NHG richtlijn

Vijfjaarsbeloop van oudere patiënten met rugpijn in de huisartsenpraktijk: een prospectieve cohortstudie

Gepubliceerd
8 juli 2019
De NHG-Wetenschapsdag stond dit jaar in het teken van ‘de context van de patiënt en de interactie tussen huisarts en patiënt’. De presentaties op 21 juni waren van hoge kwaliteit en divers qua onderwerp en onderzoeksmethodiek. Leest u bijvoorbeeld de eerstelijns onderzoeksvraag van Wendelien van der Gaag over het klachtenbeloop en de prognose van oudere patiënten met rugpijn in de huisartspraktijk.
0 reacties
Rugpijn
© Shutterstock

Inleiding

Rugpijn is een veelvoorkomende klacht in de huisartspraktijk. Onderzoek focust zich vaak op volwassenen. Daarom is er beperkte kennis over het klachtenbeloop en de prognose van oudere patiënten met rugpijn in de huisartspraktijk. Het Back Complaints in the Elders (BACE)-onderzoek is een prospectief cohortonderzoek, waarbij oudere patiënten (> 55 jaar) vijf jaar lang gevolgd zijn nadat zij zich met rugklachten meldden in één van de deelnemende huisartspraktijken in zuidwest-Nederland. Dit is het eerste onderzoek naar ouderen met rugpijn in een eerstelijnssetting met lange termijn follow-up.

Onderzoeksvraag

Hoe is het vijfjaarsbeloop en wat is de medische consumptie van oudere patiënten (> 55 jaar) met rugpijn in de huisartsenpraktijk?

Methode

Patiënten > 55 jaar die hun huisarts bezochten met een nieuwe rugpijn-episode, werden geïncludeerd tussen 2009 en 2011. Follow-upvragenlijsten (driemaandelijks in het eerste jaar, daarna jaarlijks t/m het vijfde jaar) bevatten onder meer vragen over pijn (numerical rating scale, 0 tot 10), fysiek functioneren (Roland-Morris Disability Questionnaire, 0 tot 24), kwaliteit van leven, ervaren herstel en medische consumptie (zoals huisartsbezoek, fysiotherapie, medisch specialist, medicatiegebruik, bloedonderzoek, röntgenfoto’s of CT/MRI).

Resultaten

Er werden 675 patiënten geïncludeerd (gemiddelde leeftijd 66,4 (SD 7,6)). De gemiddelde rugpijn verminderde in 3 maanden follow-up van 5,2 (SD ± 2,7) naar 3,6 (SD ± 2,8; NRS); het fysiek functioneren verbeterde van 9,8 (SD ± 5,8) naar 7,8 (SD ± 6,2; RMDQ). Na zes maanden stabiliseerden deze waarden en dit bleef zo gedurende vijf jaar. Medische consumptie was het hoogst in de eerste maanden; (pijn)medicatie werd door 72% gebruikt op baseline. Ongeveer eenderde (25 tot 39%) blijft over de jaren (pijn)medicatie gebruiken. Na vijf jaar was 43% hersteld van zijn/haar rugklachten. Het merendeel rapporteerde echter persisterende/recidiverende pijn.

Conclusie

Het vijfjaarsbeloop van een cohort van ouderen met rugpijn laat zien dat rugpijn bij ouderen in de eerste maanden een zelfde patroon volgt als (jongere) volwassenen wat betreft pijnvermindering en (initieel) herstel. Het laat echter ook zien dat – ook na lange tijd – de meerderheid van de patiënten persisterende of recidiverende rugpijn ervaart. De belangrijkste verbeteringen in pijnvermindering en functioneren werden gezien in de eerste 3 tot 6 maanden. Helaas raakt een meerderheid van de patiënten niet volledig pijnvrij, en verbetert dit niet in de loop van vijf jaar. Ondanks de persisterende/recidiverende pijn keren de meeste patiënten echter niet terug bij de huisarts met hun (aanhoudende) rugklachten. Ze raken uit zicht van de huisarts, maar houden wel pijnklachten. Rugpijn wordt dus mogelijk veel vaker dan wij denken een recidiverende/chronische aandoening.

Context huisarts-patiënt

Het huidige beleid in de huisartspraktijk sluit wellicht onvoldoende aan bij wat oudere patiënten met rugpijn nodig hebben. Dit is de context huisarts-patiënt die ik in de presentatie zou willen benoemen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen