Praktijk

Ondertussen in TPO 6

Gepubliceerd
7 januari 2015

Vijftig tinten vet

Over vetweefsel en de rol hiervan bij obesitas en diabetes mellitus type 2 is veel te doen. Mattees van Dijk legt in dit artikel uit dat er verschillende soorten vetweefsel bestaan: bruin, wit en beige. Elk soort vetweefsel heeft zijn eigen specifieke eigenschappen: bruin vetweefsel wordt door zuigelingen gebruikt om zich te verwarmen; het hebben van veel wit vetweefsel verhoogt de kans op insulineresistentie. Een witte vetcel kan beige worden onder invloed van lichamelijke inspanning en kou. Beige vetcellen hebben dezelfde eigenschappen als bruin vetweefsel en dienen dus ook om warmte te maken. Echter niet alle witte vetcellen kunnen veranderen in beige vetcellen. In de omzetting van wit naar beige ligt de sleutel naar het ‘genezen’ van obesitas en diabetes type 2. Veel onderzoek is nog nodig, bijvoorbeeld naar mensen bij wie weinig witte vetcellen naar beige kunnen worden omgezet. Wel is duidelijk dat in de jeugd het ontstaan van te veel witte vetcellen moet worden voorkomen, om insulineresistentie tegen te gaan.

Diabetes en de lever

De non-alcoholic fatty liver disease is een complicatie van diabetes. Bij diabetes wordt vet opgeslagen in de organen, waaronder de lever. Daarbij kan een leverontsteking ontstaan. Er zijn twee vormen: steatose en niet-alcoholische steatohepatitis (NASH). Steatose is op zich onschuldig, maar gaat vaak over in steatohepatitis. Steatohepatitis kan overgaan in cirrose en dat leidt in veel gevallen tot sterfte door leverfalen, levercarcinoom of cardiovasculaire aandoeningen. Jan Willem Elte legt uit dat het belangrijk is bij patiënten met het metabool syndroom of diabetes type 2 het serum-ALAT te laten bepalen. Bij niet-alcoholische vetlever bestaat de behandeling uit leefstijladviezen; de aandoening kan niet medicamenteus behandeld worden. Een andere behandelvorm is bariatrische chirurgie en dat werkt vaak goed.

Telenefrologie

Bij telenefrologie consulteer je een nefroloog digitaal. Bij chronisch zieke patiënten kan dit handig zijn, omdat zij een groter risico lopen op nierschade. Sietsche van Gunst interviewt huisarts Frank Beltman over dit onderwerp. Hij is medisch adviseur van de Groninger Huisartsen Coöperatie en haalde vanuit die functie telenefrologie naar Groningen. In zijn duopraktijk werkt een praktijkondersteuner die zelfstandig contact heeft met de nefroloog. Meerwaarde van telenefrologie is dat onnodig verwijzen wordt voorkomen. Daarnaast leren huisarts en praktijkondersteuner van de consultaties en worden daardoor zelfstandiger.

Bètablokkers

Bètablokkers vormen het tweede deel van de serie over medicatie bij hypertensie. Ravee Rambharose bespreekt de werking van bètablokkers, de indicaties en contra-indicaties, combinaties met andere antihypertensiva en bijwerkingen. Bètablokkers zijn effectieve bloeddrukverlagers en verlagen ook mortaliteit en morbiditeit. Als monotherapie staan ze de laatste tijd ter discussie. Bij coronairlijden, chronisch hartfalen en ritmestoornissen zijn bètablokkers nog steeds eerstekeuspreparaten. Het Nederlands Huisartsen Genootschap spreekt een voorkeur uit voor metoprolol boven atenolol.

Chronische nierschade

Door de vergrijzing en het toenemen van chronische ziekten is chronische nierschade een serieus gezondheidsprobleem geworden. Omdat de symptomen van nierschade pas in het eindstadium naar voren komen, is het belangrijk in een vroeger stadium te screenen op nierschade bij risicogroepen. Belangrijkste risicogroepen zijn patiënten met diabetes type 2, hypertensie, obesitas, hypercholesterolemie en patiënten die roken. De meest voorkomende vormen van chronische nierschade zijn de diabetische en hypertensieve nefropathie. Mattees van Dijk pleit voor een verstandig en oplettend geneesmiddelenbeleid en samenwerking met verschillende disciplines zoals praktijkondersteuner, huisarts, apotheker en nefroloog. De LTA Nierschade geeft handvatten hiervoor.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen