Alle nummers
Archief tijdschrift

2018, nummer 3

Jaargang
61

Nieuws

  • Antimicrobiële middelen bij diabetisch voetulcus

    Er is geen hard bewijs voor snellere genezing van diabetische voetulcera door toevoeging van lokale antimicrobiële middelen aan de wondbehandeling van (geïnfecteerde) diabetische voetulcera. Ook helpt toevoeging van deze middelen niet infectie van deze ulcera te voorkomen.

  • Candesartan als migraineprofylaxe

    De effectiviteit van candesartan als migraineprofylaxe komt overeen met propranolol, het middel van eerste keuze. Dit blijkt uit onderzoek naar deze twee middelen.

  • Webtip Huisartsengenetica.nl

    Huisartsengenetica, de naam zegt het al, is een site die de huisarts ondersteunt bij vragen over genetica. De site kwam tot stand uit het promotieonderzoek van dr. Isa Houwink (huisarts in Maastricht) en wordt beheerd door het Erfocentrum in samenwerking met het NHG. Dit najaar werd de praktische, informatieve site volledig vernieuwd.

  • Hanteer de Witte Raven-aanpak

    Graag reageren wij op het artikel ‘EBM-onderwijs in de praktijk: moeilijker dan gedacht.’ Niet vaak zie je gerandomiseerde trials in het onderwijs met ook nog zo’n geringe uitval van deelnemers en data.

  • Praktijkverkleining alleen is niet genoeg [Redactioneel]

    ‘De arbeidsdag dezer medici is veel te lang, …. en zij zijn niet in de gelegenheid zooveel aandacht aan hun patiënten te wijden, als dezen noodig hebben’ berichtte de Leeuwarder Courant in 1913. De werkbelasting van huisartsen is een probleem aller tijden zoals Medisch Contact recent fraai beschreef.

  • Samenwerking bij verminderde nierfunctie

    In het nieuwsbericht ‘Nierfunctiebepaling in de apotheek is onnodig’ over een door ons uitgevoerd onderzoek concludeert de auteur dat nierfunctiebepaling in de apotheek geen toegevoegde waarde heeft.

  • Persoonsgerichte aandacht bij multimorbiditeit: Nieuw onderzoek

    Persoonsgericht werken bij patiënten met multimorbiditeit is ontzettend belangrijk, dat weet elke huisarts, maar is ook vaak erg moeilijk. Het in kaart brengen en monitoren van het functioneren en participeren van patiënten kan hierbij helpen. Op basis van de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) is een nieuw instrument ontwikkeld, de Primary Care Functioning Scale (PCFS),dat momenteel onderzocht wordt. Functioning Scale (PCFS),dat momenteel onderzocht wordt.

  • Hormoontherapie en CVA

    In een Deens cohort van bijna een miljoen vrouwen blijkt dat orale hormoontherapie de kans op het krijgen van een cerebrovasculair accident (CVA) verhoogt, al zijn de absolute aantallen klein. Het risico is afhankelijk van het type preparaat, de dosis, de duur van de behandeling, de toedieningswijze en de leeftijd. Transdermale toediening lijkt voordelen te hebben; bij lokale klachten gaat de voorkeur uit naar een lokaal oestrogeen. Continue combinatiepreparaten zoals tibolon geven het grootste risico.

  • Grote internationale variatie van consultduur in de eerste lijn

    Wereldwijd zijn artsen van mening dat een langere consultduur de kwaliteit van zorg ten goede komt. Dat is echter nog maar de vraag. Irving et al. vergeleek de consultduur in de eerste lijn in 67 landen met elkaar en ging na of deze van invloed was op gezondheidsuitkomsten. De gemiddelde consultduur liep in de diverse landen sterk uiteen. Er was geen relatie tussen consultduur en het aantal consulten per patiënt per jaar. Een langere consultduur bleek alleen geassocieerd met minder ziekenhuisopnames voor diabetes.

  • Therapietrouw beïnvloed door geloof in medicatie

    Bij chronische aandoeningen zoals astma en COPD wordt therapietrouw gezien als een belangrijke factor voor het succes van de behandeling. Dit onderzoek laat zien dat de ideeën die patiënten hebben over de noodzaak en bijwerkingen van hun medicatie gerelateerd zijn aan die therapietrouw.

  • Kortere kousduur na diep veneuze trombose

    Tweederde van alle mensen met diep veneuze trombose (DVT) kan de steunkous gerust korter dan twee jaar dragen zonder toename van het risico op posttrombotisch syndroom. Dit is de conclusie van een multicenter trial in Nederland en Italië.

  • Positief effect mediacampagnes op stoppen met roken

    Heeft u al iemand met goede voornemens voor een betere leefstijl op het spreekuur gehad? We hebben geleerd dat we bij mensen die willen stoppen met roken, de motivatie van de individuele patiënt moeten uitvragen. Uit onderzoek blijkt echter dat campagnes gericht op de hele populatie ook effectief zijn.

  • Gebruik van antidepressiva tijdens de zwangerschap en risico op ADHD

    Er is op dit moment geen hard bewijs dat het gebruik van antidepressiva tijdens de zwangerschap een risicofactor is voor het ontwikkelen van ADHD. Een recent onderzoek wijt een mogelijke verband niet aan het gebruik van medicatie, maar aan de reden waarom de medicatie werd voorgeschreven.

  • Dagelijks drie koppen koffie om te overleven

    Volgens de BMJ heeft koffie waarschijnlijk vooral positieve gezondheidseffecten. Koffiedrinkers leven langer en krijgen minder vaak hart- en vaatziekten, kanker, leverziektes, diabetes type 2, Parkinson en Alzheimer. De optimale hoeveelheid kopjes per dag wordt geschat op drie tot vier. Alleen bij zwangere vrouwen had koffiedrinken een duidelijk verband met negatieve effecten.

  • Visitatieprogramma toe aan revisie

    Het visitatieprogramma voor huisartsen blijkt goed haalbaar. Collega’s en patiënten geven grif feedback op de gevisiteerde huisarts. Deze schrijft een persoonlijk ontwikkelplan en waardeert het gesprek hierover. Het aantal geformuleerde verbeterdoelen blijft echter achter, net als de uitvoer ervan. De vragenlijst voor patiënten verdient aanpassing.

  • Betere medicatieoverdracht van de tweede naar de eerste lijn

    De medicatieoverdracht van de tweede naar de eerste lijn kan beter. Een huisbezoek door de apotheker en nauwere samenwerking met de huisarts kunnen veel problemen oplossen. Dat blijkt uit een recent promotieonderzoek.

  • Anticoagulantia bij atriumfibrilleren met aanwijsbare oorzaak

    Atriumfibrilleren (AF) de novo komt nogal eens voor tijdens een acute ziekte om vervolgens ook weer spontaan te verdwijnen. Er bestaat discussie over de voordelen van het gebruik van anticoagulantia in het voorkómen van CVA bij deze vorm van ‘secundair’ AF. Een recent Canadees onderzoek laat geen verschil zien in risico op een CVA bij wel of geen gebruik van antistolling.

  • Echo’s door de huisarts lijken betrouwbaar

    Weinig huisartsen maken zelf echo’s, maar na een cursus echoscopie blijken ze eenvoudige diagnoses zelf te kunnen stellen. De beoordeling van getrainde huisartsen komt overeen met die van een specialist. Dat blijkt uit Scandinavisch onderzoek.

Wetenschap

  • De huisarts, atriumfibrilleren en falende beslisregels

    Atriumfibrilleren, de meest voorkomende hartritmestoornis, is een belangrijke risicofactor voor een ischemisch cerebrovasculair accident (CVA). Voor huisartsen is dit een uitdaging. De richtlijnen adviseren antistolling als het CVA-risico hoog is, maar hoe hoog precies is eigenlijk niet bekend. De meest gebruikte beslisregel, CHA2DS2-VASc, werkt in de huisartsenpraktijk anders uit dan in ziekenhuizen en de onzekerheid is sowieso groot. Voor veilige en doeltreffende profylaxe moet het risico op een CVA worden afgewogen tegen de risico’s van anticoagulantia zoals vitamine K-antagonisten en direct orale antistollingsmiddelen (DOAC’s). Bij het voorschrijven van DOAC’s aan kwetsbare ouderen is voorzichtigheid geboden.

  • 24/7 een soa-test uit de muur, of toch maar niet?

    Soa-zelftests zijn te koop bij drogisterij en apotheek en steeds vaker ook via het internet. Men onderscheidt doe-het-zelftests, waarbij de patiënt zelf het resultaat afleest, en zelfafnametests, waarbij de patiënt zelf materiaal afneemt en dat opstuurt naar een laboratorium. In het algemeen zijn zelfafnametests veel betrouwbaarder. Zelftests zijn anoniem en laagdrempelig, maar er zijn ook risico’s: de juiste testkeuze is niet gegarandeerd, niet alle tests zijn betrouwbaar en nazorg, zoals partnerwaarschuwing, is niet geregeld. In snel tempo komen er online keuzehulpen en e-healthtoepassingen beschikbaar, maar de meerwaarde van zelfdiagnostiek naast huisarts en GGD moet nog onderzocht worden.

  • Overstappen op een ander merk levothyroxine

    Methoden Uit de registraties van het NIVEL en het PHARMO-instituut selecteerden we patiënten bij wie de concentratie thyreotropine (TSH) was gemeten in de periode van januari 2014 tot september 2016. Daarnaast vulden 150 patiënten die overstapten driemaal een kwaliteit-van-levenvragenlijst in, eenmaal voor de overstap en vervolgens zes en twaalf weken na de overstap.

  • Hoogste tijd voor minder patiënten per huisarts

    De toegankelijkheid van de huisartsenzorg in Nederland komt in het gedrang. De grote werkdruk en lastig te vervullen vacatures voor huisartsen zijn twee belangrijke factoren die de toegankelijkheid van de zorg in gevaar brengen. De Nederlandse huisarts dreigt te bezwijken onder de werkbelasting. Een drastische verkleining van de huisartsenpraktijk is hoognodig, niet mondjesmaat, maar substantieel met 15-20%.

  • Linkerventrikelhypertrofie op het ecg

    Op uw spreekuur verschijnt een 57-jarige man van wie bekend is dat hij hypertensie en een intermediair cardiovasculair risicoprofiel heeft. U laat een ecg maken, waarop een sinusritme zichtbaar is. Er zijn ook aanwijzingen voor een linkerventrikelhypertrofie. Bij lichamelijk onderzoek constateert u geen afwijkende bevindingen; zo is er geen hartgeruis en ziet u ook geen uitgesproken links-rechts bloeddrukverschil. Wat moet u met deze ecg-bevindingen en wat zijn de prognostische consequenties en mogelijke behandelingen?

Praktijk

  • Serie therapie van alledaagse klachten: Behandeling van dikke voeten

    Enkeloedeem kan worden onderscheiden in pitting oedeem en non-pitting oedeem.

  • Syfilis

    Syfilis is een klassieke, maar zeldzame soa die goed te behandelen is met penicilline. De diagnose wordt in Nederland ongeveer duizend keer per jaar gesteld, vooral in centra voor seksuele gezondheid en vooral bij mannen die seks hebben met mannen. Er zijn drie klinische stadia. In stadium 1 is er een pijnloos ulcus in de genitaalstreek [figuur1], anus of mond, vaak met lymfeklierzwelling. Stadium 2 wordt vaak gekenmerkt door niet-jeukend exantheem, condylomata lata, koorts en spierpijn. In stadium 3 tast de ziekte organen aan zoals centraal zenuwstelsel, hart en bloedvaten. De diagnostiek bestaat primair uit bloedonderzoek; een vermoede syfilis is een indicatie voor onderzoek naar andere soa, met name hiv.

  • Meer tijd voor patiënten, minder verwijzingen

    In een implementatietraject voor praktijkverkleining in een Noord-Limburgse plattelandspraktijk is een waarnemer in deeltijd aangesteld zodat elke huisarts meer tijd kon nemen voor een patiënt. Alle praktijkmedewerkers kregen scholing in ‘positieve gezondheid’ en de huisartsen werkten nauw samen met het sociale team van de gemeente. Het aantal verwijzingen naar een medisch specialist nam met een kwart af, het aantal spoedverwijzingen bleef gelijk.

  • Duimbasisartrose

    Duimbasisartrose, ook wel carpometacarpale-I-artrose of huisvrouwenduim genoemd, komt veel voor, voornamelijk bij vrouwen na de menopauze. Een patiënt heeft vaak pijn bij de duimbasis, in combinatie met verlies van kracht en functie. De conservatieve behandeling bestaat uit pijnstilling, intra-articulaire injectie, adviezen, oefentherapie en/of spalktherapie bij de handtherapeut. Bij onvoldoende effect zijn er verschillende chirurgische mogelijkheden.

  • Spierpijn bij statines

    Er is nog discussie over het precieze verband, maar dat er een associatie is tussen statinegebruik en spierklachten, is duidelijk. De veiligste aanpak bij ernstige spierklachten of een sterk verhoogde creatinekinasewaarde is stoppen en overstappen op een andere statine wanneer de CK-waarde weer is genormaliseerd. Van alle statines geven pravastatine en fluvastatine de minste spierklachten. Bij milde spierklachten kan een lagere dosering overwogen worden.

  • Kennistoets Duimbasisartrose

    Toets uw kennis over duimbasisartrose.

NHG richtlijn

  • Zonneallergie, fototoxische huidreactie of fotoallergisch contacteczeem?

    Zonneallergie is de meest voorkomende fotodermatose. Het is een allergische reactie op blootstelling van de huid aan uv-straling, met als voornaamste klacht jeuk. Het is belangrijk om deze aandoening te onderscheiden van fototoxische huidreacties en het fotoallergisch contacteczeem, want het te volgen beleid verschilt. Daarom geeft de eerste herziening van de Behandelrichtlijn Zonneallergie (voorheen dermatitis solaris) een uitgebreide beschrijving van de diagnostiek en het beleid bij deze drie aandoeningen.

  • Amenorroe: betekenis en beleid verschillen per levensfase

    Zoals ook in de eerdere versies van deze NHG-Standaard is er een onderscheid in primaire amenorroe (menarche blijft uit tot na de 16e verjaardag) en secundaire amenorroe. Het onderscheid is relevant vanwege de mogelijke oorzaken, de diagnostiek en het verwijsbeleid. Bij deze herziening van de standaard Amenorroe zijn er slechts beperkte wijzigingen, die vooral de aanvullende diagnostiek betreffen: ook als secundaire amenorroe nog geen zes maanden duurt kunnen er redenen zijn om aanvullende diagnostiek te verrichten. Daarnaast is de aanbeveling om als huisarts een progesteronbelastingtest aan te vragen vervallen.

NHG forum

  • Bedrijfsarts vinden

    Om bedrijfsartsen vindbaar en bereikbaar te maken, hebben bedrijfsartsenvereniging NVAB, het NHG en het RIVM samen een de nieuwe optie ‘patiëntoverleg’ ontworpen binnen Zorgdomein. Tijdens de pilot in februari-april 2018 in de regio’s Nijmegen en Rotterdam kunnen huisartsen zo bedrijfsartsen…

  • Wetenschapsweekend

      De NHG-Commissie Wetenschappelijk Onderzoek houdt jaarlijks een scholingsweekend, het CWO-Weekend, volgens een deelnemer interessant vanwege de ‘zeer heterogene groep gelijkgestemden, verbonden door nieuwsgierigheid’. Dit scholingsweekend is toegankelijk voor alle geïnteresseerde…

  • Column Rob Dijkstra: Maak verschil

    We willen al onze patiënten even goed behandelen, want daar hebben ze recht op. Maar we weten dat er grote verschillen zijn tussen patiënten.

  • Uitgelichte post HAweb Ledenforum: Kaderopleiding Jeugd?

    Sinds de nieuwe Jeugdwet zijn er veel taken bij de huisartsen terechtgekomen. Huisarts Saskia Benthem wil graag ondersteuning door een huisarts-expert. Is een Kaderopleiding Jeugd de oplossing, vraagt ze op het Ledenforum.

  • NHG Rx-app sluit aan op behoefteonderzoek

    Met de Ledenraadpleging gaat het NHG na of de leden tevreden zijn. Maar we onderzoeken ook actief of er behoefte is aan nieuwe producten of diensten.

  • ‘Praktiserende huisartsen kozen de onderzoeksvragen’

    De Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde, een rapport met de belangrijkste onderzoeksvragen in ons vakgebied, is af. Vele praktiserende huisartsen werkten mee aan de selectie van onderzoeksvragen. Twee van hen vertellen waarom de agenda goed nieuws is voor alle praktiserende huisartsen.