De kern
- Pijnstilling met NSAID’s is bij spiraalplaatsing vaak onvoldoende effectief.
- Lidocaïne/prilocaïnecrème lijkt de grootste pijnreductie te geven, maar toepassing in de huisartsenpraktijk vraagt nader onderzoek.
- Jonge vrouwen en nulliparae ervaren vaker pijn en verdienen extra aandacht.
- Persoonsgerichte counseling en uitleg kunnen geanticipeerde pijn verminderen.
Het hormoon- en koperspiraal zijn effectieve en betrouwbare anticonceptiemethoden.1 Zevenenzeventig procent van de spiralen wordt in de eerste lijn geplaatst.2 Het aantal vrouwen tussen de 18 en 49 jaar met een spiraal is toegenomen van 17% in 2017 naar 21% in 2023.3De stijging in spiraalgebruik is het grootst onder vrouwen van 18 tot 24 jaar: 12% in 2017; 22% in 2023.3 Veel vrouwen zijn terughoudend ten aanzien van de plaatsing vanwege de (angst voor) pijn, wat kan leiden tot pijnstillingsverzoeken of verwijzing naar de tweedelijnszorg. Dit staat haaks op het principe van ‘de juiste zorg op de juiste plek’. In 2025 kreeg dit onderwerp veel media-aandacht, onder meer door patiëntenvereniging Stichting Ava, die pleit voor een patiëntvriendelijkere aanpak.4
Factoren die bijdragen aan pijnvermindering
De NHG-Standaard Anticonceptie adviseert pijnstilling met paracetamol of een NSAID rondom de plaatsing, maar geeft geen aanbeveling voor routinematig gebruik van lokale anesthetica omdat de onderbouwing onvoldoende is.1,5 De in H&W gepubliceerde CAT uit 2024 bevestigt dit standpunt.6 Tegelijkertijd blijkt in de praktijk dat de pijnbeleving niet alleen door medicamenteuze interventies wordt beïnvloed, maar ook door factoren zoals leeftijd, pariteit, verwachtingen van de patiënt, counseling en de technische uitvoering van de plaatsing. Deze aspecten worden in de NHG-Standaard Anticonceptie slechts beperkt besproken, terwijl ze in de eerste lijn bepalend kunnen zijn voor de ervaring en het succes van de plaatsing. Met deze beschouwing onderzoeken wij welke factoren bijdragen aan het verminderen van pijn en het vergroten van het plaatsingssucces. Daarbij richten wij ons op 3 thema’s: risicogroepen, medicamenteuze ondersteuning en technische uitvoering. Door deze thema’s samen te voegen bieden wij een breder en praktischer overzicht dan tot nu toe beschikbaar is in richtlijnen en eerdere publicaties. Deze beschouwing bundelt recent bewijs en brengt kennislacunes in de NHG-Standaard Anticonceptie in kaart.
Zoekstrategie
Wij zochten in PubMed (laatste zoekdatum 31 juli 2025) naar literatuur over 3 thema’s: risicogroepen, medicamenteuze ondersteuning en technische uitvoering bij spiraalplaatsing. Zowel onderzoeken met positieve als negatieve resultaten zijn meegenomen. Bij voorkeur includeerden we systematische reviews of meta-analyses. Bij afwezigheid daarvan includeerden we de meest recente gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCT’s). We beperkten ons tot Engels- en Nederlandstalige artikelen.
Generaliseerbaarheid
De meeste geïncludeerde onderzoeken zijn uitgevoerd in buitenlandse tweedelijnssettingen. Dit beperkt de generaliseerbaarheid naar de Nederlandse huisartsenpraktijk. Wanneer er wél een onderzoek uit Nederland of de eerste lijn beschikbaar was, wordt dit expliciet benoemd.
Aandacht voor risicogroepen
Pariteit en pijnbeleving
Verschillende onderzoeken tonen aan dat nulliparae en vrouwen < 26 jaar significant meer pijn ervaren bij spiraalplaatsing dan primiparae en multiparae.7,9 In een cross-sectioneel onderzoek rapporteerden nulliparae een gemiddelde visual analogue scale (VAS)-score van 6,9 ± 2,1 (hormoonspiraal) en 5,7 ± 2,1 (koperspiraal).7 Bij multiparae met uitsluitend vaginale bevallingen waren deze scores 5,7 ± 2,7 (hormoonspiraal) en 4,3 ± 2,8 (koperspiraal) en bij multiparae met een sectio in de voorgeschiedenis 5,8 ± 2,5 en 4,5 ± 2,3.7 De verschillen in VAS-scores tussen de beide spiraaltypes waren in alle groepen statistisch significant, maar niet klinisch relevant. Volgens Aissat et al. en Van Lee et al. wordt een verschil pas klinisch relevant geacht bij respectievelijk ≥ 2 en ≥ 3 punten.10,11 Op basis hiervan wordt een drempel van 2,5 punten aangehouden. Een tweede onderzoek bevestigde de hogere pijnscores bij nulliparae, met een gemiddelde VAS-score van 6,6 versus 3,9 bij multiparae met een vaginale bevalling.9 Dit verschil van 2,7 punten wordt als klinisch relevant beschouwd.10,11 Daarnaast gaven vrouwen < 26 jaar significant vaker matige tot ernstige pijn aan dan vrouwen ≥ 26 jaar (respectievelijk 31,0% versus 16,7%).8
Geanticipeerde pijn
De verwachting van pijn voorafgaand aan een ingreep, geanticipeerde pijn genoemd, speelt een belangrijke rol in de uiteindelijke pijnervaring. Twee Amerikaanse onderzoeken lieten zien dat vrouwen die vooraf veel pijn verwachtten, ook daadwerkelijk meer pijn ervoeren tijdens de plaatsing. Dit verschil was in beide onderzoeken statistisch significant .12,13
Ter voorbereiding op de plaatsing kan als niet-medicamenteuze strategie persoonsgerichte counseling en het gebruik van neutrale, geruststellende taal effectief toegepast worden om geanticipeerde pijn te verlagen.14 De NHG-Standaard Anticonceptie behandelt dit onderwerp niet expliciet.1 Het lijkt aannemelijk dat persoonsgerichte begeleiding kan bijdragen aan een minder pijnlijke ervaring.14
Tijdstip van plaatsing in de menstruatiecyclus
Er wordt gedacht dat spiraalplaatsing tijdens de menstruatie makkelijker en minder pijnlijk zou zijn door een meer geopende portio. Een RCT uitgevoerd in een Nederlandse tweedelijnssetting liet echter zien dat de gemiddelde pijnscores op verschillende momenten in de cyclus bij zowel multiparae als nulliparae niet significant verschillend waren.15 Ook een ander prospectief cohortonderzoek toonde geen verschil in pijnscores of plaatsingsgemak op verschillende momenten in de cyclus.16
Medicamenteuze ondersteuning
NSAID’s
NSAID’s en paracetamol zijn gangbare pijnstillers bij spiraalplaatsing. De systematische review en netwerkmeta-analyse van Samy et al. onderzocht naproxen en ibuprofen.17 Beide middelen lieten geen significant effect op pijnvermindering zien vergeleken met een placebo. Een andere systematische review toonde aan dat het profylactisch gebruik van NSAID’s in de tweede lijn beperkt effectief is.18 Slechts 6 van de 20 geïncludeerde onderzoeken lieten een statistisch significante pijnreductie zien ten opzichte van een placebo, terwijl 70% van de onderzoeken geen klinisch relevant effect rapporteerde. De generaliseerbaarheid is beperkt vanwege de tweedelijnssetting. Het routinematig adviseren van NSAID’s lijkt dus niet effectief bij toediening vlak voor de plaatsing. Er is geen literatuur beschikbaar over de effectiviteit van een NSAID 24-48 uur van tevoren of het gebruik van paracetamol.
Lokale anesthetica
Volgens een netwerkmeta-analyse is lidocaïne/prilocaïnecrème het meest effectief, met een klinisch relevant VAS-verschil ten opzichte van een placebo van -2,76 punten (95%-BI -4,61 - -0,91) op een 10-puntsschaal.6,17 De crème werd met een wattenstok cervicaal (en in 1 onderzoek zowel cervicaal als intracervicaal) aangebracht met een inwerktijd van 7-10 minuten.19,20 Toepassing van lidocaïne/prilocaïnecrème vraagt afweging van gebruiksgemak en effectiviteit; zelfapplicatie is nog niet onderzocht. Aanvullend onderzoek naar bijwerkingen, kosteneffectiviteit en toepasbaarheid is nodig.6,17
Een paracervicale of intracervicale blokkade lijkt toepasbaar in de huisartsenpraktijk, maar het bewijs hiervoor is beperkt. In de netwerkmeta-analyse werd een niet significant VAS-verschil van -1,13 punten gevonden ten opzichte van een placebo.17 Twee recentere RCT’s lieten bij nulliparae wél een statistisch significante pijnreductie zien in vergelijking met een placebo: VAS 30 versus 51 punten (paracervicale blokkade, schaal 0 tot 100) en 4,3 versus 6,6 (intracervicale blokkade, schaal 0 tot 10).21,22 Deze onderzoeken zijn uitgevoerd in een tweedelijnssetting. De techniek vraagt om extra tijd, injectievaardigheden en voorzorgsmaatregelen voor complicaties zoals intravasculaire injectie of lidocaïne-overgevoeligheid. Verdere evaluatie van veiligheid, toepasbaarheid en kosteneffectiviteit is nodig.
Anxiolytica
Voor benzodiazepines is geen onderzoek beschikbaar bij spiraalplaatsing. Bewijs voor effectiviteit ontbreekt en toepassing van benzodiazepines kan daarom niet worden aanbevolen.
Misoprostol
Misoprostol wordt regelmatig overwogen om cervicale verweking te bevorderen en zo de plaatsing van een spiraal te vergemakkelijken. De NHG-Standaard Anticonceptie raadt gebruik van misoprostol niet aan, omdat een systematische review uit 2015 geen pijnreducerend effect aantoonde.1,23 Dit werd bevestigd in een CAT in H&W uit 2017.24 Een recente cochranereview includeerde 14 RCT’s (n = 1972), waarin misoprostol werd vergeleken met een placebo of geen behandeling bij routinematige spiraalplaatsing.25 Er werd een statistisch significant, maar niet klinisch relevant verschil gevonden in pijn tijdens plaatsing van de kogeltang (MD -0,73; 95%-BI -1,19 tot -0,28). Voor pijn tijdens of na de spiraalplaatsing werd geen significant verschil gevonden. Het plaatsingssucces was niet hoger bij vrouwen die voor het eerst een spiraal kregen, maar wel bij vrouwen met een eerder mislukte poging (relatief risico (RR) 1,41; 95%-BI 1,09 - 1,83). Misoprostol leidde vaker tot bijwerkingen, met name buikpijn of krampen (RR 2,14; 95%-BI 1,42 - 3,23) en diarree (RR 1,76; 95%-BI 1,01 - 3,06).
Technische uitvoering van spiraalplaatsing
Positionering tijdens plaatsing
Goede positionering kan de spiraalplaatsing vergemakkelijken, maar de NHG-Standaard Anticonceptie doet hierover geen aanbevelingen.1 Uit praktijkervaring lijken een ontspannen ademhaling en ontspanning van de billen de plaatsing te kunnen vereenvoudigen. Het effect van hulpmiddelen, zoals wigkussens of beensteunen, op pijnbeleving of plaatsingsgemak is niet onderzocht. De praktijk suggereert echter dat steensnedepositie op een hoog-laagbed met beensteunen of een wigkussen de procedure vergemakkelijkt, door bekkenkanteling en ontspanning van de bekkenbodem. Deze houding kan echter spanning en kwetsbaarheid oproepen. Uitleg waarom deze houding de plaatsing vergemakkelijkt kan helpend zijn. Informeren naar een doorgemaakt trauma en een persoonlijke benadering worden geadviseerd volgens Bayer et al.14
Optimalisatie spiraalplaatsing: bevindingen uit de literatuur
- Aandacht voor risicogroepen: jonge vrouwen < 26 jaar, nulliparae en vrouwen die veel pijn verwachten, ervaren vaker pijn.7,9,12,13 Er is momenteel onvoldoende onderzoek om definitieve conclusies te trekken over optimale pijnstilling.
- Timing: er is geen verschil in pijnbeleving of plaatsingsgemak tijdens versus buiten de menstruatie.15,16
- Counseling: persoonsgerichte benadering kan de pijnbeleving verlagen.14
- Medicamenteuze opties:
- Lidocaïne/prilocaïnecrème is het meest effectief voor pijnvermindering met een pijnreductie van -2,76 punten op een 10-punts VAS; verder onderzoek naar bijwerkingen, kosteneffectiviteit en toepasbaarheid is nodig.6,17
- Misoprostol geeft geen klinisch relevante vermindering van de pijn bij routinematige spiraalplaatsing en verhoogt het risico op bijwerkingen. Alleen na een eerdere mislukte plaatsing kan misoprostol de kans van slagen mogelijk verbeteren.25
- Paracervicale of intracervicale blokkade liet in 2 recente RCT’s een pijnreducerend effect zien, maar met beperkte klinische relevantie en alleen in een tweedelijnssetting.21,22
Praktijkervaring (expert opinion):
- Rustige ademhaling en ontspannen bekkenbodem vergemakkelijken de plaatsing.
- Hoog-laagbed, beensteunen of een wigkussen lijken technisch helpend, maar zijn niet onderzocht.
- Goede uitleg en benadrukken van regie geven meer vertrouwen en kunnen de plaatsing vereenvoudigen.
- Een geïndividualiseerde aanpak wordt geadviseerd, vooral bij jonge nulliparae.
Conclusie
Op basis van de huidige literatuur concluderen wij dat vooral jonge vrouwen en nulliparae extra aandacht behoeven bij pijnstilling bij spiraalplaatsing. Recentere onderzoeken geven weinig nieuwe inzichten ten opzichte van de NHG-Standaard Anticonceptie. Onze bevindingen sluiten grotendeels aan bij de NHG-Standaard en de eerder gepubliceerde CAT’s in H&W. Lidocaïne/prilocaïnecrème is de kansrijkste optie voor pijnvermindering, maar vraagt nader onderzoek naar toepasbaarheid, bijwerkingen en kosteneffectiviteit in de huisartsenpraktijk. NSAID’s verminderen de pijn niet. Misoprostol laat bij routinematige spiraalplaatsing geen klinisch relevant effect op de pijnreductie zien en gaat gepaard met meer bijwerkingen. Alleen bij vrouwen met een eerdere mislukte spiraalplaatsing kan misoprostol het plaatsingssucces mogelijk verbeteren. Voor het gebruik van benzodiazepines is geen bewijs beschikbaar. Voor overige interventies en technische factoren is aanvullend onderzoek in de eerste lijn noodzakelijk.
Reactie NHG-werkgroep Anticonceptie
We willen De Wit et al. bedanken voor het actuele artikel ‘Optimalisatie van pijnreductie bij plaatsing van intra-uteriene anticonceptie’. De NHG-werkgroep herkent het belang van meer aandacht voor het verminderen van pijn bij spiraalplaatsing. De NHG-Standaard Anticonceptie is momenteel in herziening. De NHG-werkgroep zal bij deze herziening onder andere de aanbevelingen over pijnbehandeling bij spiraalplaatsing actualiseren. We besteden hierbij ook aandacht aan het gesprek met de patiënt over de plaatsing.
Literatuur
- 1.NHG-werkgroep Anticonceptie. NHG-Standaard Anticonceptie. Utrecht: NHG, 2023. https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/anticonceptie. Geraadpleegd op 17 oktober 2025.
- 2.Vink MD, Portrait FR, Van Wezep T, Koolman X, Mol BW, Van der Hijden EJ. Regional variation in health care substitution for intrauterine device insertion: a retrospective cohort study. BMC Prim Care 2024;25(1):294. DOI: 10.1186/s12875-024-02546-7
- 3.Rutgers. Trends in anticonceptiegebruik. Utrecht: Rutgers, 2023. https://rutgers.nl/nieuws/trends-in-anticonceptiegebruik/. Geraadpleegd op 17 oktober 2025.
- 4.Chakh A, de Goeij E. Opinie: Neem vrouwen serieus. Verbeter de pijnbestrijding bij het plaatsen van een spiraal. de Volkskrant, 16 april 2024.
- 5.NHG. Media-aandacht voor pijnbestrijding bij plaatsing spiraal 2024. https://www.nhg.org/actueel/media-aandacht-voor-pijnbestrijding-bij-plaatsing-spiraal/. 30 augustus 2024. Geraadpleegd op 17 oktober 2025.
- 6.Sampat J, Obermann-Borst S. Lidocaïne-/prilocaïnecrème bij spiraalplaatsing. Huisarts Wet 2024;67:16-7.
- 7.Lopes-Garcia EA, Carmona EV, Monteiro I, Bahamondes L. Assessment of pain and ease of intrauterine device placement according to type of device, parity, and mode of delivery. Eur J Contracept Reprod Health Care 2023;28(3):163-7. DOI: 10.1080/13625187.2023.2189500.
- 8.Donders G, Kopp Kallner H, Hauck B, Bauerfeind A, Frenz AK, Zvolanek M, et al. Bleeding profile satisfaction and pain and ease of placement with levonorgestrel 19.5 mg IUD: findings from the Kyleena® Satisfaction study. Eur J Contracept Reprod Health Care 2023;28(1):1-9.
- 9.Chaves IA, Baêta T, Dolabella GB, Barbosa LR, Almeida NM, Oliveira FR, et al. Pain scores at the insertion of the 52 MG levonorgestrel-releasing intrauterine system among nulligravidas and parous women. Eur J Contracept Reprod Health Care 2021;26(5):399-403.
- 10.Rahou Aissat D, Veillard D, Raia Barjat T, Munoz M, Bruel S, Trombert B, et al. A prospective, randomized study evaluating the pain felt during intrauterine device insertion by the direct technique vs conventional technique. J Gynecol Obstet Hum Reprod 2019;48(9):719-25.
- 11.Lee JS, Hobden E, Stiell IG, Wells GA. Clinically important change in the visual analog scale after adequate pain control. Acad Emerg Med 2003;10(10):1128-30.
- 12.Dina B, Peipert LJ, Zhao Q, Peipert JF. Anticipated pain as a predictor of discomfort with intrauterine device placement. Am J Obstet Gynecol 2018;218(2):236.e1-.e9.
- 13.Hunter TA, Sonalkar S, Schreiber CA, Perriera LK, Sammel MD, Akers AY. Anticipated Pain During Intrauterine Device Insertion. J Pediatr Adolesc Gynecol 2020;33(1):27-32.
- 14.Bayer LL, Ahuja S, Allen RH, Gold MA, Levine JP, Ngo LL, et al. Best practices for reducing pain associated with intrauterine device placement. Am J Obstet Gynecol 2025;232(5):409-21.
- 15.Van der Heijden P, Geomini P, Herman MC, Veersema S, Bongers MY. Timing of insertion of levonorgestrel-releasing intrauterine system: a randomised controlled trial. BJOG 2017;124(2):299-305.
- 16.Hocaoglu M, Gunay T, Demircivi Bor E, Nur AG, Turgut A, Karateke A. Comparison of Intrauterine Device Insertion-Related Pain and Ease of Procedure at Different Times During Menstruation. Medeni Med J 2021;36(3):225-32.
- 17.Samy A, Abbas AM, Mahmoud M, Taher A, Awad MH, El Husseiny T, et al. Evaluating different pain lowering medications during intrauterine device insertion: a systematic review and network meta-analysis. Fertil Steril 2019;111(3):553-61.e4.
- 18.Martingano I, Lakey E, Raskin D, Rowland K. Efficacy of NSAIDs in reducing pain during intrauterine device Insertion: A systematic review. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol 2025;309:219-25.
- 19.Abbas AM, Abdellah MS, Khalaf M, Bahloul M, Abdellah NH, Ali MK, et al. Effect of cervical lidocaine-prilocaine cream on pain perception during copper T380A intrauterine device insertion among parous women: A randomized double-blind controlled trial. Contraception 2017;95(3):251-6.
- 20.Tavakolian S, Doulabi MA, Baghban AA, Mortazavi A, Ghorbani M. Lidocaine-Prilocaine Cream as Analgesia for IUD Insertion: A Prospective, Randomized, Controlled, Triple Blinded Study. Glob J Health Sci 2015;7(4):399-404.
- 21.Mody SK, Farala JP, Jimenez B, Nishikawa M, Ngo LL. Paracervical Block for Intrauterine Device Placement Among Nulliparous Women: A Randomized Controlled Trial. Obstet Gynecol 2018;132(3):575-82.
- 22.De Nadai MN, Poli-Neto OB, Franceschini SA, Yamaguti EMM, Monteiro IMU, Troncon JK, et al. Intracervical block for levonorgestrel-releasing intrauterine system placement among nulligravid women: a randomized double-blind controlled trial. Am J Obstet Gynecol 2020;222(3):245.e1-.e10.
- 23.Lopez LM, Bernholc A, Zeng Y, Allen RH, Bartz D, O'Brien PA, et al. Interventions for pain with intrauterine device insertion. Cochrane Database Syst Rev 2015;2015(7):Cd007373.
- 24.Berkhof F. Misoprostol voorafgaand aan IUD plaatsing. Huisarts Wet 2017;60(2):97. Geraadpleegd op 17 oktober 2025.
- 25.Zapata LB, Snyder E, Nguyen AT, Kapp N, Ti A, Whiteman MK, et al. Misoprostol for intrauterine device placement. Cochrane Database Syst Rev 2025;9(9):Cd015584.
Reacties (4)
Reactie geplaatst namens Sebastiaan Veersema:
Met belangstelling las ik de beschouwing van De Wit et al. over pijnreductie bij spiraalplaatsing. De auteurs concluderen dat recente literatuur weinig nieuwe inzichten oplevert ten opzichte van de huidige NHG-Standaard en dat farmacologische interventies slechts beperkt effectief lijken1. Opvallend is echter dat een recente innovatie die juist gericht is op het verminderen van procedurele pijn volledig onbesproken blijft: de atraumatische cervicale stabilisator met vacuümfixatie (Carevix®). Dat is opmerkelijk, omdat een belangrijk deel van de pijn bij spiraalplaatsing juist wordt veroorzaakt door het gebruik van de klassieke kogeltang (tenaculum) waarmee de cervix wordt gefixeerd. In een gerandomiseerde gecontroleerde studie werd aangetoond dat gebruik van een vacuüm-stabilisator met name bij nulliparae leidde tot significant lagere pijnscores tijdens meerdere stappen van de procedure, met name tijdens het vastpakken van de cervix en het uitvoeren van tractie. Ook werd minder cervicaal bloedverlies gezien dan bij gebruik van een standaard tenaculum2. Daarnaast liet een multicenter post-marketing studie met meer dan 1100 procedures zien dat in ongeveer 82% van de plaatsingen een tenaculum geheel kon worden vermeden, met lagere pijnscores en hoge tevredenheid van zowel patiënten als behandelaars3. Recent real-world onderzoek in een verloskundige setting bevestigt deze bevindingen: in 93% van de procedures kon de plaatsing met de vacuümstabilisator alleen worden voltooid, met lage pijnscores en hoge patiënttevredenheid4. Wanneer pijn bij spiraalplaatsing een belangrijk maatschappelijk en professioneel discussiepunt is, lijkt het onlogisch om uitsluitend te focussen op farmacologische pijnstilling terwijl technologische innovaties die de bron van de pijn – het traumatisch vastpakken van de cervix – proberen te vermijden, buiten beschouwing blijven. Juist voor de eerste lijn, waar het merendeel van de spiralen wordt geplaatst, verdient dergelijke innovatie aandacht. Een vollediger overzicht van de literatuur zou daarom niet alleen farmacologische strategieën moeten bespreken, maar ook ontwikkelingen in instrumentatie die de procedure zelf minder pijnlijk kunnen maken.
Referenties:
1. Isabelle de Wit, Eline Reynaers, Leonie Speksnijder, Iris Ketel. Optimalisatie van pijnreductie bij plaatsing van intra-uteriene anticonceptie. H&W 2026
2. Michal Yaron, Hélène Legardeur, Bastien Barcellini, Farida Akhoundova, Patrice Mathevet. Safety and efficacy of a suction cervical stabilizer for intrauterine contraceptive device insertion: Results from a randomized, controlled study. Contraception 2023; 123 , 110004
3. Michal Yaron, Victoria Crofts, Ana C. Marcelino, Ximena Espejo-Arce, Elaine Garcia, Julia Barbe, Elisabeth Garcia Vilaplana, Micol Murtas, Cassia T. Juliato, Dehlia Moussaoui, Alissa Conklin, Luis Bahamondes. Safety and efficacy of a suction cervical stabilizer for IUD insertion: Results from a multicenter post-marketing study; Int J Gynecol Obstet. 2025;00:18.
4. Caroline Rosvall Hansson, Maria Sjöstrand, Sofia Almén, Susanna Henriques. Real world performance of an atraumatic cervical stabiliser for intrauterine device insertion: single centre observational study. SBMJ Sex Reprod Health 2025;0:1–2.
vriendelijke groeten
Prof. em. S. Veersema, gynaecoloog
- Login om te reageren
Wij danken collega’s Veersema en Boss hartelijk voor hun betrokken en waardevolle reacties op onze beschouwing over pijnreductie bij spiraalplaatsing. Het is goed om te zien dat er zowel in de eerste lijn als in de tweede lijn brede aandacht bestaat voor dit onderwerp en voor innovaties die de procedure voor patiënten comfortabeler kunnen maken.
-Aandacht voor de kogeltang en alternatieven
In de conceptfase van ons artikel hebben wij inderdaad een paragraaf opgenomen over het gebruik van de kogeltang, de pijnbeleving daarbij en mogelijke alternatieven, waaronder de zuigstabilisator. In verband met het maximum aantal woorden en redactionele keuzes is deze passage in de uiteindelijke versie helaas komen te vervallen. Daardoor konden wij niet alle aspecten van instrumentele innovaties uitvoerig bespreken binnen de beschikbare ruimte.
Omdat dit onderwerp terecht leeft onder zorgverleners, delen wij hierbij de betreffende tekst zoals oorspronkelijk opgenomen:
- Gebruik van een kogeltang bij spiraalplaatsing
Er is geen onderzoek naar het effect van het aanhaken van de portio met een kogeltang op pijnbeleving.
Sommige zorgverleners plaatsen de spiraal zonder kogeltang, tenzij toegang tot het cervicale kanaal lastig is. Bij multipara is de portio vaak beter toegankelijk, wat een pijnlijke handeling mogelijk voorkomt.
Bij multipara kan overwogen worden het spiraalinstrument direct te gebruiken voor sondatie en plaatsing in één stap. Dit bespaart mogelijk twee pijnlijke handelingen en maakt de procedure comfortabeler, mits de toegang tot de uterus ongecompliceerd is. Het effect op pijnbeleving en plaatsingssucces is nog niet onderzocht.
- Alternatieven voor de kogeltang
Enkele studies onderzochten alternatieve technieken voor stabilisatie van de portio. Yaron et al. (17) toonden aan dat het gebruik van een zuigstabilisator gepaard ging met minder pijn dan het gebruik van een kogeltang op een 100-punts VAS (gemiddelde pijnscore 14,9 vs. 31,3 (p < 0,001). Andrews et al. (18) vergeleek een Allis-klem met een kogeltang. Een bloeding kwam voor bij 26 (55,3%) patiënten in de kogeltang groep vergeleken met 3 (6,3%) patiënten in de Allis-klem groep (RR 0,113; 95%-BI 0,037 tot 0,3481; p < 0,0001). De pijnscores op een 10-punts VAS waren gelijk tussen beide groepen (VAS 4 vs. 4; p = 0,415).
Cimsir et al. (19) onderzochten de Valsalva-manoeuvre voor cervixstabilisatie. Minder vrouwen rapporteerden pijn dan in de kogeltanggroep (57,7% vs. 58,2%; p = 0,01), hoewel dit verschil niet klinisch relevant is. Het succespercentage van de plaatsing verschilde niet significant (86,5% vs. 89,1%; p = 0,59).
Hoewel deze alternatieve technieken potentieel minder pijnlijk of invasief zijn dan de traditionele kogeltang, betroffen de studies kleine populaties en wordt verder onderzoek aanbevolen.
Bronnen:
17. Yaron M, Legardeur H, Barcellini B, Akhoundova F, Mathevet P. Safety and efficacy of a suction cervical stabilizer for intrauterine contraceptive device insertion: Results from a randomized, controlled study. Contraception. 2023;123:110004.
18. Andrews B, Quick K, MacLeod E, Edwards K, Rone BK. Cervical bleeding with cervical stabilization during IUD placement: allis clamp versus single-tooth tenaculum, a randomized control trial. Arch Gynecol Obstet. 2023;307(4):1015-9.
19. Cimsir MT, Yildiz MS. Could the Valsalva manoeuvre be an alternative to the tenaculum for intrauterine device insertion? Eur J Contracept Reprod Health Care. 2021;26(6):503-6.
Tot slot
Wij onderschrijven het belang van verdere evaluatie van zowel farmacologische als niet‑farmacologische interventies én instrumentele innovaties. De inzichten rondom alternatieven voor de kogeltang, waaronder de Carevix, zijn waardevol en verdienen verdere bespreking in onderzoek.
Als kanttekening merken wij op dat de Carevix een specifiek single‑use instrument betreft dat is ontworpen voor voldoende stabilisatie bij IUD‑plaatsingen, terwijl een kogeltang breder inzetbaar is binnen gynaecologische en eerstelijnsprocedures en door sterilisatie herbruikbaar blijft. Vanuit duurzaamheidsperspectief kan dit voor sommige praktijken eveneens een overweging zijn bij de keuze van instrumentatie.
Wij danken collega’s Veersema en Boss voor het onder de aandacht brengen van deze ontwikkelingen en voor hun bijdrage aan de discussie over het optimaliseren van comfort en kwaliteit van zorg bij spiraalplaatsingen.
Met vriendelijke groet,
De auteurs
- Login om te reageren
Reactie geplaatst namens Erik Boss:
Met veel interesse heb ik het fraaie artikel van de Wit et al gelezen in H&W over de optimalisatie van pijnreductie bij spiraalplaatsing. In mijn dagelijkse praktijk als gynaecoloog is dit ook zeker een punt van aandacht. Op een aantal punten wil ik graag reageren. Naast het gebruik van neutrale en geruststellende taal in het kader van de persoonsgerichte benadering is er ook literatuur die aangeeft dat rustige muziek op de achtergrond bij diverse gynaecologische ingrepen kan bijdragen aan minder pijnbeleving. Echter, het belangrijkste punt dat ik in het artikel miste was het benoemen van een nieuw alternatief voor het tenaculum, de Carevix. Met dit instrument kan de cervix worden aangezogen middels een eenvoudig vacuum en zodoende op tractie worden gehouden tijdens de plaatsing. Ik verwijs hierbij graag naar de literatuur referenties waaruit blijkt dat er significant minder pijn tijdens plaatsing en minder bloedverlies optreed. De data toont dat de meest uitgesproken pijnvermindering wordt waargenomen bij nullipara vrouwen, de groep waarvan inmiddels is aangetoond dat zij de hoogste pijnscores rapporteert bij spiraalplaatsing. Kortom een instrument dat zeker genoemd mag worden als het gaat om optimalisatie van pijnreductie bij IUD insertie.
Referenties: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36914147/ en https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41334586/
Dr. Erik Boss, gynaecoloog, medisch columnist
- Login om te reageren
Dit artikel stelt dat pijnstilling met NSAID's vaak onvoldoende is, echter dit is klinisch niet mijn ervaring! Naar schatting konden op deze manier 90% van de vrouwen de pijn goed verdragen en vonden ze 'het meevallen'.
D. Star, huisarts Sassenheim
- Login om te reageren