (PrEP), hepatitis-B vaccinatie, frequente soa-testen, counseling en partnerwaarschuwing.

Context huisarts-patiënt

Bij een soa-consult is context van een patiënt erg belangrijk. De eigenschappen van de patiënt, zoals etniciteit en seksuele voorkeur, bepalen namelijk wat voor soa-testen er ingezet moeten worden. Het bespreekbaar maken van seksueel gedrag en het consequent registreren van gegevens als etniciteit en seksuele voorkeur kunnen de zorg verbeteren.

Wanneer je als huisarts de diagnose syfilis stelt, identificeer je een erg hoogrisicopatiënt. Het feit dat deze patiënt syfilis heeft, zegt namelijk ook iets over zijn seksuele gedrag en risicoprofiel. Deze patiënt kun je vervolgens aanvullende soa-zorg aanbieden.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen